De P-routedoelen of precurriculumdoelen maken deel uit van Op.stap, leerroutes voor iedereen.
De P-routedoelen beschrijven kennis, vaardigheden en ontwikkelingsstappen die voorafgaand aan of onderliggend zijn aan het leren binnen de G- of S-route. Ze vormen opstappen naar verdere ontwikkeling en participatie.
Ze kunnen betrekking hebben op fundamentele ontwikkeling op het vlak van communicatie, cognitie, motoriek, sociaal-emotionele ontwikkeling, redzaamheid of leren leren. Ze zijn in alle disciplines in meer of mindere mate aanwezig, met uitzondering van geschiedenis (tijdsbesef als opstap naar historisch besef zit in andere disciplines).
De P-routedoelen zijn ingedeeld in drie fasen, die aansluiten bij de ontwikkeling van leerlingen met een jonge ontwikkelingsleeftijd. De leeftijdsaanduidingen zijn daarbij richtinggevend: ze helpen om de ontwikkelingslogica en de opbouw van de doelen te begrijpen, maar zijn niet bedoeld om leerlingen strikt in een fase in te delen.
De P-routedoelen zijn opgebouwd in drie fasen:
In deze fase heeft de leerling nog veel nood aan co-regulatie door een vertrouwde volwassene. Voorspelbare routines, herkenbare interacties en veel herhaling bieden houvast en veiligheid. Vanuit die vertrouwdheid groeit het opmerken en reageren op prikkels, personen en gebeurtenissen en ontstaat geleidelijk anticipatie op wat komt.
De leerling is nog sterk gericht op het hier en nu, maar gaat steeds actiever verbanden ontdekken. De ontwikkeling van objectpermanentie vormt een belangrijke stap en heeft betekenis voor de cognitieve, sociale, emotionele en communicatieve ontwikkeling. Door te handelen, te herhalen en te exploreren leert de leerling onder meer herkennen, vergelijken, matchen en eenvoudige verbanden leggen.
De leerling verkent de wereld steeds doelgerichter en bouwt verder op eerdere ervaringen. Taal en andere communicatieve vormen worden gekoppeld aan concrete en zintuiglijke ervaringen. Modeling, herhaling en imitatie ondersteunen het leren. De leerling gaat woorden, gebaren, handelingen en eenvoudige concepten steeds functioneler gebruiken, al is dit nog niet altijd correct of stabiel.
Zo maken de drie fasen een ontwikkeling zichtbaar van ervaren en reageren, over herkennen en verbanden ontdekken, naar betekenis geven en steeds doelgerichter handelen en communiceren.
Leerlingen die met P-routedoelen werken, zijn leerlingen van het basisonderwijs met een kalenderleeftijd vanaf 2,5 jaar. Op één of meerdere domeinen functioneren zij binnen een jongere ontwikkelingsleeftijd.
Ontwikkeling verloopt niet voor elke leerling op dezelfde manier. Ze kan vertraagd, ongelijkmatig, grillig of anders verlopen. Ook het verschil tussen wat een leerling cognitief aankan en wat hij sociaal-emotioneel aankan, kan een belangrijke rol spelen.
De ontwikkelingsleeftijd helpt om onderwijsbehoeften te begrijpen, maar beschrijft nooit de volledige leerling. Daarom vormt niet de ontwikkelingsleeftijd, maar de individuele leerling steeds het vertrekpunt.
De P-routedoelen ondersteunen scholen bij het uitwerken van een individueel aangepast curriculum (IAC). Ze vormen geen afzonderlijk curriculum naast de gemeenschappelijke doelen van Op.stap.
Wanneer een leerling onderwijs- en ondersteuningsbehoeften heeft die samenhangen met een ontwikkelingsleeftijd tussen 0 en 2,5 jaar, helpen P-routedoelen om noodzakelijke onderliggende of voorbereidende stappen zichtbaar te maken en verbinding te zoeken met doelen uit de G- of S-route.
P-routedoelen ondersteunen de doelenselectie. De P-route bevat bewust een groot aantal fijnmazig beschreven doelen om tegemoet te komen aan de grote verscheidenheid aan onderwijs- en ondersteuningsbehoeften.
Niet elk P-routedoel moet voor elke leerling worden geselecteerd, nagestreefd of bereikt. Het schoolteam kiest binnen het cyclisch proces van handelingsplanmatig werken doelen die op dat moment het best aansluiten bij:
De centrale vraag is niet: "Welke doelen moeten we allemaal afwerken?", maar: "Welke doelen bieden deze leerling nu de beste kansen om verder te leren en te participeren?"
De G-routedoelen vormen de gemeenschappelijke basis van het leerplan. Binnen het gemeenschappelijk curriculum gelden verwachtingen over het bereiken van alle doelen op groeps- of individueel niveau.
De P-routedoelen hebben een andere functie. Hier is selecteren noodzakelijk.
De omvang van een leerlijn zegt daarom niets over het aantal doelen dat een individuele leerling moet verwerven. Een leerling hoeft ook niet alle doelen uit een eerdere fase te beheersen voordat doelen uit een volgende fase aan bod komen. Ontwikkeling verloopt niet lineair en verschilt van leerling tot leerling.
De P-routedoelen zijn ondergebracht in 3 fasen, clusters, subdomeinen die houvast bieden om ontwikkeling in samenhang te bekijken. Bij jonge leerlingen verloopt ontwikkeling niet in afzonderlijke of strikt opeenvolgende lijnen. Doelen uit verschillende disciplines, domeinen, subdomeinen en clusters zijn sterk met elkaar verweven en beïnvloeden elkaar.
De verbanden die binnen de website zichtbaar worden gemaakt, zijn daarom indicatief en contextafhankelijk. Ze tonen mogelijke samenhang, maar kunnen nooit alle verbindingen of mogelijke stappen ervoor en erna in beeld brengen. Breed observeren, over doelen en disciplines heen kijken en samen zoeken naar wat voor deze leerling op dit moment betekenisvol en haalbaar is, blijft essentieel om tot een passende doelenselectie te komen.
Je kunt daarbij verticaal en horizontaal kijken:
Een doel rond ‘een keuze maken’ kan bijvoorbeeld samenhangen met aandacht richten, onderscheid ervaren tussen mogelijkheden, een voorkeur ontwikkelen, begrijpen dat eigen gedrag effect heeft, een keuze communiceren en ervaren dat anderen die keuze zien en respecteren.
De samenhang is geen uitnodiging om meer doelen te selecteren. Ze helpt het schoolteam om beter te begrijpen wat een leerling nodig heeft en enkele krachtige doelen te kiezen.
De indeling in ontwikkelfasen helpt om ontwikkeling te begrijpen en te ordenen. Ze mag niet gebruikt worden als een vast ontwikkelingsschema dat bepaalt wat een leerling op een bepaalde leeftijd zou moeten kunnen.
Leerlingen met een jonge ontwikkeling zijn geen jonge kinderen. Hun kalenderleeftijd en leer- en levenservaring beïnvloeden hun functioneren. Sommige ervaringen stimuleren ontwikkeling; andere kunnen voor stress, onzekerheid, afwachten of angst zorgen.
Goede beeldvorming kijkt daarom verder dan wat een leerling nog niet kan.
Een P-routedoel selecteren begint niet bij de doelenlijst, maar bij de leerling. Binnen het proces van handelingsplanmatig werken kan deze denkbeweging helpen:
Zo worden P-routedoelen geen checklist, maar een instrument om doelgericht en ambitieus onderwijs op maat vorm te geven.
De P-route staat niet los van de rest van Op.stap. Waar mogelijk blijft het schoolteam zoeken naar verbindingen met de G- en S-route.
Dat betekent niet dat elke leerling dezelfde einddoelen moet bereiken. Het betekent wel dat we blijven zoeken naar ontwikkelingskansen en betekenisvolle vervolgstappen.
P-routedoelen helpen om de afstand tussen wat een leerling vandaag kan en wat hij morgen kan leren voldoende klein en haalbaar te maken. Zo combineren we hoge verwachtingen met passende ondersteuning: niet door meer doelen te selecteren, maar door de doelen te kiezen die voor deze leerling het meeste verschil maken.