Studiekeuzeadviezen

Een goed studiekeuzeadvies helpt een leerling om gericht en haalbaar verder te studeren.

Wanneer formuleer je een advies?

sla link op in klembord

Kopieer

Je formuleert zo’n advies wanneer een leerling voor een belangrijke keuze staat.
Dat gebeurt:

  • op het einde van elke graad
  • bij een oriënteringsattest A met beperkingen
  • bij een oriënteringsattest B of C
  • wanneer tijdens het schooljaar blijkt dat een heroriëntering wenselijk is.

Het doel is altijd hetzelfde: je zoekt een zo goed mogelijke aansluiting tussen het profiel van de leerling en het profiel van de studierichting of het beroep. Je vertrekt vanuit de ambitie dat elke leerling kan groeien, mits de juiste begeleiding en leeromgeving.

Je adviseert in dialoog met ouders en leerling. Samen onderzoek je:

  • Welke studieloopbaan past het best bij de interesses en mogelijkheden?
  • Welke keuze ondersteunt de groei van het potentieel van de leerling?
  • Welke pistes bieden gelijke kansen en duurzame perspectieven?

Advies na de eerste graad

sla link op in klembord

Kopieer

Op het einde van de eerste graad geef je een goed onderbouwd advies. Je houdt rekening met:

  • de interesses van de leerling;
  • zijn of haar mogelijkheden;
  • welke studiedomeinen daarbij passen;
  • welke finaliteit haalbaar is, rekening houdend met verdiepende doelen die de leerling bereikte.

Advies met betrekking tot de arbeidsbereidheid en de arbeidsrijpheid met het oog op een mogelijke overstap naar duaal leren

sla link op in klembord

Kopieer

Bij leerlingen uit arbeidsmarktgerichte of dubbele finaliteitsrichtingen moet de delibererende klassenraad een dubbel advies geven:

  • arbeidsbereidheid: is de leerling gemotiveerd om competenties op de werkvloer te leren?
  • arbeidsrijpheid: kan de leerling functioneren in een opleiding met veel leren op de werkplek?
Dit advies is informatief, niet bindend. Je noteert het op het oriënteringsattest A of B.

Hoe formuleer je een advies?

sla link op in klembord

Kopieer

Een sterk advies vertrekt van alle elementen die belangrijk zijn in de onderwijsloopbaan van de leerling:

  • leerresultaten
  • studiehouding
  • motivatie
  • interesses
  • veerkracht
  • zelfinzicht

Je doel is om de leerling te helpen het eigen keuzeproces opnieuw te activeren. Je kijkt niet alleen terug, maar ook vooruit.

Na de eerste graad geef je een advies voor een domein en een studierichting in de tweede graad. De verdiepingsdoelen en verbredingsdoelen in de leerplannen van de eerste graad van de A- en de B-stroom kunnen daarbij helpen.

Verdiepingsdoelen geven inzicht in:

  • het abstractievermogen van de leerling;
  • het vermogen van de leerling om met complexiteit om te gaan;
  • de mate waarin de leerling autonoom aan de slag kan gaan.

Ze kunnen ook de delibererende klassenraad helpen bij het advies over de finaliteit van een te kiezen studierichting in de tweede graad.

Verbreding binnen de leerplannen kan helpen bij:

  • het detecteren van interesse van leerlingen;
  • het in kaart brengen van de aanleg van leerlingen.

Alle leraren die de leerling lesgeven dragen bij. Soms organiseert de school een aparte studiekeuzeklassenraad. Die kijkt niet alleen naar het advies, maar ook naar het keuzeproces en de betrokkenheid van de leerling. Steeds vaker krijgt de leerling zelf een rol of inspraak.

Vermijd beslissingsfouten zoals stereotypering, veralgemening of intuïtieve aannames:
Onderzoek toont aan dat sociale achtergrond, verwachtingen en intuïtieve denkfouten het advies kunnen beïnvloeden. Daarom is bewustwording belangrijk. Je gaat actief op zoek naar informatie die je beeld nuanceert.

Enkele veelvoorkomende denkfouten en hoe je ze voorkomt:

BeslissingsfoutGoede aanpak
De bevestigingsfout.
Je laat je leiden door een vermoeden en gaat niet of te beperkt na of het klopt.
Check goed of je vermoeden klopt. Zoek actief naar uitzonderingen.
De veralgemeningsfout.
Je maakt op basis van een bepaald voorval een profiel van de leerling en vervalt vervolgens in stereotypering en zichzelf vervullende voorspellingen (self-fulfilling prophecies).
Geef bij zogenaamde overgangsgesprekken, waarbij een leraar de leraar van het daaropvolgende schooljaar informeert over de leerling, belangrijke informatie over het proces en de vorderingen van een leerling mee.
Oorzaak-gevolg fout.
Je maakt een analyse van het gedrag van een leerling en corrigeert dat niet als je je hierin vergist.
Maak een goede analyse van het gedrag van een leerling en sta open voor corrigerende feedback als je het verkeerd hebt.
Fout omwille van actualiteitsgehalte.
Wat heel recent gebeurd is, erg opvalt, of wat je raakt, onthoud je langer en krijgt meer waarde. Dat kan vervolgens sterker doorwegen in een evaluatiegesprek.
Wees je bewust van dat effect, zodat je kunt nuanceren.

Daarnaast ben je je bewust van risico’s als:

  • onderschatting van leerlingen met extra noden
  • overschatting of onderschatting door SES‑invloeden
  • te veel gewicht geven aan taalniveau
  • te weinig aandacht voor welbevinden

Advies bespreken

sla link op in klembord

Kopieer

Een advies werkt het best als het slotstuk is van een duidelijk traject. Je bespreekt het altijd met de leerling en vaak ook met de ouders.

Je neemt daarbij een coachende houding aan:

  • Je luistert naar hoe het advies binnenkomt.
  • Je stelt vragen over inhoud én beleving.
  • Je zoekt samen naar betekenis van het advies voor de leerling.

Voorbeelden van sterke coachvragen:

  • Wat vind je belangrijk in een studierichting?
  • Wat trekt je precies aan in jouw keuze?
  • Waar twijfel je over?
  • Hoe past dit advies bij jouw plannen?
  • Waarvan schrik je?
  • Wanneer ouders of leerlingen niet akkoord zijn:
    o   waardeer hun eerlijkheid
    o   onderzoek waarom ze het advies anders zien
    o   onderzoek samen mogelijke misverstanden of nieuwe inzichten.
  • Wanneer ze té volgzaam zijn:
    o   daag hen vriendelijk uit met vragen als: “Waarom volg je ons advies? Wat overtuigt je precies?”

Wanneer een leerling vastloopt

sla link op in klembord

Kopieer

Soms raakt een leerling niet verder in zijn studiekeuzeproces. Dat kan door:

  • twijfel die blijft aanhouden
  • informatie die ontbreekt
  • druk vanuit de omgeving
  • conflicten tussen ouders en leerling
  • emotionele of sociale of culturele drempels

Als dergelijke aspecten het keuzeproces van een leerling bemoeilijken, overleg dan met een collega en betrek een leerlingenbegeleider. Als de zorg zwaarder wordt, vraag je samen met de leerling of ouders ondersteuning van het CLB. Vanaf 12 jaar kan de leerling zelf een vraag stellen. Het CLB neemt dan de regie over en zet in op:

  • analyse van de noden
  • begeleiding
  • diagnostiek
  • advies
  • coördinatie van verdere hulp

Prospectief delibereren

sla link op in klembord

Kopieer

Bij deliberatie kijkt de klassenraad vooral vooruit. Je beoordeelt niet enkel wat een leerling al kan, maar vooral wat haalbaar is in het volgende leerjaar of traject. Dit toekomstgericht denken ondersteunt:

  • motivatie
  • reële ontwikkelingskansen
  • een duurzame schoolloopbaan

Zittenblijven kan een negatieve impact hebben op welbevinden en zelfvertrouwen. Daarom denk je altijd na over alternatieven die meer kansen bieden.

Flexibele trajecten

sla link op in klembord

Kopieer

Een secundaire school kan gebruik maken van een flexibel traject. Een principiële beslissing van het schoolbestuur is een voorwaarde die geldt voor alle flexibele trajecten.

De regelgeving is vrij complex. We beschrijven die uitvoerig in de tekst “Flexibele leertrajecten in het voltijds gewoon secundair onderwijs”.

Versnellen?

sla link op in klembord

Kopieer

Voor sommige leerlingen met een grote ontwikkeling- of leervoorsprong kan de leerhonger zo groot zijn, dat andere ondersteuning nodig is dan wat leraren in heterogene groepen kunnen opvangen via interne differentiatie en flexibele groepering. Als versnellen het juiste antwoord is op de onderwijsbehoeften van een leerling, is het in regel erg effectief.

Meer info vind je op de PRO.-pagina cognitief sterk functionerende leerlingen, regelgeving versnellen.

Contact

Raf Boelen
nascholer
modernisering

coördinator
leerondersteuning

secundair onderwijs
Vlaanderenbreed
      Jan Coppieters
      pedagogisch begeleider
      schoolbeleid en zorg
          ×
          Kijkt als...
          Niveau
          Regio
          Kan ik je helpen?