Een goed studiekeuzeadvies helpt een leerling om gericht en haalbaar verder te studeren.
Je formuleert zo’n advies wanneer een leerling voor een belangrijke keuze staat.
Dat gebeurt:
Het doel is altijd hetzelfde: je zoekt een zo goed mogelijke aansluiting tussen het profiel van de leerling en het profiel van de studierichting of het beroep. Je vertrekt vanuit de ambitie dat elke leerling kan groeien, mits de juiste begeleiding en leeromgeving.
Je adviseert in dialoog met ouders en leerling. Samen onderzoek je:
Op het einde van de eerste graad geef je een goed onderbouwd advies. Je houdt rekening met:
Advies met betrekking tot de arbeidsbereidheid en de arbeidsrijpheid met het oog op een mogelijke overstap naar duaal leren
Bij leerlingen uit arbeidsmarktgerichte of dubbele finaliteitsrichtingen moet de delibererende klassenraad een dubbel advies geven:
Dit advies is informatief, niet bindend. Je noteert het op het oriënteringsattest A of B.
Een sterk advies vertrekt van alle elementen die belangrijk zijn in de onderwijsloopbaan van de leerling:
Je doel is om de leerling te helpen het eigen keuzeproces opnieuw te activeren. Je kijkt niet alleen terug, maar ook vooruit.
Na de eerste graad geef je een advies voor een domein en een studierichting in de tweede graad. De verdiepingsdoelen en verbredingsdoelen in de leerplannen van de eerste graad van de A- en de B-stroom kunnen daarbij helpen.
Verdiepingsdoelen geven inzicht in:
Ze kunnen ook de delibererende klassenraad helpen bij het advies over de finaliteit van een te kiezen studierichting in de tweede graad.
Verbreding binnen de leerplannen kan helpen bij:
Alle leraren die de leerling lesgeven dragen bij. Soms organiseert de school een aparte studiekeuzeklassenraad. Die kijkt niet alleen naar het advies, maar ook naar het keuzeproces en de betrokkenheid van de leerling. Steeds vaker krijgt de leerling zelf een rol of inspraak.
Vermijd beslissingsfouten zoals stereotypering, veralgemening of intuïtieve aannames:
Onderzoek toont aan dat sociale achtergrond, verwachtingen en intuïtieve denkfouten het advies kunnen beïnvloeden. Daarom is bewustwording belangrijk. Je gaat actief op zoek naar informatie die je beeld nuanceert.
Enkele veelvoorkomende denkfouten en hoe je ze voorkomt:Beslissingsfout Goede aanpak De bevestigingsfout.
Je laat je leiden door een vermoeden en gaat niet of te beperkt na of het klopt.Check goed of je vermoeden klopt. Zoek actief naar uitzonderingen. De veralgemeningsfout.
Je maakt op basis van een bepaald voorval een profiel van de leerling en vervalt vervolgens in stereotypering en zichzelf vervullende voorspellingen (self-fulfilling prophecies).Geef bij zogenaamde overgangsgesprekken, waarbij een leraar de leraar van het daaropvolgende schooljaar informeert over de leerling, belangrijke informatie over het proces en de vorderingen van een leerling mee. Oorzaak-gevolg fout.
Je maakt een analyse van het gedrag van een leerling en corrigeert dat niet als je je hierin vergist.Maak een goede analyse van het gedrag van een leerling en sta open voor corrigerende feedback als je het verkeerd hebt. Fout omwille van actualiteitsgehalte.
Wat heel recent gebeurd is, erg opvalt, of wat je raakt, onthoud je langer en krijgt meer waarde. Dat kan vervolgens sterker doorwegen in een evaluatiegesprek.Wees je bewust van dat effect, zodat je kunt nuanceren.
Daarnaast ben je je bewust van risico’s als:
Een advies werkt het best als het slotstuk is van een duidelijk traject. Je bespreekt het altijd met de leerling en vaak ook met de ouders.
Je neemt daarbij een coachende houding aan:
Voorbeelden van sterke coachvragen:
o waardeer hun eerlijkheid
o onderzoek waarom ze het advies anders zien
o onderzoek samen mogelijke misverstanden of nieuwe inzichten.
o daag hen vriendelijk uit met vragen als: “Waarom volg je ons advies? Wat overtuigt je precies?”
Soms raakt een leerling niet verder in zijn studiekeuzeproces. Dat kan door:
Als dergelijke aspecten het keuzeproces van een leerling bemoeilijken, overleg dan met een collega en betrek een leerlingenbegeleider. Als de zorg zwaarder wordt, vraag je samen met de leerling of ouders ondersteuning van het CLB. Vanaf 12 jaar kan de leerling zelf een vraag stellen. Het CLB neemt dan de regie over en zet in op:
Bij deliberatie kijkt de klassenraad vooral vooruit. Je beoordeelt niet enkel wat een leerling al kan, maar vooral wat haalbaar is in het volgende leerjaar of traject. Dit toekomstgericht denken ondersteunt:
Zittenblijven kan een negatieve impact hebben op welbevinden en zelfvertrouwen. Daarom denk je altijd na over alternatieven die meer kansen bieden.
Je vindt hierover meer informatie in de tekst "APR3 voor het voltijds secundair onderwijs - De delibererende klassenraad in het gemoderniseerd secundair onderwijs".
Een secundaire school kan gebruik maken van een flexibel traject. Een principiële beslissing van het schoolbestuur is een voorwaarde die geldt voor alle flexibele trajecten.
De regelgeving is vrij complex. We beschrijven die uitvoerig in de tekst “Flexibele leertrajecten in het voltijds gewoon secundair onderwijs”.
Voor sommige leerlingen met een grote ontwikkeling- of leervoorsprong kan de leerhonger zo groot zijn, dat andere ondersteuning nodig is dan wat leraren in heterogene groepen kunnen opvangen via interne differentiatie en flexibele groepering. Als versnellen het juiste antwoord is op de onderwijsbehoeften van een leerling, is het in regel erg effectief.
Meer info vind je op de PRO.-pagina cognitief sterk functionerende leerlingen, regelgeving versnellen.