Inspirerend voorbeeld bij het leerplandoel “Een oplossing ontwerpen voor een probleem of uitdaging door wetenschappen, technologie of wiskunde geïntegreerd aan te wenden” in de studierichting Mechanica (LPD 4).

Het leerplandoel 'De leerlingen ontwerpen een oplossing voor een technisch probleem door wetenschappen, technologie of wiskunde geïntegreerd aan te wenden' komt zowel in de 1ste, 2de als 3de graad aan bod. In dit inspirerend voorbeeld vind je een situatieschets waarin we het doel hebben uitgewerkt.

Inleiding

sla link op in klembord

Kopieer

Het voorbeeld bouwt verder op de algemene tekst over dit leerplandoel. Deze verheldert de volgende elementen:

  • de beginsituatie over de studierichtingen heen; 
  • de eigenheid van het ontwerpproces; 
  • keuze van een probleem of uitdaging; 
  • geïntegreerd aanwenden van wiskunde, wetenschappen of technologie; 
  • algemene suggesties voor een didactische aanpak. 

Het is zinvol om met je collega’s in overleg te gaan over de wijze waarop leerinhouden van Wiskunde en Natuurwetenschappen aan bod zijn gekomen en hoe samenwerking tussen de vakken kan verlopen.

Opdracht en probleemstelling

sla link op in klembord

Kopieer

Situatieschets en criteria

sla link op in klembord

Kopieer

Je bent mechanisch onderhoudstechnicus in een machinebouwbedrijf. Bij het onderhoud en herstellen van machines moet je regelmatig nieuwe schroefdraad tappen in onderdelen. In het atelier worden het wringijzer en de verschillende tappen vaak gebruikt, maar de huidige houder waarin ze opgeborgen worden is onstabiel en valt gemakkelijk om wanneer er gereedschap in geplaatst wordt.
Je krijgt de opdracht om een nieuwe houder te ontwerpen waarin het wringijzer en alle tappen ordelijk, veilig en snel bereikbaar opgeborgen kunnen worden. De houder moet voldoende stabiel zijn, mechanisch stevig en compact genoeg om in het atelier gebruikt te worden.

Leerplandoelen

sla link op in klembord

Kopieer

Centrale leerplandoelen

sla link op in klembord

Kopieer

De volgende leerplandoelen komen nadrukkelijk aan bod. Ze staan centraal bij de didactische evaluatie van de opdracht.

II-Mec-a LPD 4: De leerlingen ontwerpen een oplossing voor een technisch probleem door wetenschappen, technologie of wiskunde geïntegreerd aan te wenden.

In relatie tot het Gemeenschappelijk funderend leerplan I-II-III-GFL

I-II-III-GFL-ddaa LPD 10: De leerlingen genereren creatieve ideeën om een probleem op te lossen en bespreken de uitvoerbaarheid ervan aan de hand van criteria.

Flankerende of optionele leerplandoelen

sla link op in klembord

Kopieer

Een gerichte selectie uit deze doelen kan geheel of gedeeltelijk, vooraf of gelijktijdig aan bod komen bij de realisatie van de opdracht in de klaspraktijk.

Het is belangrijk dat de probleemstelling aansluiting kan vinden bij de beginsituatie van de leerlingen. Om de nadruk op het ontwerpen te leggen vertrek je van een zekere voorkennis en vaardigheden. Als leraar zal je dus moeten inschatten wat de beginsituatie van de leerlingen is en bepaalde leerplandoelen nog eens moeten toelichten zodat je tot een kwaliteitsvol ontwerp komt.

In functie van het aanwenden van wetenschappen:

sla link op in klembord

Kopieer

II-MaVo-a LPD 18: De leerlingen verklaren fenomenen of toepassingen uit het dagelijkse leven aan de hand van snelheid, kracht, hefboom, druk, zichtbaar licht, straling of elektriciteit.

In functie van het aanwenden van wiskunde:

sla link op in klembord

Kopieer

  • II-Wis-a LPD 1: De leerlingen lossen vanuit betekenisvolle contexten problemen op door wiskundige concepten en vaardigheden in te zetten.
  • II-Wis-a LPD 2: De leerlingen voeren berekeningen uit met getallen, verhoudingen en procenten in betekenisvolle contexten. 
  • II-Wis-a LPD 4: De leerlingen leggen het verband tussen een 3D-situatie en 2D-voorstellingen ervan in betekenisvolle contexten. 

In functie van verdere integratie van technologie en het specifieke van de studierichting:

sla link op in klembord

Kopieer

  • II-Mec-a LPD 5: De leerlingen gebruiken machines, meetinstrumenten en gereedschappen en controleren de staat ervan.
  • II-Mec-a LPD 7: De leerlingen tekenen een werkstuk of constructie met 3D-software (mechanisch 3D en 2D). 
  • II-Mec-a LPD 9: De leerlingen analyseren de opdracht, maken een planning en voeren voorbereidende werkzaamheden uit. 
  • II-Mec-a LPD 10: De leerlingen verklaren aan de hand van een toepassing de begrippen kracht en krachtmoment. 
  • II-Mec-a LPD 17: De leerlingen passen niet-verspanende technieken toe. (3D-printen) 

Oplossen van een technisch probleem

Een oplossing ontwerpen

sla link op in klembord

Kopieer

De situatie verkennen

sla link op in klembord

Kopieer

De kans is groot dat leerlingen snel en oplossingsgericht aan de slag gaan. Dat is niet verkeerd, maar kan ertoe leiden dat bepaalde oplossingen onvoldoende toereikend of zelfs helemaal niet passend zijn. Je stimuleert de leerlingen om gegevens te verzamelen via observatie of gerichte vraagstelling. Daarbij kan je volgende vragen opwerpen:

  • Bespreking: Hoe ziet een degelijke houder voor een tappenset en wringijzers eruit?
    •  verkennen aan de hand van beeldmateriaal of bestaande voorbeelden in het atelier;
    •  wat stel je vast (vormgeving, stabiliteit, materiaalgebruik …);
    •  situatieschets bespreken (de bestaande houder valt om wanneer er tappen of het wringijzer in geplaatst worden).
  • Analyse van een bestaande houder of voorbeeld:
    • hoe ziet de huidige houder eruit;
    • uit welk materiaal;
    • welke vormgevingstechnieken werden toegepast;
    • kostprijs: budgettering;
    • eisen in functie van onderhoud;
    • keuzes maken:
      • welke schroefdraadtappen moeten worden opgeborgen in functie van grootte (M4, M5, M6, M8, ....);
      • welke types schroefdraadtappen (handtappen, machinetappen, rechte groeftappen, spiraalgroeftappen);
      • welke wringijzers moeten worden opgeborgen;
      • praktisch gebruik;
      • levensduur;
  • bepalen van de grootte van de houder in functie van de hoeveelheid schroefdraadtappen en wringijzers:
    • invloed (pro/contra) van een te kleine houder;
    • invloed (pro/contra) van een te grote houder.
  • vormgeving van de houder:
    • plaats van de verschillende tappen;
    • pasvorm van de gaten voor de tappen;
    • plaats van de verschillende wringijzers;
    • compacte en overzichtelijke indeling.
  • mechanische principes:
    • invloed van zwaartekracht op de stabiliteit;
    • invloed van het zwaartepunt op het kantelen van de houder;
    • verhouding tussen hoogte en breedte van de houder;
    • invloed van ongelijk verdeelde belasting.
  • materiaalkeuze en productie:
    • mogelijk materiaal voor de houder (kunststof, metaal, 3D-print);
    • stevigheid en duurzaamheid van het materiaal;
    • productiemethode (3D-printen, verspanen, plaatbewerking …);
    • kostprijs en materiaalverbruik. 
  • gebruiksgemak:
    • tappen snel en overzichtelijk kunnen nemen en terugplaatsen;
    • duidelijke ordening van de maten;
    • voldoende ruimte tussen de tappen;
    • veilig gebruik in het atelier.
  • Randvoorwaarden voor de oplossing:
    • houder moet stabiel zijn en niet omvallen;
    • alle onderdelen moeten ordelijk en snel bereikbaar zijn;
    • de houder moet mechanisch stevig zijn;
    • het ontwerp moet realiseerbaar zijn binnen de beschikbare middelen in het atelier. 

Welk doel heb je voor ogen?

sla link op in klembord

Kopieer

Natuurlijk wil je dat het probleem opgelost is of de uitdaging een antwoord heeft gekregen. Je kan denken aan volgende mogelijke outputvormen:

  • Een situatieschets (concept) van de nieuwe houder uittekenen.
  • De afmetingen van de verschillende onderdelen van de tapset en het wringijzer bepalen.
  • Het steunvlak en de vorm van de houder bepalen in functie van stabiliteit.
  • De positie van de tappen en het wringijzer in de houder bepalen.
  • Een technische tekening of 3D-model van de houder uitwerken.
  • Een prototype van de houder realiseren (optioneel), bijvoorbeeld via 3D-printen of een andere productietechniek.
  • Een presentatie (poster) maken van het concept en uitgewerkte oplossingen.

Oplossen via het integreren van wiskunde, wetenschappen of technologie

sla link op in klembord

Kopieer

Uitgaande van de geformuleerde probleemstelling kan wiskunde, wetenschappen of technologie in de oplossing worden geïntegreerd.

Mogelijke aanknopingspunten voor wetenschappen:

sla link op in klembord

Kopieer

  • Krachten en stabiliteit in mechanische systemen (stabiliteit van de houder) 
  • Concepten kracht, krachtmoment en hefboomwerking bij het gebruik van een wringijzer.
  • Invloed van zwaartekracht en zwaartepunt op het kantelen van de houder.
  • Invloed van wrijving en smering bij het tappen van schroefdraad.
  • Invloed van materiaal en krachten op het breken van een tap.

Mogelijke aanknopingspunten voor wiskunde:

sla link op in klembord

Kopieer

  • Problemen oplossen in een betekenisvolle context (dimensionering van de houder voor de tapset).
  • Berekeningen uitvoeren met lengtes, verhoudingen en afmetingen bij het bepalen van de afmetingen van de houder.
  • Berekenen van afstand, diameter en positie van de gaten voor de verschillende schroefdraadtappen.
  • Berekenen van het steunvlak en de verhouding hoogte/breedte in functie van stabiliteit.
  • Omzetten van 3D-situaties naar 2D-voorstellingen bij het maken van een schets of technische tekening van de houder.
  • Interpreteren van aanzichten en schaal bij het ontwerpen van het model. 

Mogelijke aanknopingspunten voor techniek/technologie en het specifieke van de studierichting

sla link op in klembord

Kopieer

  • Gebruik van meetinstrumenten en gereedschappen bij het bepalen van afmetingen van de tappen, het wringijzer en de houder.
  • Tekenen van een schets of technische tekening van de houder (2D of 3D).
  • Onderzoeken van de opdracht en opstellen van een werkvolgorde voor het ontwerpen en realiseren van de houder.
  • Gebruik van machines en gereedschappen bij het realiseren van een prototype.
  • Toepassen van niet-verspanende technieken bij het maken van de houder (bijvoorbeeld 3D-printen of lasersnijden).
  • Controleren van de maakbaarheid en stabiliteit van het ontwerp. 

Begeleiding van het ontwerpproces

sla link op in klembord

Kopieer

Je kan verschillende werkvormen hanteren door leerlingen individueel dan wel in groepjes te laten reflecteren over de gestelde vragen. De groepen kunnen vertrekken vanuit dezelfde basiscasus, maar extra uitdagingen aangeboden krijgen (zie 2.2). Op die wijze kan je, rekening houdend met de groepssamenstelling, diversifiëren en een aantal leerlingen gaan uitdagen.

We schetsen hieronder een mogelijk lesverloop en handvatten om het ontwerpproces te begeleiden.

Ontwerp een stabiele houder voor een tapset en wringijzer.
In het atelier wordt een tapset gebruikt met verschillende schroefdraadtappen (bijvoorbeeld M5, M6, M8, M10 en M12) en een wringijzer. Er bestaat reeds een houder voor deze onderdelen, maar deze valt regelmatig om wanneer de tappen of het wringijzer erin geplaatst worden. Hierdoor is het opbergen onveilig en onoverzichtelijk.
De opdracht bestaat erin een nieuwe houder te ontwerpen waarin de tappen en het wringijzer ordelijk, veilig en stabiel opgeborgen kunnen worden.

De leerlingen formuleren eerst zelf criteria waaraan een goede houder moet voldoen. Deze criteria helpen hen bij het beoordelen van hun ontwerp. 
Mogelijke criteria kunnen zijn:

  • alle schroefdraadtappen en het wringijzer moeten een vaste plaats krijgen;
  • de houder moet stabiel blijven staan, ook wanneer niet alle tappen aanwezig zijn;
  • de onderdelen moeten overzichtelijk opgeborgen kunnen worden;
  • de tappen en wringijzer(s) moeten gemakkelijk uitgenomen kunnen worden; 
  • de houder moet compact zijn en weinig plaats innemen;
  • de houder moet voldoende stevig zijn; 
  • het ontwerp moet realiseerbaar zijn met de beschikbare technieken (bijvoorbeeld 3D-printen of een andere productietechniek).

Ontwerp:

sla link op in klembord

Kopieer

Situatieschets (concept) van de houder voor de tapset en het wringijzer:

  • Bepaal de afmetingen van de verschillende onderdelen (schroefdraadtappen en wringijzer). 
  • Bepaal de indeling van de houder (positie van de tappen en het wringijzer). 
  • Onderzoek de stabiliteit van de houder (steunvlak, zwaartepunt, verhouding hoogte/breedte). 
  • Werk een technische tekening of 3D-model van de houder uit. 
  • De realisatie (optioneel).
  • Samenvatten in een presentatie of poster.

Ontwerpverloop

sla link op in klembord

Kopieer

Situatieschets van het eindproduct:

  • De leerling bekijkt de bestaande houder voor de tapset en het wringijzer en beschrijft het probleem. 
  • De leerling schetst een eerste concept van een nieuwe houder.
  • De leerling meet de afmetingen van de schroefdraadtappen en het wringijzer. 
  • De leerling noteert de belangrijkste maten (diameter, lengte, aantal tappen). 
  • De leerling bepaalt de positie van de tappen en het wringijzer in de houder. 
  • De leerling bepaalt de afstand tussen de verschillende tappen.
  • De leerling onderzoekt hoe de vorm en het steunvlak de stabiliteit beïnvloeden.
  • De leerling houdt rekening met zwaartekracht en de positie van het zwaartepunt. 
  • De leerling legt het verband met hefboomwerking bij een wringijzer. 
  • De leerling legt het verband waarom een lang wringijzer in een lage houder sneller kantelt (krachtmoment) 
    • M = F x L 
    • Hoe langer het wringijzer en hoe hoger het zwaartepunt, hoe groter de kans dat de houder kantelt.
      Het verband dat de leerling hier legt, draait om het vergroten van het moment. Omdat het wringijzer een grote lengte (L) heeft, kan een relatief kleine kracht (F) een groot moment (M) veroorzaken. 
  • De leerling tekent een mechanische tekening van de houder(2D-3D) .
  • De leerling maakt een prototype van de houder (bijvoorbeeld via 3D-printen of een andere techniek). 
  • De leerling test het prototype en evalueert of de houder voldoet aan de vooraf bepaalde criteria (stabiliteit, overzichtelijkheid, bruikbaarheid).
    Indien nodig stelt de leerling verbeteringen aan het ontwerp voor. 
  • Realisatie (optioneel) 
  • De leerling maakt een presentatie (poster) van zijn oplossing. 

Evaluatie

sla link op in klembord

Kopieer

De nadruk bij de evaluatie ligt op de centrale doelen. Volgende criteria kan je hanteren:

  • De leerling denkt creatief bij het ontwerpen van een oplossing:
    • genereert ideeën;
    • selecteert in functie van een geschikte oplossing;
    • ontwikkelt en brengt ideeën tot uitvoering;
  • De leerling verwerkt input van anderen (leerlingen, leraren, experten …) in zijn ontwerp.
  • Het ontwerp is een oplossing in de samenhang van alle criteria in de situatieschets.
  • Het ontwerp is uitvoerbaar.
  • Bouwt een argumentatie op in functie van gemaakte keuzes.

Daarnaast kan je een aantal criteria bij de flankerende leerplandoelen opnemen (zonder deze de bovenhand te laten innemen):

  • Een tekening uitwerken.
  • Een kostprijsberekening uitvoeren. 
  • Gebruik van meetinstrumenten en machines.
  • Gebruik van technische taal (vakterminologie).
  • ....

Je kan de evaluatie nog krachtiger maken door de leerlingen te betrekken bij het bepalen van de criteria en in de loop van het proces deze criteria te laten omschrijven en verfijnen.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?