De leerlingen illustreren kunst- en cultuuruitingen in relatie tot maatschappelijke domeinen en in tijd en ruimte.
In het glossarium vinden we terug dat illustreren het volgende betekent:
beschrijven (toelichten, uitleggen) aan de hand van voorbeelden
Laat leerlingen bijvoorbeeld:
kunstuitingen: denk maar aan schilderkunst, beeldhouwkunst, fotografie, strips, muziek, film, dans, toneel ...
cultuuruitingen:
Soms zijn kunstuitingen ook cultuuruitingen of omgekeerd. Maak je dus niet teveel zorgen of je met leerlingen aan het werken bent aan een kunstuiting of een cultuuruiting of beide. Laat ze vooral de relatie leggen met maatschappelijke domeinen, tijd en ruimte.
In het vak geschiedenis gaat men aan de slag met de volgende maatschappelijke domeinen. Je zou diezelfde hier ook kunnen inzetten:
Bevraag je bij de collega's van geschiedenis hoe men deze maatschappelijke domeinen uitlegt aan de leerlingen? Dan kan je hierbij aansluiten.
We nemen in wat volgt graag het sociale en het culturele domein samen omdat het in de situties die we naar voor schuiven moeilijk los te zien is van elkaar. We spreken van het sociaal-culturele domein.
LPD 13+ verwacht dat je kunst- en cultuuruitingen illustreert (beschrijft, toelicht, uitlegt) aan de hand van voorbeelden. EN dat je dit in relatie brengt met maatschappelijke domeinen, tijd en ruimte. Deze moeten alle 3 hierbij aan bod komen. In wat je vertelt/schrijft/in beeld brengt... omtrent de kunst- en/of cultuuruiting, laat leerlingen de relatie leggen met 1 of meerdere maatschappelijke domeinen, tijd en ruimte.
Er staan enkele begrippen in het leerplan die verduidelijking voor de leerlingen zullen vragen. Haal voorkennis op of leer ze kennismaken met de begrippen kunst- en cultuuruitingen, maatschappelijke domeinen, tijd en ruimte.
Je zou de les kunnen starten met verkennen van enkele begrippen: kunstuiting, cultuuruiting, tijd, ruimte.
Bij wijze van voorkennis gaan we er hier even van uit dat de leerlingen voorkennis hebben over het begrip 'cultuur' en 'kunst', anders verduidelijk je deze begrippen best eerst.
Verspreid heel wat foto's/afbeeldingen doorheen de klas (op de vensterbank, op de banken ...). In het midden ligt een assenstelsel op enkele banken waar bij de x-as (van links naar rechts) de woorden vroeger en nu liggen en bij de y-as (van boven naar onder) de woorden dichtbij en veraf.
Wat de foto's/afbeeldingen betreft, denk maar aan bekende gebouwen, beeldhouwkunst, schilderkunst, teksten van liedjes, strips/manga, dansende mensen, gerechten, traditionele kledij, iemand op de catwalk, dagdagelijkse kledij in verschillende culturen, rituelen zoals kruisteken geven op het voorhoofd van een kindje voor het slapengaan, vlaggen, uitspraken bv. een typisch West-Vlaamse uitspraak, bekende zangers/zangeressen, religieuze symbolen, typische volksspelen, games, ...
Opdracht voor de leerlingen:
Besluit bv. na deze opdracht dat:
Zoals hierboven reeds aangegeven, raadpleeg je collega van geschiedenis voor een omschrijving van de maatschappelijke domeinen.
Opdracht voor de leerlingen:
Je krijgt een aantal artikels, videofragmenten, foto's ... Geef aan bij welk maatschappelijk domein(/en) dit hoort en leg uit waarom.
Inspiratie/voorbeelden met betrekking tot het sociaal-culturele domein:
Geef de leerlingen bronnenmateriaal (foto's, filmpjes, artikels, ...) omtrent verschillen tussen culturen (op vlak van gerechten, kledij, omgaan met elkaar ... zowel in binnen- als buitenland). Denk maar aan het omgaan met elkaar binnen het gezin, in de buurt, in de jeugdbeweging, op school ... en de cultuuruitingen die hieraan gekoppeld zijn (bv. welke waarden en normen staan voorop en hoe uit dit zich in gedrag, kledij, eten/drinken...).
Inspiratie/voorbeelden met betrekking tot het economische domein:
Inspiratie/voorbeelden met betrekking tot het politieke domein:
Dit zijn oefeningen waarbij de leerlingen oefenen op de verwachting van het leerplandoel.
Inspiratie om op een meer concrete manier te komen tot de verwachting van het leerplandoel en eerder in te zetten op toepassend leren
Leerlingen in een basisoptie Maatschappij en welzijn A-stroom krijgen de kans om te ontdekken of hun mogelijkheden en interesses eerder bij de D-finaliteit dan wel de D/A-finaliteit aanleunen. Vandaar is het leerrijk voor leraar en leerling om de eigenheid van beide finaliteiten te leren kennen. Hierna zetten we in op het toepassend leren.
Verwachtingen verduidelijken:
Online zijn er veel voorbeelden te vinden van het imiteren van kunst, waarbij mensen bv. een bestaand schilderij zelf uitbeelden/namaken (zo letterlijk mogelijk proberen namaken, vertalen naar een hedendaagse setting ...). Typ dat maar eens in, in je browser.
Er zijn ook bestaande kunstenaars die met dit idee aan de slag zijn gegaan. Denk maar bv. aan Athos Burez die een moderne interpretatie heeft gemaakt van James Ensor en zijn werk De Baden van Oostende.
De verwachting van het leerplandoel is niet dat de leerlingen zo een vertaling kunnen maken. Je kan er dus zelf voor kiezen of je leerlingen hier zelf mee laat experimenteren of laat kijken naar een bestaand voorbeeld. We gaan in dit inspirerend voorbeeld even verder met het idee dat je leerlingen hiermee laat experimenteren.
Als je leerlingen zelf een vertaling laat maken van bv. een schilderij naar een hedendaagse context kan je volgende begeleidende vragen voorzien:
Laat de leerlingen hun zelf gemaakte of gekozen werk voorstellen aan elkaar. In deze voorstelling moeten onderstaande zaken aan bod komen:
Inspiratievragen die je kan voorzien:
Inspiratie om op een meer abstracte manier te komen tot het verwachte niveau van het leerplandoel en eerder in te zetten op onderzoekend leren
Leerlingen in een basisoptie Maatschappij en welzijn A-stroom krijgen de kans om te ontdekken of hun mogelijkheden en interesses eerder bij de D-finaliteit dan wel de D/A finaliteit aanleunen. Vandaar is het leerrijk voor leraar en leerling om de eigenheid van beide finaliteiten te leren kennen. Hierna zetten we in op het onderzoekend leren.
Andere aanpak bij voorbeeld 1 om er op een meer onderzoekende manier mee aan de slag te gaan
Bovenstaand voorbeeld kan je abstracter maken door leerlingen bv. informatie te laten opzoeken over het werk en hen zelf niet te laten experimenteren met een imitatie.
Verwachtingen verduidelijken:
Toon de foto nog niet aan de leerlingen en vertel ook nog niks over de foto. Geef hen de volgende opdracht:
5 x 2
Je krijgt straks een foto te zien.
Think, puzzle, explore
Wat denk je nu al te kunnen weten van dit kunstwerk?
Wat vraag je je af als je naar dit kunstwerk kijkt?
Waar zou de foto gemaakt kunnen zijn?
Waar denk je dat deze hut voor gebruikt zou kunnen worden?
Wildschut maakte deze foto in Calais. Weten we nu meer?
Geef de leerlingen nu wel wat informatie over de foto/fotograaf (bron):
Opdracht (mogelijkheid 1)
Opdracht (mogelijkheid 2)
Je kan de adjectiefklok gebruiken (= een inspiratie van de collega's Artistieke vorming) om leerlingen te laten nadenken over beleving (wat straalt het volgens hen uit). De adjectiefklok kan je terugvinden onderaan in de bijlage: kijk- en luisterwijzer voor Artistieke vorming.
Verwachtingen verduidelijken:
Ga met leerlingen aan de slag rond traditionele gerechten. Laat ze een land en gerecht kiezen en dit voorstellen aan elkaar op basis van volgende vragen.
Dit vertelt iets over 'ruimte'.
Dit vertelt je iets over 'tijd' en 'ruimte'.
Samenvattend: deze ideeën een plaats geven in een matrix finaliteiten en interessegebieden
Wanneer we de lesinspiraties uit de middenfase een plaats proberen te geven in een matrix die een onderscheid maakt tussen de eigenheid van finaliteiten en de interessegebieden; dan zou dit volgend resultaat kunnen opleveren.
Stel de leerlingen de volgende vraag op een exit ticket (= iets dat ze moeten afgeven voor ze de les verlaten):
Geef een voorbeeld van een kunst- of cultuuruiting en leg hierbij de relatie uit met 1 of meerdere maatschappelijke domeinen, tijd en ruimte.



