“Hij keek naar het water als gevlochten glas en dacht aan alles wat hij niet kon krijgen. Olympia - zij was hem niet gegund. Parijs - het was hem niet gegund. Het grote geluk was hem niet gegeven. Hij was geen exotisch dier, geen luipaard, geen jachtluipaard. Hij was een rat, een wasbeer - een ordinaire verschijning. Niets zou hem ooit toekomen.”
Cricket is amper zestien wanneer hij tot deze pijnlijke conclusie komt. Het is een gedachte die je verwacht van iemand die al een heel leven achter zich heeft, niet van een jongen bij wie alles nog moet beginnen. Juist daarin schuilt voor mij de kracht van Contrapposto: het laat zien hoe diep onzekerheid en het verlangen naar erkenning kunnen wortelen, lang voordat het volwassen leven echt van start gaat.
Dit is geen roman die je in een strak plot probeert te duwen. Het is eerder een verhaal dat zich langzaam ontvouwt, vol observaties, verlangen, kunst en de voortdurende zoektocht naar wie je bent en wie je zou willen zijn. Soms moest ik een zin zelfs opnieuw lezen, niet omdat hij ingewikkeld was, maar omdat er zoveel in verscholen zat.
Misschien was er geen mooiere manier om het boek te laten eindigen dan met de verwijzing naar de Gorges du Verdon in het allerlaatste hoofdstuk. Tussen die plek en de innerlijke wereld van Cricket ontstaat iets van contrast en echo tegelijk: grootsheid van het landschap tegenover de kleinheid die hij in zichzelf voelt. Dat beeld bleef nog even hangen, ook nadat het boek al dicht was.
Sommige boeken onthoud je om hun verhaal. Andere om de manier waarop ze je laten kijken. Contrapposto hoort voor mij zonder twijfel bij die tweede categorie.
EXTRA
De titel Contrapposto verwijst niet zomaar naar een kunsthistorische term, maar fungeert als een metafoor voor het hoofdpersonage en zijn levenshouding.
In de beeldende kunst is contrapposto een houding waarbij een figuur het lichaamsgewicht op één been laat rusten. Daardoor ontstaan subtiele tegenbewegingen: de heup kantelt, de schouders draaien licht de andere kant op en het lichaam oogt levendig en natuurlijk. Het bekendste voorbeeld is Doryphoros, later ook meesterlijk toegepast in Michelangelos David.
Bij Dave Eggers krijgt dat begrip een diepere, existentiële betekenis.
Het hoofdpersonage Cricket leeft voortdurend in een soort innerlijk contrapposto:
“Hij keek naar het water als gevlochten glas … Het grote geluk was hem niet gegeven.”
Daar zie je iemand die al op jonge leeftijd twee tegengestelde krachten in zich draagt: een enorme gevoeligheid voor schoonheid én een bijna verlammend gevoel dat hij daar nooit deel van zal uitmaken. Net zoals een contrapposto-beeld letterlijk in evenwicht blijft dankzij tegengestelde spanningen, blijft Cricket overeind dankzij die innerlijke tegenstelling. Hij staat nooit echt stil, maar vindt ook nooit volledige rust.
Dat maakt de titel bijzonder treffend. Het gaat niet alleen over kunst, maar ook over de menselijke conditie: leven is voortdurend balanceren tussen hoop en teleurstelling, verlangen en aanvaarding.

