Een ruimtekader kan je omschrijven als een samenhangend geheel van kennis waarbinnen leerlingen plaatsen en ruimtelijke fenomenen ruimtelijk kunnen situeren en ordenen. Ruimtekaders worden in het basisonderwijs veelal beschouwd als de visuele vormgeving van die kennis zoals pictogrammen, de wereldbol, kaarten enzovoort.
Deze leerroute omvat een handig overzicht van de ruimtekaders die noodzakelijk zijn in de verschillende leerjaren. Je krijgt ook de nodige handvatten om ruimtekaders functioneel in te zetten en om met je team tot afstemming te komen op schoolniveau.
Een ruimtekader kan je omschrijven als een samenhangend geheel van kennis waarbinnen leerlingen plaatsen en ruimtelijke fenomenen ruimtelijk kunnen situeren en ordenen. Ruimtekaders worden in het basisonderwijs veelal beschouwd als de visuele vormgeving van die kennis zoals pictogrammen, de wereldbol, kaarten enzovoort.
Ruimtekaders omvatten onder meer kennis over:
In het basisonderwijs worden ruimtekaders via de verticale leerlijnen in Op.stap, leerroutes voor iedereen stelselmatig opgebouwd. De leerlijnen en leerplandoelen zelf geven duidelijk aan welke ruimtekaders wanneer in het leerproces aan bod dienen te komen. Leerlingen worden zo steeds competenter in het situeren en ordenen van kennis over plaatsen en ruimtelijke fenomenen. Dit gebeurt op verschillende schaalniveaus: de gemeente, België, Europa en de wereld. De kennis sluit aan bij de leefwereld van de kinderen, maar wordt vanaf de kleuterschool ook bewust verruimd naar de hele wereld.
Ruimtekaders bieden de leerlingen houvast om hun aardrijkskundige kennis te verbinden met hun kennis over topgrafie en hun kennis op het vlak van aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken. Samen met tijdkaders zijn het visuele, doorlopende structuurdragers die leerlingen helpen om grip te krijgen op de wereld in het heden, het verleden en in de toekomst.
De verticale leerlijnen en de leerplandoelen in de discipline aardrijkskunde vermelden welke ruimtekaders wanneer in het leerproces aan bod dienen te komen. Daarenboven wordt in de ‘Materiële vereisten’ per domein en per onderwijsniveau aangegeven welke materialen nodig zijn om de doelen van de discipline aardrijkskunde te realiseren.
Onderstaand overzicht geeft op basis van de leerplandoelen per leerjaar aan welke ruimtekaders noodzakelijk zijn (zwart X). Richtinggevend wordt ook aangegeven welke ruimtekaders nog gebruikt kunnen worden (grijs X).
In de visie over de discipline aardrijkskunde wordt benadrukt dat in elke aardrijkskundeles de plaatsen en ruimtelijke fenomenen ook ruimtelijk gesitueerd moeten worden. Het louter ophangen van een welbepaalde kaart in een klas is dus niet voldoende. Het aanwenden van ruimtekaders veronderstelt een actieve zichtbaarheid en doelgericht gebruik ervan, ook tijdens andere lessen dan de aardrijkskundelessen.
Een functioneel gebruik van ruimtekaders impliceert ook de koppeling ervan met de leefwereld van de kinderen, de schoolomgeving en de actualiteit. Hoe vaker aardrijkskundige kennis intentioneel gekoppeld worden aan die visuele ankers, des te beter ze verankerd worden in het geheugen van de leerlingen en ze bijdraagt tot de opbouw van het geografisch wereldbeeld bij de leerlingen.
Het is noodzakelijk om op schoolniveau te voorzien in afstemming van de ruimtekaders, zowel op inhoudelijk als vormelijk vlak. Onderstaand stappenplan kan gevolgd worden om tot die afstemming te komen.
