Het decreet rechtspositie biedt de personeelsleden decretale zekerheid over hun rechtspositie bij overname van hun school door een ander bestuur.
Artikel 74 van het Decreet rechtspositie biedt de personeelsleden decretale zekerheid over hun rechtspositie bij overname van hun school door een ander bestuur: daarbij verkrijgen ze de hoedanigheid van personeelslid van het overnemende bestuur, met behoud van het statuut van vaste benoeming of tijdelijke aanstelling.
Worden evenzo overgenomen:
De overname van de school door een ander bestuur heeft dus geen nadelige gevolgen voor het statuut van de personeelsleden.
Door de fusie krijgen de overgedragen personeelsleden een nieuwe werkgever, de nieuwe vzw. De overname van de personeelsleden gebeurt van rechtswege op het moment van de fusie. Ze worden dus automatisch personeelslid van het nieuwe bestuur. Tenzij de school overgenomen wordt door een ander net, kan een personeelslid zich niet verzetten tegen de overname.
De personeelsleden hebben recht op informatie over de fusie. Dit informatierecht behoort tot de bevoegdheden van het LOC. Strikt genomen volstaat het dus om het LOC te informeren, toch raden we aan om de individuele personeelsleden op de hoogte te brengen.
De arbeidsovereenkomst vormt één geheel met andere teksten, zoals het opvoedingsproject en het arbeidsreglement. Meestal zijn deze teksten schoolgebonden en beschikt elke instelling over een eigen arbeidsreglement en opvoedingsproject.
Je moet erover nadenken of je dit wenst te behouden in de nieuwe structuur of dat je met gelijklopende teksten zal werken voor alle instellingen van het nieuwe schoolbestuur. Dit gebeurt best in de voorbereidende fase van de fusie.
Het spreekt voor zich dat de nieuwe teksten overhandigd worden aan de personeelsleden.
Juridisch gezien is de verkrijgende vzw vanaf de ingangsdatum van de overdracht van het personeel dus de nieuwe werkgever. In bepaalde wetteksten (meer bepaald art. 107, lid 2 in fine De- creet Basisonderwijs en art. 11 Codex Secundair Onderwijs) staat te lezen dat “de overheveling van een school naar een ander schoolbestuur ten aanzien van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming pas uitwerking heeft op 1 september”.
Contacten met het Departement Onderwijs hebben geleerd dat deze teksten nooit de bedoeling hadden om in te grijpen in een onderling overeengekomen overhevelingsdatum. Concreet betekent dit dat de overheveling voor de overheid pas uitwerking heeft vanaf 1 september, maar dat de schoolbesturen vrij zijn om zelf het moment van fusie en overheveling te bepalen.
Ook de fusie door inbreng om niet heeft tot gevolg dat alle rechten en plichten van de inbrengende vzw vanaf de ingangsdatum worden overgenomen door de verkrijgende vzw. Hiertoe behoren ook de rechten en plichten tegenover het personeel van de inbrengende vzw.
Juridisch gezien is de verkrijgende vzw vanaf de ingangsdatum de nieuwe werkgever van deze personeelsleden. Ook hier volstaat een kennisgeving bij aan het personeelslid. De bemerking hierboven aangaande over de ingangsdatum en het Departement Onderwijs geldt hier evenzeer.
Een fusie kan een herschikking van het evaluatorenteam tot gevolg hebben. Meer bepaald kan er een wijziging (nodig) zijn van de tweede evaluator van personeelsleden aangesteld in een wervings- of selectieambt of van de evaluator(en) van de personeelsleden aangesteld in een bevorderingsambt, zijnde het schoolbestuur.
De (nieuwe) raad van bestuur zal over eventuele wijzigingen beslissen. De gewijzigde evaluatorenlijst moet vervolgens bekendgemaakt worden aan de personeelsleden. Ook op de functiebeschrijving van elk personeelslid moeten de namen aangepast worden.
Het schoolbestuur is de bevoegde tuchtoverheid en kan beslissen om een tuchtprocedure tegen een personeelslid op te starten. Een wijziging van het schoolbestuur heeft tot gevolg dat de tuchtbevoegdheid bij de nieuwe werkgever, de nieuwe vzw, komt te liggen.
Indien er al een tuchtprocedure lopende is, raden wij aan dat de nieuwe raad van bestuur de beslissing tot het opstarten van een tuchtprocedure en alle maatregelen die in dit kader werden genomen door de oorspronkelijke tuchtoverheid, bekrachtigt. Indien er eveneens een tuchtcommissie werd gemandateerd en deze kan behouden blijven, moet ook die mandatering worden bekrachtigd.
Indien de nieuwe tuchtoverheid meent dat er ingevolge de fusie een nieuwe tuchtcommissie moet worden samengesteld, zal zij hiervoor de nodige mandaten moeten geven en opnemen in de notulen van de raad van bestuur. Let op: dit is niet in elke fase van de tuchtprocedure aangewezen. Neem zeker contact op met de Dienst Personeel in voorkomend geval.
De meeste instellingen van het katholiek onderwijs hebben een lokaal onderhandelingscomité (LOC) kunnen oprichten, zoals decretaal voorgeschreven. In het LOC onderhandelt het schoolbestuur met afgevaardigden van het personeel over de aanvullende regels (d.w.z. aanvullend bij de wettelijke bepalingen) over de algemene principes van het personeelsbeleid, de regeling rond evaluatie, het verlovenbeleid, het nascholingsbeleid, de maatregelen van inwendige orde ... Verder heeft het LOC ook informatie-, toezichts- en bemiddelingsbevoegdheid.
In het LOC is het schoolbestuur vertegenwoordigd door afgevaardigden die voldoende moeten gemandateerd zijn om het schoolbestuur te verbinden in het LOC. Bij overname van een school moet het overnemende schoolbestuur afgevaardigden uit de eigen rangen mandateren om in het LOC te zetelen; hun aantal moet gelijk zijn aan dat van de personeelsgeleding.
Samengevat
De overname van een school door een ander schoolbestuur behoort niet tot de onderhandelingsbevoegdheid van het LOC, maar valt wel onder het informatierecht ervan (art. 28 van het LOC-decreet van 5 april 1995).
Per school wordt er een LOC opgericht. Het decreet biedt de mogelijkheid om na akkoord met de afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties van elke betrokken school:
Deze mogelijkheden kunnen pas gebruikt worden wanneer de LOC’s opnieuw moeten samengesteld worden. Op deze manier wordt de inspraak op grotere schaal georganiseerd en wordt een veelheid aan participatieorganen binnen de perken gehouden.
In afwachting hiervan kan er tijdens een lopende mandaatperiode voor geopteerd worden om een gemeenschappelijk LOC op te richten waarbij de onderliggende LOC’s blijven bestaan.
De meeste schoolbesturen hebben voor hun personeel een verlovenbeleid uitgetekend, waarin de principes zijn vastgelegd voor de toekenning van verlofstelsels die geen recht zijn. Het schoolbestuur dat een school overneemt, zal voor al zijn scholen een gemeenschappelijk verlovenbeleid uitwerken, na hierover te hebben onderhandeld in het LOC van elke school waar in belangrijke mate wordt afgeweken van de principes die er voorheen golden. Eenmaal die principes zijn vastgelegd, worden ze duidelijk gecommuniceerd aan alle personeelsleden.
Personeelsleden die een verlof wensen te nemen, richten de aanvraag daartoe tot het bestuur dat op dat ogenblik de werkgever is, en krijgen daarvoor een toestemming of een weigering overeenkomstig het verlovenbeleid van dat bestuur. Het ligt voor de hand dat het overnemende bestuur niet terugkomt op de verloven die reeds waren toegestaan door het vorige bestuur.
De overname van een school door een ander bestuur wijzigt niets aan de tijdelijke aanstelling of vaste benoeming die gesubsidieerde personeelsleden reeds verkregen hebben. Wel wordt het overnemende schoolbestuur de nieuwe werkgever vanaf de datum van overname, en deze verandering moet als kennisgeving worden overhandigd aan elk personeelslid.
Tijdelijke personeelsleden in een wervingsambt (onderwijzer, leraar, administratief
medewerker …) kunnen onder bepaalde voorwaarden voorrangsrecht genieten voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Binnen de huidige regelgeving is dit voorrangsrecht nog gekoppeld aan de entiteit scholengemeenschap, ongeacht het schoolbestuur. Dit TADD-recht wordt verworven mits een zekere anciënniteit in een bepaald ambt in de scholengemeenschap; daarbij heeft het geen belang tot welk schoolbestuur de instellingen behoren waar de anciënniteit werd opgebouwd.
Anderzijds geldt het TADD-recht enkel binnen de scholengemeenschap, en geldt het niet in instellingen die deel uitmaken van een andere scholengemeenschap, zelfs niet als die behoren tot hetzelfde schoolbestuur. Dit betekent dat de overname van een school door een ander bestuur geen gevolgen heeft voor het TADD-recht dat tijdelijke personeelsleden kunnen genieten: hun rechten blijven steeds gekoppeld aan de scholengemeenschap.
Voor vaste benoeming in een wervingsambt is de belangrijkste voorwaarde dat het personeelslid op de vooravond (meestal 30 juni) voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in de scholengemeenschap. Benoeming is dus niet mogelijk in een andere scholengemeenschap, ook niet in een instelling die tot hetzelfde schoolbestuur behoort. Een schoolbestuur kan wel als benoemingsvoorwaarde eisen dat de kandidaat 360 dagen anciënniteit heeft verworven bij het schoolbestuur. De anciënniteit die is opgebouwd in een school die wordt overgenomen door een ander bestuur, wordt beschouwd als zijnde opgebouwd bij het overnemende bestuur.
In selectie- en bevorderingsambten (technisch adviseur, directeur …) geldt er geen voorrangsrecht voor tijdelijke aanstelling, en gelden andere benoemingsvoorwaarden. Het personeelslid kan namelijk recht op benoeming in een concrete betrekking laten gelden nadat het twee volledige schooljaren is aangesteld geweest in die concrete vacante betrekking, dus in dat bepaalde ambt in die bepaalde instelling. Als een instelling in de loop van de twee schooljaren wordt overgenomen door een ander bestuur, doet dat niets af aan zijn recht op benoeming na verloop van die termijn.