9 februari 2023 - Gedachtewisseling over het jaarverslag 2020-2021 en 2021-2022 van de erkende instanties en vereniging levensbeschouwelijke vakken: een bondig commentaar

De gedachtewisseling over deze jaarverslagen sloot inhoudelijk naadloos aan bij (recente) andere parlementaire besprekingen: de actuele vraag over nieuwe leerboeken voor het islamonderwijs en de actuele vraag over de ontwikkelingen in de Franse Gemeenschap inzake levensbeschouwelijk onderwijs van slechts één dag eerder. Bovendien zou er na deze gedachtewisseling in de namiddagvergadering nog een vraag om uitleg volgen over het tekort aan leraren levensbeschouwelijke vakken, waarover je elders op deze pagina’s kunt lezen.

De aanwezige vertegenwoordigers van wie meerdere maar niet allemaal ook effectieve sprekers waren: Jürgen Mettepenningen (bisschoppelijk afgevaardigde voor het onderwijs aartsbisdom Mechelen-Brussel), Hein Van Renthergem (inspecteur-adviseur coördinator rooms-katholieke godsdienst), Maurice van Stiphout (algemeen secretaris Erkende Instantie rooms-katholieke godsdienst, voorzitter Erkende Instanties & Vereniging), Sylvain Peeters (voorzitter Raad voor Inspectie & Kwaliteitszorg niet-confessionele Zedenleer), Thierry Vervoort (inspecteur-adviseur coördinator niet-confessionele zedenleer), Christophe Van Waerebeke (stafmedewerker Raad voor Inspectie & Kwaliteitszorg niet-confessionele Zedenleer, secretaris Erkende Instanties & Vereniging), Aysel Bayraktar (voorzitter Centrum Islamonderwijs), Ahmed Azzouz (inspecteur-adviseur islamitische godsdienst), Eric Corthauts (voorzitter Erkende Instantie van de protestants-evangelische godsdienst), Gottlieb Blokland (inspecteur-adviseur protestants-evangelische godsdienst), Philippe De Bruyn (inspecteur-adviseur orthodoxe godsdienst), Moses Mund (inspecteur-adviseur Israëlitische godsdienst), Stephen Murray (secretaris-generaal van het Centraal Comité van de Anglicaanse Eredienst in België) en Birte M. Day (inspecteur-adviseur anglicaanse godsdienst).

Er werden traditiegetrouw heel veel vragen gesteld door de onderwijscommissarissen, maar gelet op het thema, zéker nu. Maar eigenlijk was dat te veel voor het al bij al beperkte tijdbestek van de commissievergadering. Slechts een deel van de vragen werd mondeling tijdens de vergadering zelf beantwoord, de andere vragen zouden schriftelijk beantwoord worden, maar misschien liet een uitspraak van commissievoorzitter Karolien Grosemans aan het eind nog een opening voor een ander vervolg.

Ik kan het overzicht, gelet ook op de recente actuele vragen (cf. supra), hier dan ook beperken tot enkele hoofdzaken:

  • in de vele vragen kwamen uiteraard meteen de al langer gekende standpunten en bekommernissen in diverse gradaties van de verschillende politici aan bod;
  • Jean-Jacques De Gucht trok als eerste direct zijn bekende, kritische registers helemaal open, die trouwens ook door meerdere andere politici bespeeld werden, met hier en daar weliswaar nog enige, ietwat verschillende nuances en ook niet met 100 procent transparantie (Kathleen Krekels, Hannelore Goeman, Jan Laeremans, Johan Danen, Kristof Slagmulder, die meer dan de anderen uitsluitend en heel kritisch inzoomde op de islamgodsdienstlessen, en Koen Daniëls); Loes Vandromme toonde zich als enige expliciet positiever en constructiever ten aanzien van de gepresenteerde acties en ontwikkelingen;
  • de fundamentele, concrete punten van Jean-Jacques De Gucht, die door de anderen met wat variatie en deels herhaald werden bij hun vragen, gingen over: geen lesgeven in een levensbeschouwing (cf. catechese), wél over levensbeschouwingen, het heel beperkte aantal inspecteurs-adviseurs, het problematische aantal (vereiste) bekwaamheidsbewijzen van leraren levensbeschouwelijke vakken en het probleem van Dyanet-lesmateriaal tegenover de nieuwe leerboeken Sira van Uitgeverij Van In;
  • in de antwoorden van de externe sprekers hoorde ik enkele nuances bij bepaalde kritieken van de politici naast ook een aantal positieve elementen: inzake bekwaamheidsbewijzen van leraren levensbeschouwelijke vakken was de situatie een stuk genuanceerder en rooskleuriger dan wat daarover nogal eens in de media verteld werd en bovendien waren de voorbije jaren, met name voor de islamgodsdienst, grote stappen vooruitgezet (cf. lerarenopleidingen islamitische godsdienst in diverse hogescholen en opleiding in de KU Leuven met plannen voor een aparte website à la de Thomas-website); blijkbaar was wat Jean-Jacques De Gucht voor de tweede keer citeerde over de redenen waarom een vrouw getrouwd werd (sic) uit een bestaand handboek islamgodsdienst volgens spreker Ahmed Azzouz onvolledig, die wel erkende dat bestaande handboeken (gedrukt in Turkije, geschreven in Vlaanderen) gedateerd waren en net daarom het initiatief van Van In heel enthousiast verdedigde en zou aanbevelen;
  • het argument van het (in bepaalde gevallen) heel kleine aantal inspecteurs-adviseurs (zeker bij De Gucht en Goeman) werd door enkele sprekers met de glimlach geïnterpreteerd als een reden om het contingent inspecteurs-adviseurs duidelijk te vergroten, maar men kon zich wel afvragen of die bewuste politici dát eigenlijk wel bedoelden; overigens kon de glimlach/milde ironie van enkele externe sprekers evengoed betekenen dat zij wel begrepen dat méér inspecteurs-adviseurs krijgen wellicht ijdele hoop was (cf. infra: over de rol van de ‘gewone’ Onderwijsinspectie);
  • het lopende alternatieve proefproject in de derde graad van het GO! (Interlevensbeschouwelijke dialoog (ILD), met leerplan D-D/A en leerplan A) was voor de betrokkenen een positieve ervaring, weliswaar mét enkele aandachtspunten (probleem van concrete materialen en organisatorisch probleem van grote leerlingengroepen), maar spreker Gottlieb Blokland stelde wel uitdrukkelijk dat ook in dat proefproject de dialoog het best gevoerd werd vanuit de eigen achtergrond, wat volgens mij niet meteen spoorde met de zienswijze van De Gucht, Goeman, Danen, …; Ahmed Azzouz (en ook een van de mensen van niet-confessionele zedenleer trouwens) sprak heel positief over het andere project inzake actief burgerschap in het Stedelijk Onderwijs Antwerpen;
  • in het laatste deel van de vergadering lichtten de diverse externe sprekers nog alleen toe hoe inspecteurs-adviseurs aangeworven werden en hoe het zat met de respectieve leerplannen (en ontwikkelingen daarrond);
  • door tijdgebrek kwam er dus voorlopig geen antwoord op een aantal gestelde vragen: hoeveel ouders van vijfjarige kleuters kozen op dit moment voor de zgn. opt-in, wat een levensbeschouwelijk vak betrof; quid met de (grotere?) rol van de gewone Onderwijsinspectie inzake levensbeschouwelijke vakken; wat primeerde bij een inhoudelijk conflict tussen een levensbeschouwelijk vak en andere vakken (cf. ook: bij een conflict tussen wet en religie zegt een aanzienlijk deel van gelovigen uit de tweede generatie dat religie primeert, aldus Koen Daniëls: hoe gaat de levensbeschouwelijke inspectie in kwestie daarmee om); wat vond men van de houding van bv. minister Weyts dat inzake een vrijstelling van een levensbeschouwelijk vak (maar ook algemener) zulke uren, indien gewenst, ook moesten kunnen worden ingevuld met Nederlands en wiskunde (cf. ook het verhaal van de grondwetsherziening);
  • wat dat laatste betreft, lijken mij de precieze agenda’s van de diverse, kritische politici over de huidige werkwijze met levensbeschouwelijke vakken (conform artikel 24 van de Grondwet) voorlopig nog niet helemaal duidelijk, maar we zullen daarover zeker in de toekomst nog meer horen: zelf kan ik me bijvoorbeeld wel niet voorstellen dat wat zich nu mogelijk aan het aandienen is voor het officieel onderwijs ook meteen een duidelijke impact op bijvoorbeeld het katholiek, vrij onderwijs zou hebben, want in zulk een verregaand scenario zou van vrijheid van onderwijs (cf. artikel 24) eigenlijk helemaal niets meer overblijven, toch?

Ten slotte verwijs ik nog heel graag naar de video [vanaf 12:18] van de bespreking op de website van het Vlaams Parlement in afwachting van het formele, parlementaire verslag.

Reageren op dit commentaar kan bij Wilfried Van Rompaey wifried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen.

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio