8 januari 2026 – Aantal afgestudeerde leraren effectief voor klas

Loes Vandromme baseerde haar vraag om uitleg op een interessant onderzoek van de KU Leuven (Willem De Cort en Kristof De Witte) om nogmaals aandacht te vragen voor een lerarenloopbaanpact, zoals o.a. ook nog maar een dag eerder besproken was in de plenaire vergadering. Via het vermelde onderzoek lag het accent in de vragen nu op het gebrek aan duidelijke en aantrekkelijke carrièremogelijkheden (waarin wel de band met de klas behouden wordt), dat heel wat afgestudeerde leraren doet afhaken, zelfs nog vóór ze effectief lesgeven (nwvr: de formule “voor de klas staan” heb ik, toen ik leraar was, nooit uit mijn pen of keelgat gekregen en dus ook nu niet). Hoe ging minister Demir om met het genoemde onderzoeksresultaat?

De minister antwoordde dat toch heel wat van de afgestudeerde masters-leraren wél in het onderwijs werkzaam waren en dat de vaststelling van andere carrières niet noemenswaardig anders waren in andere vergelijkbare professionele contexten. De minister wees ook op nog andere mogelijke redenen voor startende leraren om hun professionele heil al of niet snel elders te zoeken. Plausibel, inderdaad. Maar wat dan volgde, kan ik makkelijk samenvatten als al herhaaldelijk vermelde maatregelen en/of plannen (praktijkschok en inductiejaar, hervorming van lerarenopleidingen, het actieplan “Goed Gedragen”) die passen in het opzet om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken: elementen van een lerarenloopbaanpact dus, dat uiteraard nog wel wat meer vergde dan wat totnogtoe gerealiseerd was.

Vragensteller Vandromme maakte van de gelegenheid gebruik om haar eigen cd&v-nota van 2023 in herinnering te brengen. Naar het NVAO-rapport inzake lerarenopleidingen, dat op de tafel van de minister lag, werd uiteraard opnieuw uitgekeken, maar daarover schrijf ik kort iets in mijn commentaar bij de latere vragen in de vergadering over de lerarenopleidingen. Het hing inderdaad allemaal aan elkaar. Interveniënt Gianna Werbrouck nam de invalshoek van de invloed van ouders en leraren zelf bij de studiekeuze van zesdejaars van het secundair onderwijs en van de zgn. “sterkere instroom voor lerarenopleidingen”. Ik begrijp wel wat daarmee bedoeld is: als je redelijk bewust 50 à 55 jaar kunt terugkijken in je leven, is dat begrijpen inderdaad mogelijk en toch… heb ik bij die redenering altijd gelijk een wat ongemakkelijk gevoel. In historisch-comparatieve termen over dit thema spreken namelijk, terwijl de omgeving binnen en buiten het onderwijs intussen erg gewijzigd is, is altijd delicaat en zou in mijn ogen moeten aanzetten tot bescheidenheid en nederigheid, wat de stelligheid van de beweringen over de zaak betreft…

De ook heel herkenbare tussenkomst van Koen Daniëls bewees voor mij dat deze vraag om uitleg beter ook geclusterd was met de twee latere vragen over de lerarenopleidingen, want het ging daarbij au fond over tweemaal hetzelfde. Zijn kritische houding ten aanzien van zijn eigen lerarenopleiding (versus zijn KSA- en Kazou-leerervaringen), zijn pleidooi voor exitgesprekken: we kenden het allemaal. Zijn kwantitatieve redenering over carrièrekansen voor 200K leraren, die tot realisme in de verwachtingen moest aanzetten, was zeker wel relevant.

Minister Demir ging dat allemaal meenemen bij de hervorming van de lerarenopleidingen, met dus ook de betrokkenheid van de zgn. “afnemers”. Prima, maar wat mij dan weer, en niet voor het eerst, hartsgrondig stoorde aan de teneur van haar uitspraak, was dat ze daarmee deed alsof lerarenopleidingen totnogtoe in het organiseren van hun opleidingen zich niets aantrokken van het veld waarvoor ze leraren opleidden en alsof samenwerking tussen lerarenopleidingen en afnemende scholen nog uitgevonden moest worden. Sorry hoor…

Vragensteller Vandromme besloot met een herhaling van haar bede die ochtend bij het pittige debat over het zgn. expertisecentrum en de inspiratiescholen in het kader van de implementatie van de nieuwe minimumdoelen in het basisonderwijs: neem álle lerarenopleidingen mee in het verhaal, niet alleen zij die aan tafel zaten bij het NVAO-onderzoek. En nog: het lerarenloopbaanpact was cruciaal. Inderdaad.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?