7 mei 2026 – Studieduur en studievoortgangsmaatregelen

Zo kwam het dat dit het laatste thema van de commissievergadering werd, terwijl de geplande agenda nog een aanzienlijk aantal andere vragen om uitleg bevatte, die dus naar later verschoven moesten worden. Dit laatste thema overlapte alleszins deels met het recente verhaal van het ontwerpdecreet over o.a. studietoelagen, met nu ook alweer vijf vragenstellers. Maar er waren ook andere parlementaire precedenten, met name in de plenaire vergadering van 28 januari 2026, toen al een en ander waaide over de invoering van nóg strengere studievoortgangsmaatregelen dan de “harde knip” van toenmalig Onderwijsminister Ben Weyts. De nieuwe cijfers van Statistiek Vlaanderen eind maart vormden de concrete aanleiding voor de voorliggende vragen om uitleg (cf. ook VRT NWS).

Ondanks het vele dat al gedaan werd ten behoeve van studenten en hun studiekeuze waren de cijfers over de studie-efficiëntie nog niet goed, was de stelling van minister Demir. Enigszins met een boutade klonk die stelling als: “Hoe meer we ‘bepamperen’, hoe slechter de resultaten zijn, is mijn indruk soms.” Hoewel de minister mij soms nogal makkelijk in comparatieve termen lijkt te spreken over “vroeger” en nu, zoals ook nu weer, had ze toch wel een punt. Over de aanname van nieuwe studievoortgangsbewakingsmaatregelen wilde ze hier geen voorafnames doen op de discussies die nog moesten plaatsvinden én bezig waren, ook met studenten.

Waar ze het wel kort over wilde hebben, was de evaluatie van de zgn. “drempelwetgeving”. Op basis van beperkte cijfers (nwvr: voor een gefundeerder oordeel was het nog te vroeg) beloofde de situatie daar niet veel goeds, voorspelde de minister. Ze maakte zich zorgen over de houdbaarheid van het huidige systeem. Al bij de implementatie van de huidige studievoortgangsmaatregelen bleek dat de vormgeving van de drempelbeslissing in de praktijk aanleiding kon geven tot verschillen in behandeling, en dat de toepassing ervan moeilijkheden zou kunnen opleveren. Haar onderliggende filosofie voor bijkomende studievoortgangsmaatregelen was dezelfde als bij het ontwerpdecreet over de studietoelagen.

Haar coalitiepartners, bij monde van vragenstellers Faraji en Warnez, waren het wel eens met de minister over het doel, maar niet over de manier waarop dat doel het best bereikt kon worden. Vragensteller Warnez benadrukte daarbij vooral het belang van cijfers, bijvoorbeeld van vóór en na het Drempeldecreet, maar ook van langer geleden, want was het studierendement zoveel beter “in de tijd van de minister”? De beschikbaarheid van cijfers bleek een groot probleem, aldus minister Demir.

Vragensteller Seurs vroeg vooral aandacht voor de erg problematische situatie bij de graduaatsopleidingen. Vragensteller Buyst haalde opnieuw de inderdaad interessante column van professor Hendrik Vos (voor abonnees) in De Standaard aan en hekelde het tussentijdse gepraat van de minister in de vergadering, terwijl anderen aan het woord waren. Dat was ook mij al opgevallen… Vragensteller Slagmulder stond, zoals in het verleden, als quick win de invoering van de zgn. 30 procenthorde van de KU Leuven en de UHasselt voor, en wees fijntjes (ook niet voor het eerst, meende ik me te herinneren) op de (federale) verhoging van de maximumurengrens voor studentenarbeid, die nu niet meteen bevorderlijk was voor voltijds studeren. Minister Demir ging er niet op in. Wél kregen we, — ik zag dat deel slechts in uitgesteld relais —, enig politiek theater, inclusief een hoog calimerogehalte… maar goed, we zullen wel zien wat het vervolg gaat zijn. En misschien kan een hoorzitting met de hogeronderwijsinstellingen en de studenten, waarop ik vragensteller Warnez meende te horen alluderen, voor relevante, bijkomende informatie zorgen.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?