Dit wordt een echte klassieker van onderwijscommissaris Stephanie D’Hose, die overigens wel heel actief was in deze commissievergadering. Intussen hadden de voorstellen ter zake van minister Demir al een hele uitstelgeschiedenis doorgemaakt binnen de Vlaamse regering. Hoe zat dat en wanneer zou de zaak in orde komen?
De minister schetste, ook met enkele cijfers over de drastische stijging van aanvragen bij NARIC, nog eens de situatie en verwees opnieuw naar de al bestaande precedentenbank. Ze overliep dan haar nog niet goedgekeurde voorstellen: de specifieke gelijkwaardigheidsprocedure voorbehouden voor wie dat wettelijk nodig was, de formele erkenning van het niveau van een buitenlandse opleiding voor wie die wettelijk nodig had, een nieuwe eenvoudigere adviesprocedure voor wie geen formele erkenning nodig had en een redelijke kostprijs voor bepaalde procedures (nu was alles nog gratis). Maar in de Vlaamse regering bleek een zorg rond inburgeraars en dus zou minister Demir binnenkort met de minister van Inburgering, Hilde Crevits, spreken (nwvr: nadien heette dat “bilaterale gesprekken met de collega’s”, meervoud dus).
Vragensteller D’Hose sloot zich, vanuit de oppositie, mee aan bij minister Demir om die knoop in de Vlaamse regering te ontwarren. Als dat geen constructieve oppositie was. Constructief was in dezen naar eigen zeggen ook interveniënt Hannelore Goeman, binnen de regering dus: de NARIC-procedures moesten wel toegankelijk blijven voor iedereen, maar iets mocht dat kosten.
Als minister Demir nog eens een beroep wilde doen op de pendeldiplomatie van Anders: ze had het nummer van de vrouwelijke “Kissinger” van die partij. Mooi toch!
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het uitblijven van maatregelen om NARIC-Vlaanderen te versterken van Stephanie D'Hose” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen