26 maart 2026 – Onduidelijkheid over levensbeschouwelijke vakken

Een heel stuk delicater (ook politiek) dan het NARIC-dossier was dit levensbeschouwelijke thema:

Door de ontwikkelingen tussen de indiening van de vraag om uitleg door Roosmarijn Beckers en deze commissievergadering moest de vragensteller mondeling wel wat ingrijpen tijdens de vergadering zelf. Zoiets krijg je natuurlijk, wanneer er vele vragen ingediend worden die de absorptiecapaciteit van de commissieagenda overstijgen met alle uitstel van vragen van dien…

Minister Demir corrigeerde om te beginnen de lezing door vragensteller Beckers van het advies van de Inspectie van Financiën. Eigenlijk was dat geen probleem, oké. Het proces van decreet en besluit verliep parallel. De keuzevrijheid voor ouders en leerlingen bleef intact. Er waren geen wijzigingen aan de inhoud of de pedagogische aanpak van en in levensbeschouwelijke vakken (LBV). Scholen kregen meerdere opties voor de concrete organisatie van levensbeschouwelijke vakken. De minister herinnerde ook aan de besparingsdoelstelling ter zake in het Centenboekje.

Vragensteller Beckers wierp tegen dat op een aantal van haar vragen geen antwoord gekomen was: quid met zgn. kleine levensbeschouwingen als zij naar het Grondwettelijk Hof zouden trekken, quid met de concrete organisatie in het lager onderwijs, quid met de impact op het katholiek onderwijs, quid met de leraren die niet elders ingezet konden worden?

Interveniënt Manu Diericx bood volle ondersteuning aan de minister en haar regeling. Uiteraard kon tegen het principieel goedgekeurde besluit niet geprocedeerd worden bij het Grondwettelijk Hof, maar dat had Beckers ook niet zo gezegd volgens mij. Er was toch ook een decreet in wording, niet? Diericx voorspelde meer geclusterde opdrachten voor leraren LBV (met name voor “kleine godsdiensten”) net wegens de nieuwe klassplitsingsnormen in het besluit, wat hen (auto)reistijd zou besparen.

Interveniënt Loes Vandromme wees opnieuw op het belang van het grondwettelijke recht op levensbeschouwelijk onderwijs, terwijl ik haar twee collega-onderwijscommissarissen van een coalitiepartner op de banken vóór mij naar elkaar zag glimlachen… Vandromme vroeg ook aandacht voor de situatie in dunbevolkte gebieden én voor de professionalisering van gereaffecteerde leraren in deze context.

Interveniënt Hannelore Goeman herhaalde het standpunt van haar partij, dat we ook al van vroeger kenden, met name, dat het voorstel nu niet ver genoeg ging en dat een gezamenlijk vak LEF à la professor Patrick Loobuyck (nwvr: ik parafraseer creatief) in de plaats van de aparte levensbeschouwelijke vakken moest komen. Die laatste konden eventueel wel extracurriculair. Dat de fractie van interveniënt Stephanie D’Hose het daarmee helemaal eens was, wisten we ook al van vroeger. Maar paarse tijden waren al een tijdje voorbij… Artikel 24 van de Grondwet hield, i.p.v. vrijheid, eigenlijk onvrijheid in, aldus D’Hose. Commissievoorzitter Bart Claes wilde liever eerst artikel 35 van de Grondwet aanpakken, maar dat terzijde. De bewering dat het aantal leraren dat jobverlies zou lijden de facto een stuk kleiner kon uitvallen dan berekend, net wegens het huidige acute tekort aan leraren LBV (en ook andere vakken), had misschien wel een punt. Maar dan viel de geplande besparing misschien ook wel lichter uit dan gepland, zoals professor Didier Pollefeyt in Gazet van Antwerpen (voor abonnees) gezegd had en vragensteller Beckers eerder in de commissievergadering opgeworpen had.

Minister Demir benadrukte nogmaals dat het hier om een flexibilisering van de regels inzake de organisatie van LBV ging en geen grondwettelijke rechten beknotte, conform de eerdere juridische adviezen die de minister gevraagd had en intussen aan de onderwijscommissarissen bezorgd had. De minister had geen tijd om na te denken over ‘wat als?’-vragen i.v.m. het Grondwettelijk Hof. Voor de dunbevolkte gebieden zag ze geen probleem, omdat vanaf zelfs één leerling die een LBV zou vragen, een leraar daarvoor betaald zou worden. De gestelde vraag naar professionalisering bij wedertewerkstelling vond de minister ook geen probleem. Dat was allemaal perfect mogelijk. Ja, dacht ik dan, maar voor bijvoorbeeld een bijzonder leermeester (zonder ander onderwijsvak) toch niet meteen a walk in the park.

In haar slotwoord liet vragensteller Beckers niet na cd&v te bedanken, met verwijzing ook naar de redenering van Loes Vandromme over het belang in het onderwijs van levensbeschouwelijke vorming. Terecht, cordon sanitaire of geen cordon sanitaire!

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?