Bij de vragen om uitleg over het inschrijvingsdecreet en het aanmeldsysteem voor het buitengewoon onderwijs verwees ik al naar deze bijkomende vragen over het buitengewoon onderwijs. Finaal ging het over hetzelfde, maar dus hier nu meteen geplaatst in de context van de diverse, hangende onderwijsvernieuwingen, maar daarop waren die andere vragen, zij het na een aanloop, finaal toch ook beland. Dus… Wat viel er vanuit deze bespreking dan nog te melden? Inderdaad, wel anders dan bij de eerdere vragen van Gianna Werbrouck en Stephanie D’Hose was de invalshoek hier (vooral) het Taalheldplan én de nieuwe minimumdoelen van minister Demir. Toch zeker bij vragenstellers Loes Vandromme, Stephanie D’Hose en Roosmarijn Beckers. Vragensteller Gianna Werbrouck nam een andere piste: die van de duidelijk gestegen instroom in het buitengewoon onderwijs (in het bijzonder van leerlingen met taalachterstand en SES-kenmerken), wat zij mee wilde terugdringen net door de (taal)middelen te focussen op het gewoon onderwijs.
Minister Demir maakte in haar antwoord een onderscheid tussen het minimumdoelenverhaal (dat inderdaad ook gold voor het buitengewoon onderwijs: het was zaak dat de klassenraad in kwestie daaruit gericht selecteerde en die selectie gepast concretiseerde voor de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling) en de specifieke maatregelen uit het Taalheldplan, dat vooral gericht was op het gewoon basisonderwijs, en met name, zeker vanaf het kleuteronderwijs om op die manier de druk op het buitengewoon onderwijs een stuk te verlichten. Het buitengewoon onderwijs had, aldus de minister, in omkadering sowieso al meer mogelijkheden om bepaalde zaken (incl. rond taalontwikkeling) te doen.
De minister zette dan nog eens diverse, al gekende maatregelen uit haar Taalheldplan op een rij, meldde dat al meer dan 2.100 unieke basisscholen (ook buitengewoon onderwijs) zich ingeschreven hadden voor de opleiding “taalexpert” en kwam finaal weer uit bij de zgn. pioniersscholen in het kader van “Scholen voor iedereen”, waaraan ook het buitengewoon onderwijs kon participeren.
In de tweede ronde van de bespreking kwamen nog zaken aan bod als de ontkleuring van middelen om ze flexibeler te kunnen inzetten, de OKAN-kwestie (cf. de twee eerdere vragen in de vergadering), de commissie Attesteringen (nwvr: we wisten al dat dat rapport klaar was), …
Heel even werd het nog wat (politiek) spannend na de tussenkomst van interveniënt Griet Vanryckegem: die vond dat de collega’s op de vragen vanuit het veld ook duidelijk moesten antwoorden met de stappen die al gezet waren en dat de minister zich niet hoefde te laten opjagen. Nederland keek in dezen naar Vlaanderen blijkbaar, waarop minister Demir nog ruimer de bekende ingrediënten van haar onderwijsbeleidsvisie herhaalde, tot en met het lerarenloopbaanoverleg toe. Én ook Finland keek nu naar Vlaanderen. Weet je nog, beste lezer, ten tijde van Accent op Talent (2002-2004) et al., toen wij en anderen naar Finland keken? Nadien ook nog wel naar andere contreien, soit… Maar dus die kleine politieke spanning: weliswaar in milde termen repliceerden de vragenstellers op de oproep van interveniënt Vanryckegem, want er bleven inderdaad wel wat vragen te stellen. Eerlijk gezegd, begreep ik beide kanten: natuurlijk was het de taak en de plicht van parlementsleden om de minister in het kader van de parlementaire controle te confronteren met vragen over haar beleid vanuit het veld, maar tegelijk, — ik schreef het hier al vaak —, kwamen deze legislatuur (en de vorige…) die vragen wel met een erg hoge frequentie terug.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de aandacht voor het buitengewoon onderwijs bij de huidige onderwijsvernieuwingen van Loes Vandromme, over de nood aan ondersteuning van het buitengewoon onderwijs van Stephanie D'Hose, over de structurele oorzaken van de stijgende instroom in het buitengewoon onderwijs van Gianna Werbrouck en over het ontbreken van ondersteuning in het plan 'Ieder kind taalheld' voor scholen van het buitengewoon onderwijs van Roosmarijn Beckers” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen