De derde vraag om uitleg van de ochtendvergadering was van een totaal andere aard dan de eerste twee en vooral van een veel delicatere aard. Waarom? Omdat de vraag eigenlijk over minister Demir zelf ging, en over haar kabinet. De lezer herinnert zich misschien de uitspraak van VVS-voorzitter Nele Van Hoyweghen in de hoorzitting op 30 april 2026, een uitspraak die minister Demir al onmiddellijk na die hoorzitting tegengesproken had. Dat deed ze ook nu weer in misschien nog straffere bewoordingen: “versteld”, “ik herken me niet, op geen enkele manier, in het beeld dat u, dat Apache, van mezelf en mijn medewerkers schetst”, “beneden alle peil”, “stemmingmakerij”.
Volgde dan het verhaal van het vele overleg dat de minister pleegde, met vele kritische stemmen, de heel kritische (niet bange) schooldirecteurs tijdens de afgelopen Ronde van Vlaanderen (“Ik heb daar serieus onder mijn voeten gekregen.”), de open brief van de directeurs en de bijeenkomst van het Planlastparlement op 6 juni 2026 (“… dat was mijn beste plenaire ooit in de afgelopen zeven jaar, met die leerkrachten, omdat ze net ook oplossingen hadden.”). Niemand hoefde te vrezen voor zijn subsidies op basis van een mening over onderwijs of hervormingen, aldus nog minister Demir.
Vragensteller Buyst verwees nog kort naar een andere getuigenis (van professor Roos Van Gasse (voor abonnees) van de KU Leuven), maar bleek wel blij met de algemene teneur van het antwoord van de minister. Interveniënt Koen Daniëls ging ook nog even in op een mening geven in het kader van inspraak en het daarop al of niet gelijk krijgen van een minister. Dat klopte voor mijn part allemaal: op een bepaald moment moet er beslist worden en een beslissing zal nooit elke gesprekspartner gelukkig maken. Dat is in de politiek zo, dat is in elke professionele organisatie zo, dat is in het privéleven zo. Maar, — en ik schrijf dit bewust in algemene termen —, wat ik in het verleden al zelf gezien en/of gehoord heb over het optreden en/of de spreekstijl van politici, wel, van dat altijd met het volste respect voor elke gesprekspartner getuigde dat nu ook weer niet altijd… Hoe dan ook, de manier waarop vragensteller Buyst de bespreking besloot vond ik heel wijs: “Maar goed, het is bijna zomervakantie, waarin een aantal weken rust kunnen worden genomen, denk ik. Laat ons weer met veel vertrouwen in het onderwijsveld starten in september.”
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het klimaat van spreekangst en de relatie met de onderwijspartners van Kim Buyst” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen