De nieuwe regeling voor de goedkeuring van leerplannen: hoe was die concreet verlopen, met name in het kader van het kennisrijk curriculum van het basisonderwijs en hoe evalueerde minister Demir die nieuwe procedure? Dat wilde Koen Daniëls weten. Eerst nog een klein talig detail in de marge vooraf: zowel mondeling als schriftelijk blijf ik, ook hier weer, “het Katholiek Onderwijs Vlaanderen” horen en lezen; onze firma heet gewoon “Katholiek Onderwijs Vlaanderen” (dus zonder lidwoord), en je kunt uiteraard verwijzen naar “het katholiek onderwijs in Vlaanderen”, als je de katholieke scholen van of in ons landsgedeelte bedoelt, maar dat is dus iets anders.
Minister Demir legde netjes met de relevante cijfers de gang van zaken uit rond de bedoelde leerplannen. Samengevat was dat vlot verlopen (goedkeuring tot 1 september 2027), met hier en daar nog een aantal werkpunten, die vaak snel op te lossen waren. Bijvoorbeeld: inzake het letterlijk opnemen van onderwijsdoelen en het toevoegen van een concordantietabel tussen de onderwijsdoelen en de leerplandoelen voldeden meerdere leerplannen niet; horizontale coherentie binnen het leerplan of tussen leerplannen was in sommige leerplannen zeer beperkt ingevuld; alle begrippen die in de minimumdoelen achter ‘de leerlingen kennen’ staan, kwamen niet altijd voor in de leerplanrubriek van te hanteren begrippen; specifiek voor het kennisrijk curriculum in het basisonderwijs waren er met betrekking tot de verticale, cumulatieve opbouw van kennis in de leerplandoelen voor verschillende leerlingengroepen of leerjaren hier en daar nog werkpunten om die opbouw coherenter en duidelijker te maken voor de gebruiker. AHOVOKS werkte nog aan een webpagina over de leerplannen en aan een digitaal leerplanloket, om de indiening en beoordeling vanaf de volgende indieningsronde in augustus meer gedigitaliseerd te laten verlopen.
Vragensteller Daniëls haalde niet onverwacht zijn stokpaardjes aan (letterlijk opnemen van minimumdoelen, het verschil tussen minimumdoel en wat het leerplan daarbovenop legt). Wel jammer dat hij zulks steevast reduceert tot “wat moet/wat niet moet”: accurater zou zijn om te zeggen “wat decretaal moet/wat decretaal niet moet” (cf. “wensen van de koepel of van de school”: als een school voor zulke extra’s kiest, is een leraar op die school, weliswaar niet decretaal, toch ook gebonden aan die keuze, hoewel dat alles in de praktijk zeker wel flexibel verloopt en tegelijk ruimte biedt voor de creativiteit van de leraar en dat is maar goed ook, als men het ernstig meent met de aantrekkelijkheid van het beroep…). Daniëls’ vraag naar de handboeken in dit verhaal (met dus voorlopige minimumdoelen) begreep ik, maar de verwijzing van de minister naar Leerpunt en zijn kwaliteitskader leek mij een goede houding (nwvr: misschien had ik het in de hoorzitting op 12 februari 2026 niet helemaal juist begrepen, maar ik dacht dat het initiatief om een handboek te onderwerpen aan de procedure van het kwaliteitskader bij Leerpunt bij een school c.q. een uitgeverij lag; dus zolang die geen vraag indienen, weet men het niet of het handboek in kwestie voldoet aan het kader of niet, maar ik kan me dus gerust vergissen).
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de goedkeuring van de leerplannen door het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen van Koen Daniëls” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen