Dit waren die vragen om uitleg waarvan de Gaza-vraag al een voorbode vormde. Wat vond minister Demir van de bedoelde protestacties en wilde zij, samen met de universiteiten, richtlijnen uitwerken rond bezettingen, intimidatie en ordeverstoring op campussen?
Minister Demir stelde dat het recht op (vreedzaam) protest een fundamenteel recht was, maar in de bedoelde casus was een grens overschreden. De minister legde ook de mogelijkheden en bevoegdheden ter zake uit van enerzijds de universiteiten zelf en van anderzijds de bevoegde overheden en politiediensten.
De minister leek dus niet meteen in te gaan op de vraag naar een eigen overleginitiatief. Dus werd die kaart opnieuw getrokken in de tweede ronde. Beide vragenstellers trokken ook aan hetzelfde zeel, wat de laattijdigheid van het UGent-optreden tegen de escalatie betrof.
De minister, die vanuit haar roots blijkbaar een peshmerga genoemd werd, was naar eigen zeggen niet snel bang, maar het optreden van de gemaskerde demonstranten in kwestie boezemde haar angst in. Ze had op een bepaald moment wel contact gehad met de UGent-rector.
Tot slot trok vragensteller Claesen de casus nog wat generieker open naar het thema van de “linkse” en “rechtse” stemmen aan universiteiten (en de volgens haar twee maten en twee gewichten die daarbij gebruikt werden). Vragensteller Seurs zei een beetje de veroordeling van het geweld te missen in de tussenkomst voordien van Hiba Faraji en herhaalde dat hij blij was met de duidelijkheid van de minister.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de escalatie van pro-Palestijnse acties aan de UGent van Mercina Claesen en over de escalatie van studentenprotesten en de veiligheid op universiteitscampussen van Tom Seurs” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen