2 juni 2022 – Nieuwe cijfers over vroegtijdig schoolverlaten

Koen Daniëls wist op basis van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK) dat er goed nieuws was op het front van de vroegtijdige schoolverlaters. In vergelijking met 1999 was in Vlaanderen het aandeel vroegtijdige schoolverlaters flink gedaald en vragensteller Daniëls liet niet na ook even op de communautaire en Europese dimensie van dat verhaal te wijzen. Op 10 maart 2022 waren ook al vragen om uitleg gesteld over de zaak. Hoe zat het met de impact van de coronacrisis, met de koppeling van databanken van verschillende relevante beleidsdomeinen en met het advies ter zake van de SERV, dat minister Weyts in maart nog niet had kunnen bekijken voor zijn antwoord toen?

De minister voegde nog andere cijfers toe van zijn eigen administratie. De precieze impact van de coronacrisis viel nog af te wachten. Maar de minister zat niet stil en we kregen dus opnieuw een lijst van intussen gekende maatregelen, want heel wat (nwvr: om niet te zeggen zowat álle intussen al bij herhaling besproken onderwijsbeleidsdossiers) van de al genomen of nog geplande maatregelen hadden wel direct of indirect ook met het probleem van vroegtijdig schoolverlaten te maken. Opnieuw kwam het Vlor-advies in kwestie ter sprake, en dan nu ook dat SERV-advies, waarmee de minister zei verder aan de slag te kunnen. Het ging inderdaad om een strijd op een breed front.

In de rest van de bespreking hoorden we nog, -- hoe kon het ook anders --, enkele elementen uit het onderwijsactuadebat n.a.v. de peiling wiskunde in het basisonderwijs terugkomen. Interveniënt Hilâl Yalçin herinnerde aan haar eigen vraag om uitleg van nog ietsje langer geleden (3 februari 2022) en waarschuwde ervoor niet te vroeg victorie te kraaien. Interveniënt Johan Danen wees op de regionale verschillen in vroegtijdig schoolverlaten.

Dat laatste verbond de minister met de verlenging van het zgn. ESF-project (Europees Sociaal Fonds) rond transitietrajecten, dat hij al in zijn eerste antwoord aangehaald had. Hij vermeldde ook nog de conjuncturele impact op de cijfers in dit verhaal. Terecht. En vragensteller Daniëls besloot met de herhaling van zijn even terechte stelling om “vroeg te beginnen”. Lees: van in het kleuteronderwijs. Kleuterparticipatie zeker, maar soms heb ik wel de indruk dat daar allerlei leren alsmaar vroeger verondersteld wordt plaats te vinden en dat later in het lager en secundair onderwijs allerlei leerinhouden/doelen net naar later verschoven worden. Vreemd toch?

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio