Ondanks drie vragenstellers bij het voorlaatste onderwerp van de vergadering (ziekteverzuim) kostte die bespreking nog slechts 26 minuten. Deze allerlaatste vraag om uitleg (overigens deels verwant met de vorige) was afgehandeld in niet meer dan zes minuten. Zo ging dat weleens naar het einde van een commissievergadering toe. Wat de vraag over de vervangingen betrof, ging het nu niet over de reden/oorzaak (bv. ziekte), maar over de reglementaire onmogelijkheid om een afwezige leraar te vervangen vanaf 1 juni in het secundair onderwijs.
Zoals vragensteller Laeremans al zelf in zijn intro vermeld had, ging die specifieke regeling in het secundair onderwijs terug op de realiteit van vooral examens, deliberaties en klassenraden in die maand, zo bevestigde ook de minister. In coronatijd was op die regel nochtans een uitzondering gemaakt. De minister gaf daarover enkele cijfers: 121 leraren deden een vervangingsopdracht in juni 2020 in het gewoon secundair onderwijs en elf in die maand in het buitengewoon secundair onderwijs. De budgettaire impact voor het gewoon secundair onderwijs was 135.000 euro en voor het buitengewoon secundair onderwijs 13.500 euro.
De vervangingen waren nu voorwerp van gesprek tijdens het (intussen zo vaak al genoemde) sociale overleg tussen minister, vakbonden en onderwijsverstrekkers. Vragensteller Laeremans had zeker een punt met zijn analyse dat de situatie in juni in het hele secundair onderwijs toch divers was, wat te denken gaf over de oorspronkelijke grond waarop de maatregel in kwestie berustte. In zijn intro had hij trouwens ook al de link gelegd tussen die maatregel en de nieuwe situatie waarbij het aantal evaluatiedagen beperkt zou worden. Inderdaad.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de vervanging van afwezige leerkrachten bij afwezigheden vanaf 1 juni in het secundair onderwijs van Jan Laeremans” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen