Dan was er tijd voor een heel nieuw idee van minister Demir, dat ze gelanceerd had in het VTM Nieuws enkele weken eerder. Intussen, — ik typ deze regels twee weken na de commissievergadering (een hofnar heeft ook nood aan een paasvakantie, op een iets lagere noorderbreedte, als het even kan; enige zuiderbreedte ter zake laat zijn echtelijke situatie dan weer moeilijker toe) —, heb ik Facebookgewijs (dus: een soortement D-Day op 6 juni 2026) al kunnen kennisnemen van positief nieuws ter zake vanwege de minister. Het probleem op zich (“planlast”) was oud (ter illustratie kort: 29 februari 2024 en 28 maart 2024), het middel om het probleem aan te pakken was nieuw: een raad van 124 onderwijzers. Hoe zat dat?
Ironisch vond ik zelf alvast dat de minister naar de planlastcalculator (cf. supra) van de Onderwijsinspectie verwees als zelf planlast zijnde. In het jaarverslag (nwvr: ik vermoed dat de Onderwijsspiegel bedoeld is) van 2027 zou er opnieuw gerapporteerd worden over de planlastcalculator en de planlastradar. Maar nu zou minister Demir dus een rechtstreeks beroep doen op leraren zelf (niet de usual suspects als onderwijskoepels enz.) in een waar planlastparlement om allerlei ideeën te verzamelen waarmee de planlast (eindelijk?) verlaagd zou kunnen worden. Op 4 mei 2026 (zo konden we intussen vernemen) zou een onschuldige kinderhand de loting uit de talrijke kandidaat-planlastparlementsleden doen, mét ook een systeem dat zou rekening houden met allerlei variabelen bij die kandidatenpopulatie.
Terloops wees de minister nog even op het volgens haar “tenenkrullende” advies van de Vlor destijds op vraag van toenmalig minister Ben Weyts. En op nog een ander, Vlaanderenbreed initiatief, met name van minister-president Matthias Diependaele, “Regelrecht” genaamd (met daarin ook een werkgroep Onderwijs): daarin zetelden wél de usual suspects, maar daarin had de minister dus minder fiducie, wat planlast betrof. Dat werk ging ook veel breder dan de raad van onderwijzers die de minister nu plande, maar ze verbond de focus van planlast gelijk toch ook wel met het lopende sociale overleg over het lerarenloopbaanpact om de lerarenloopbaan aantrekkelijker te maken.
Terwijl ik het ministers verhaal zo zat te beluisteren, werd mij opnieuw duidelijk dat één, zij zeker een punt had, maar ook twéé, dat dit een complexe kwestie was, waarin het erg makkelijk gedebiteerde criterium van “alleen papierwerk als dat de onderwijskwaliteit/leerlingenprestaties bevordert” in de praktijk echt wel veel moeilijker lag wegens de meningsverschillen over planlast tussen de verschillende onderwijsactoren. En die meningsverschillen dateerden niet van gisteren. Overigens, zolang “men” maximalistische versies van allerlei (interne en externe) kwaliteitszorgsystemen wil hanteren (nwvr: en de nood aan allerlei data voor het zgn. beleidsvoerende vermogen in scholen wordt toch ook door politici voortdurende benadrukt…), zal zo’n aanpak, zeker ook van leraren, nu eenmaal “papierwerk” vergen, punt. De kunst, en die is dus niet eenvoudig, zal erin bestaan om daarbij uit te maken “wat wél en wat niet?”: de kunst van de efficiënte matigheid dus, zo je wil. Zelf vond ik de wat bredere kijk op de zaak van de Borgerhoutse directeur Dimitri Meurrens (voor abonnees) vandaag in mijn krant alvast getuigen van wijsheid.
Politiek was in dit verhaal opnieuw de spanning boeiend tussen Loes Vandromme et al. enerzijds en Koen Daniëls (met minister Demir en Manu Diericx) anderzijds: Daniëls maakte expliciet de link met de vrijheid van de scholen en zolang zulks kon (lees: indien dat niet decretaal onmogelijk gemaakt zou worden), zou de door hem bedoelde planlast blijven bestaan. Dus: decretaal ingrijpen, zoals de minister ook eerder in de bespreking al opperde. De concrete voorbeelden die Daniëls gaf (m.b.t. evaluatie: punten geven, behaalde doelen vemelden), vond ik heel interessant, maar gelijk toonden die ook weer de complexiteit van de zaak aan, want hoe men dat decretaal sluitend zou kunnen regelen zonder de vrijheid van onderwijs helemaal naar het verleden te katapulteren, mocht volgens mij Joost weten… Ik had wel, toegegeven, genoten van de weer ietwat plastische verwijzing van minister Demir naar haar crèche-ervaringen, die ikzelf toevallig momenteel via onze oudste zoon ook meemaak. Hoe zou het trouwens komen dat die kinderverzorgsters al die baby- en peuteresbattementen digitaal noteerden en linea recta aan de desbetreffende ouders zonden? Alweer… wegens het verlangen van sommigen (de overheid niet uitgezonderd, want daarover gingen de minister en haar partijgenoten toch wel weer heel snel heen, vond ik) naar maximalistische kwaliteitszorgsystemen, die bovendien door vele “klanten” (nwvr: blijkbaar de minister zelf niet) dan nog eens gestimuleerd en geapprecieerd worden. Moeilijk hoor… Wordt vervolgd op 6 juni en volgende.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de oprichting van een raad van onderwijzers om planlast in het onderwijs te verminderen van Manu Diericx, over de oprichting van een raad van onderwijzers van Loes Vandromme, over de oprichting van een raad van onderwijzers van Kim Buyst en over het reduceren van de administratieve planlast in het onderwijs van Jan Laeremans” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen