Dit thema was nog maar op 26 februari 2026 hier besproken (ook: op 27 november 2025), maar nu was er dus bijkomend een Vlor-advies. Zou minister Demir rekening houden met een aantal duidelijke bedenkingen uit dat Vlor-advies bij de aanpak van het afstemmingsdossier?
De minister antwoordde dat er nog moest worden bekeken welke structuur/welk kader zou worden gebruikt voor de onderwijsdoelen van de eerste graad secundair onderwijs (in een eerste fase), maar ook dat daarbij rekening zou worden gehouden met de eigenheid van het secundair onderwijs. In het Vlor-advies stond bijvoorbeeld al dat een kennisrijk curriculum kon sporen met de in het secundair onderwijs tot nog toe gebruikte sleutelcompetenties, wat interveniënt Loes Vandromme de minister deed oproepen tot “renoveren i.p.v. nieuwbouw”. Als procedure zag de minister alleszins wel een soort parallelle procedure aan de procedure die voor het basisonderwijs gevolgd was. De evaluatie van de ontwikkelingen in het basisonderwijs was ook een element voor de bedoelde afstemming en daarvoor hoefde ze niet te wachten tot de volledige implementatie van de minimumdoelen in het basisonderwijs, aldus de minister. Ze zou de procedure regelen via een ontwerp van decreet, wat door diverse sprekers toegejuicht werd, en zag daarvoor nog voldoende tijd. Ze zou tot slot nog overleg plegen met de Vlor, want er zaten inderdaad waardevolle elementen in het Vlor-advies.
De minister liet dus, samengevat, nog niet heel concreet in haar kaarten kijken, tot enige teleurstelling van vragensteller Jan Laeremans.
Interveniënt Hannelore Goeman was de enige die inging op een heel specifiek inhoudelijk thema van minimumdoelen/eindtermen, met name: relationele en seksuele vorming (RSV), en wel naar aanleiding van een recente opiniebijdrage in De Standaard (voor abonnees). In de nieuwe minimumdoelen van het basisonderwijs was volgens Goeman toch wel voldoende, concrete aandacht voor RSV, niet zo echter voor de onderwijsdoelen van het secundair onderwijs
(cf. haar destijds weggestemde amendementen (amend.4 en 5) ter zake). Zij koesterde dus nu hoop op beterschap. De duidelijke “zucht” van de minister over de vermelde opiniebijdrage leek mij wel over méér te gaan dan alleen over die vaststelling van Goeman over basisonderwijs versus secundair onderwijs… sterker nog, omdat ik die opiniebijdrage toen zelf gelezen had, meende ik voor de tweede betekenis van de zucht van de minister veel begrip te kunnen opbrengen… dacht ik toch.
De minister weidde tot slot nog even uit:
Zoals de dag voordien in de plenaire vergadering nog gezegd was, heel dit verhaal zou … tijd kosten.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het Vlor-advies over de afstemming van de eindtermen voor het secundair onderwijs met de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs van Jan Laeremans en over het VLOR-advies over de afstemming van de onderwijsdoelen in het secundair onderwijs op de nieuwe minimumdoelen in het basisonderwijs van Kim Buyst” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen