19 maart 2026 – Afstemming eindtermen

Dit thema was nog maar op 26 februari 2026 hier besproken (ook: op 27 november 2025), maar nu was er dus bijkomend een Vlor-advies. Zou minister Demir rekening houden met een aantal duidelijke bedenkingen uit dat Vlor-advies bij de aanpak van het afstemmingsdossier?

De minister antwoordde dat er nog moest worden bekeken welke structuur/welk kader zou worden gebruikt voor de onderwijsdoelen van de eerste graad secundair onderwijs (in een eerste fase), maar ook dat daarbij rekening zou worden gehouden met de eigenheid van het secundair onderwijs. In het Vlor-advies stond bijvoorbeeld al dat een kennisrijk curriculum kon sporen met de in het secundair onderwijs tot nog toe gebruikte sleutelcompetenties, wat interveniënt Loes Vandromme de minister deed oproepen tot “renoveren i.p.v. nieuwbouw”. Als procedure zag de minister alleszins wel een soort parallelle procedure aan de procedure die voor het basisonderwijs gevolgd was. De evaluatie van de ontwikkelingen in het basisonderwijs was ook een element voor de bedoelde afstemming en daarvoor hoefde ze niet te wachten tot de volledige implementatie van de minimumdoelen in het basisonderwijs, aldus de minister. Ze zou de procedure regelen via een ontwerp van decreet, wat door diverse sprekers toegejuicht werd, en zag daarvoor nog voldoende tijd. Ze zou tot slot nog overleg plegen met de Vlor, want er zaten inderdaad waardevolle elementen in het Vlor-advies.

De minister liet dus, samengevat, nog niet heel concreet in haar kaarten kijken, tot enige teleurstelling van vragensteller Jan Laeremans.

Interveniënt Hannelore Goeman was de enige die inging op een heel specifiek inhoudelijk thema van minimumdoelen/eindtermen, met name: relationele en seksuele vorming (RSV), en wel naar aanleiding van een recente opiniebijdrage in De Standaard (voor abonnees). In de nieuwe minimumdoelen van het basisonderwijs was volgens Goeman toch wel voldoende, concrete aandacht voor RSV, niet zo echter voor de onderwijsdoelen van het secundair onderwijs

(cf. haar destijds weggestemde amendementen (amend.4 en 5) ter zake). Zij koesterde dus nu hoop op beterschap. De duidelijke “zucht” van de minister over de vermelde opiniebijdrage leek mij wel over méér te gaan dan alleen over die vaststelling van Goeman over basisonderwijs versus secundair onderwijs… sterker nog, omdat ik die opiniebijdrage toen zelf gelezen had, meende ik voor de tweede betekenis van de zucht van de minister veel begrip te kunnen opbrengen… dacht ik toch.

De minister weidde tot slot nog even uit:

  • de bestaande procedure voor eindtermen in het secundair onderwijs vond zij toch een zeer complex systeem (met ontwikkelcommissies en een valideringscommissie, met een over en weer gaan van teksten); het was duidelijk, vond ik, dat ze dat wilde vereenvoudigen;
  • wat de eindtermen voor tweede en derde graad secundair onderwijs betrof (in een volgende fase dus), verwees de minister naar het lopende overleg over het hele landschap van 800 (of daaromtrent) studierichtingen, wat dan ook weer meteen samenhing met het lerarentekort en dus met het lopende loopbaanpactoverleg (met de sociale partners).

Zoals de dag voordien in de plenaire vergadering nog gezegd was, heel dit verhaal zou … tijd kosten.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?