12 februari 2026 – Leerlingen die wegens probleemgedrag van school naar school worden doorgestuurd

Uitgestelde vraag nummer drie dan, van de hand van Jan Laeremans: door de aard ervan leverde die al veel meer stof voor bespreking op. Het was wel al vaker gegaan over uitsluitingen van leerlingen en op 11 december 2025 hadden we nog maar een gedachtewisseling gehad over het Actieplan Goed Gedragen. Maar nu viel er bij de minister toch een nieuwtje te rapen én bovendien leidde de bespreking, dankzij een voorzet van interveniënt Loes Vandromme bij deze vraag, tot nog ander, erg positief nieuws bij de daaropvolgende vraag om uitleg (van Stephanie D’Hose over zijinstromers in de kinderopvang), waarover je elders op deze pagina’s kunt lezen. Toeval of niet, maar parallel aan deze bespreking maakten de media dan ook nog eens melding van het CLB-jaarverslag 2024-2025, mét ook informatie over het probleemgedrag in kwestie (cf. ook persbericht).

De crux in het antwoord van minister Demir betrof haar lopende onderzoek of het juridisch mogelijk zou zijn om een leerling bij bijvoorbeeld twee definitieve, eerdere uitsluitingen te verplichten om een alternatief traject te volgen op een plaats waar gewerkt werd op voor die leerling relevante disciplinekwesties. Ik vond de weergave daarvan op de websites van bepaalde kranten heel kort na de uitspraken van de minister (“enkel nog inschrijven in een speciale school” (sic)) toch wel een … euh… speciale interpretatie van de journalist van dienst. De minister had daarover eigenlijk erg vaag en algemeen gesproken, maar, toegegeven, tegelijk ook een stuk dubbelzinnig: ze was begonnen met “(…) een beperkte groep leerlingen [is] voor wie het reguliere schoolcircuit (nwvr: mijn cursivering) tijdelijk niet het juiste kader biedt.”, om dan vervolgens toch te spreken van “(…) zich enkel nog in te schrijven in een school (nwvr: mijn cursivering) waar kan worden gewerkt op bepaalde gedrags- en disciplineproblemen.” Ofwel wordt zo’n leerling toch in een school ingeschreven en dan behoort die school per definitie tot het reguliere schoolcircuit. Ofwel wordt zo’n leerling niet in een school ingeschreven (want niet geschikt, tijdelijk) en moet die elders terecht kunnen, maar dan is die plek geen school noch een speciale school. Soit, de dag(en) nadien werd er duchtig over doorgeboomd in diverse media en ook onze directeur-generaal Bruno Vanobbergen reageerde.

Het punt van de minister sloeg vooral op die mogelijke, juridische verplichting, leek mij, want wat de mogelijke inhoud van zulke alternatieve trajecten betrof, liep er parallel een evaluatie van de zgn. NAFT-trajecten (resultaten eind september 2026) en in het kader van actiepunt 27 van het Actieplan Goed Gedragen was een onderzoek gestart naar flexibele leertrajecten voor leerlingen die geen aansluiting meer vonden binnen het reguliere onderwijssysteem. Toch ten minste deels gingen die onderzoeken over dezelfde doelgroep als die vermelde beperkte groep leerlingen (“één procent”).

Voor het overige, kort nog dit:

  • zoals al bij een eerdere gelegenheid, werd opnieuw verwezen naar de noodzaak om al aan preventie te werken vanaf het kleuteronderwijs; want ook in dat laatste was inzake gedrag wel wat aan de hand; als oudergediende, kind van de 60’er jaren (van vorige eeuw dus) en nu papa en opa, vraag ik me dan af hoe zoiets toch komt…; een samenlevingsprobleem, noemde minister Demir het, — ik denk dat ze gelijk had —, maar meteen maakt zoiets het probleem ook niet zo makkelijk oplosbaar, vrees ik; de minister kondigde overigens ook een decreet i.v.m. ouderlijke verantwoordelijkheid (cf. spijbelen) aan; en ze verwees ook naar de zgn. gemeenschapsinstellingen, die nu onder Onderwijs vielen, en naar de situatie in het jeugdrecht;
  • de impact van zwaar probleemgedrag op het professionele welbevinden van leraren behoefde geen betoog;
  • jongeren met een enkelband op school: het schoolleven werd er niet eenvoudiger op;
  • anderzijds bleef er de intentie, op langere termijn, van scholen voor iedereen; interveniënt Loes Vandromme liet, niet voor het eerst, duidelijk haar stem horen vóór het leerrecht van élke leerling; geen leerling mocht worden opgegeven; maar scholen konden dat niet alleen oplossen en gelijk verbond Vandromme dat ook met die flexibele trajecten (cf. haar amendement bij OD XXXIV, — ze vergiste wel van nummer bij het genummerde Onderwijsdecreet, maar gelukkig heeft het Vlaams Parlement een prima doorzoekbare website) en met het heel recente bezoek van de minister aan cvo MIRAS in Kortrijk (cf. de vraag om uitleg van Stephanie D’Hose over zijinstromers in de kinderopvang);
  • ik vond interveniënt Koen Daniëls in zijn reactie op de tussenkomst van Loes Vandromme wel een punt hebben: leerlingen met een functiebeperking was één zaak, drugsdealers op school een andere, maar goed, het zal hier altijd gaan om preventie (en zorg) én repressie;
  • de concrete vraag van Jan Laeremans naar een multidisciplinaire expertengroep met het oog op een structurele oplossing, bleef voorts zonder antwoord; minister Demir had wel laten zien dat ze met diverse sporen bezig was.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?