Het leerplandoel “Een oplossing ontwerpen voor een probleem of uitdaging door wetenschappen, technologie of wiskunde geïntegreerd aan te wenden” komt zowel in de 1ste, 2de als 3de graad aan bod. In dit inspirerend voorbeeld vind je een situatieschets waarin we het doel hebben uitgewerkt.
Het voorbeeld bouwt verder op de algemene tekst over dit leerplandoel. Deze verheldert de volgende elementen:
Het is zinvol om met je collega’s in overleg te gaan over de wijze waarop leerinhouden van wiskunde, techniek en natuurwetenschappen aan bod zijn gekomen en hoe samenwerking tussen de vakken kan verlopen.
Om vanuit dit voorbeeld met LPD 14 aan de slag te gaan, wordt er verondersteld dat leerlingen in de loop van het schooljaar onderstaande leerinhouden verworven hebben:
Je eerste stageplaats is Center Parcs Vossemeren. In dit vakantiepark is je mentor verantwoordelijk voor heel wat taken, waaronder de kamerdienst en het ontbijtbuffet. De gasten mogen tussen 8 en 10.30 uur komen ontbijten. In die periode moet je zorgen dat het ontbijt aantrekkelijk is en de producten vers blijven. Bovendien moet om 10.30 uur alles weggeborgen worden en wil je mentor dat alles wat niet verbruikt werd zoveel als mogelijk de volgende dag verder kan worden verbruikt.
De volgende leerplandoelen komen nadrukkelijk aan bod. Ze staan centraal bij de didactische evaluatie van de opdracht.
De volgende leerplandoelen beschrijven kennis en vaardigheden die relevant kunnen zijn om de ontwerpopdracht uit te voeren. Een gerichte selectie uit deze doelen kan geheel of gedeeltelijk, vooraf of gelijktijdig aan bod komen bij de realisatie van de opdracht in de klaspraktijk.
Het is belangrijk dat de probleemstelling aansluiting kan vinden bij de beginsituatie van de leerlingen. Als leraar zal je dus moeten inschatten wat de beginsituatie van de leerlingen is en bepaalde leerplandoelen nog eens moeten toelichten zodat je tot een kwaliteitsvol ontwerp komt.
In functie van het aanwenden van wiskunde, wetenschappen of technologie:
In functie van verdere integratie in het specifieke deel:
De kans is groot dat leerlingen snel en oplossingsgericht aan de slag gaan. Dat is niet verkeerd, maar kan ertoe leiden dat bepaalde oplossingen onvoldoende toereikend of zelfs helemaal niet passend zijn. Je stimuleert de leerlingen om gegevens te verzamelen via observatie of gerichte vraagstelling. Daarbij kan je volgende vragen omzetten naar de casus die je voor ogen hebt:
Natuurlijk wil je dat het probleem opgelost is of de uitdaging een antwoord heeft gekregen. In sommige situaties zal dat meteen helder zijn, maar bij bepaalde casussen ga je toch nadenken over de kwaliteit van je oplossing. Misschien is het probleem ook wel gelinkt aan enkele andere elementen die ook een oplossing vragen. Zo kan er ook een mogelijkheid zijn om op de kamer te eten. Hoe kan een ontbijt dan in alle veiligheid en met de nodige hygiëne bezorgd worden? Je kan de leerlingen volgende vragen stellen:
Oplossen via het integreren van wiskunde, wetenschappen of technologie
Uitgaande van de geformuleerde probleemstelling kan wiskunde, wetenschappen of technologie in de oplossing worden geïntegreerd.
Je kan verschillende werkvormen hanteren door leerlingen individueel dan wel in groepjes te laten reflecteren over de gestelde vragen. De groepen kunnen vertrekken vanuit dezelfde basiscasus maar tijdens het proces verschillende antwoorden of contexten aangeboden krijgen. Op die wijze kan je, rekening houdend met de groepssamenstelling, diversifiëren en een aantal leerlingen gaan uitdagen.
Je kan nagaan op welke wijze de leerlingen de verschillende stappen door het proces inventariseren of illustreren via een portfolio, een fotomontage, een andere vorm van visualisatie … (procesevaluatie).