Eind januari 2025 werd het traject Praktijkonderzoek binnen de Connected Academy afgerond. Dit traject, dat deel uitmaakt van de bachelor-na-bachelor (banaba) Schoolontwikkeling aan Arteveldehogeschool Gent [1], biedt onderwijsprofessionals de kans om, onder begeleiding van docent-onderzoekers, te leren hoe je praktijkonderzoekend (met schooldata) aan de slag kan gaan. Niet minder dan achttien medewerkers uit de Gentse scholengroep volgden van september 2024 tot januari 2025 zeven intensieve avondsessies van telkens vier uur op de campus van Arteveldehogeschool. Hun inspanningen mondden uit in concrete praktijkonderzoeken die ondertussen op een aantal scholen hun weg vonden naar de klas en het schoolbeleid.
Dit interview bestaat uit twee delen. In het eerste deel praten we met Eva Vekeman, beleidsmedewerker Professionalisering en Onderwijskwaliteit bij scholengroep Connected Gent. Zij volgde het traject van dichtbij – als deelnemer én als begeleider. In het tweede deel vertellen twee medewerkers hoe zij het traject beleefden en welk onderzoek daaruit groeide.
Waarom is het voor scholengroep Connected Gent zo belangrijk om te investeren in praktijkonderzoek?
Eva: In het strategisch beleidsplan van Connected hebben we de volgende doelstelling opgenomen: "resultaatgericht en data-geïnformeerd werken aan kwaliteitsvol onderwijs”. Met o.a. de module praktijkonderzoek wilden we aan deze doelstelling tegemoet komen. Tijdens het praktijkonderzoek leerden de deelnemende collega’s om een onderzoeksvraag af te bakenen, relevante data te kiezen, een geschikte methode te bepalen en resultaten te interpreteren. Door die stappen bewust te doorlopen, versterkten ze tegelijk hun onderzoekende houding: ze gingen gerichter vragen stellen, ontwikkelden meer nieuwsgierigheid naar wat er precies in hun klas gebeurt en leerden bewuster naar leerlingresultaten kijken. We wilden hen bovendien ook stimuleren om met de resultaten van de Vlaamse toetsen, de KOALA’s, IDP’s of LVS’en aan de slag te gaan. De begeleiders van de module stuurden daar zelf niet expliciet op aan, maar wij zorgden ervoor dat die data een centrale plaats kregen in hun onderzoek.
Wie namen er deel?
Eva: Het was een heel diverse groep: leerkrachten, zorgcoördinatoren, beleidsondersteuners, kwaliteitszorgmedewerkers, een ICT-coördinator, een orthopedagoge en een teamcoach uit het buitengewoon onderwijs, zowel collega’s uit het basis- als secundair onderwijs.
Maar geen directieleden?
Eva: Dat klopt. Het traject van Arteveldehogeschool is echt bedoeld voor mensen die in de klas of op de werkvloer staan – die met data werken en willen leren hoe ze onderzoek kunnen inzetten om hun eigen praktijk te verbeteren. Het is ook een intensief traject: zeven avondsessies van vier uur en een onderzoeksrapport als eindtaak. Veel van onze directeurs hebben al een Ba-na-ba Schoolontwikkeling, een postgraduaat leiderschap of een ProfS-opleiding gevolgd. Zij hebben dus al een basis in praktijkonderzoek. De Ba-na-ba Schoolontwikkeling bevat trouwens dezelfde module – het is eigenlijk de opstap daarnaartoe.
Jij nam zelf ook deel. Waarom?
Eva: Ik heb dertien jaar als onderwijsonderzoeker aan de UGent gewerkt, dus ik ken academisch onderzoek goed. Maar onderzoek doen in de praktijk is iets helemaal anders. Je dient veel meer rekening te houden met de context van de scholengroep en de individuele scholen én praktijkonderzoek leidt sneller tot directe veranderingen in de praktijk en heeft daardoor meer impact. Het was voor mij belangrijk om dit traject samen met de collega’s te doorlopen, zodat ik kon zien en voelen hoe zij het beleefden. Tegelijk gaf het me de kans om onze mensen en scholen op een veel directere manier te leren kennen.
Ik zag van dichtbij hoe krachtig het is als onderzoek en praktijk elkaar echt ontmoeten.” - Eva Vekeman
Leidt dit praktijkonderzoek ook tot gewenste veranderingen op scholen?
Eva: Dat verschilt per school en wordt vaak beïnvloed door de context. In sommige scholen liep het onderzoek door contextuele factoren soms vertraging op of bleef het tijdelijk zonder vervolg. Dit neemt niet weg dat we ook mooie voorbeelden van praktijkonderzoek hebben. Zo onderzocht een collega van een basisschool de combinatie van AVI- en DMT-testen[2]. Op basis van haar onderzoek besloot de school de twee toetsen te combineren. Ze formuleerde duidelijke aanbevelingen voor de uitvoering, en vanaf dit schooljaar past het hele team deze aanpak toe.
We proberen er alvast voor te zorgen dat het praktijkonderzoek de nodige aandacht krijgt en er effectief ook iets mee gebeurt. De opleiding liep af in januari. In juni organiseerden we een terugkommoment in het Sint-Baafshuis. Tijdens een intervisie deelden de achttien praktijkonderzoekers wat er intussen met hun onderzoek was gebeurd, en welke plannen ze hadden om ermee verder te gaan.
Welke rol zie je voor de pedagogische begeleiding?
Eva: De pedagogisch begeleider kan de onderzoekende houding van leraren stimuleren door op te treden als kritische vriend, vragen te stellen die aanzetten tot nadenken en collega’s uit te dagen hun aanpak te onderzoeken en te evalueren. Hij/zij kan op verschillende manieren ondersteuning bieden bij het opzetten en uitvoeren van verder praktijkonderzoek. Hij kan collega’s helpen bij het formuleren van een onderzoeksvraag; hij kan advies uitbrengen over dataverzameling, over de betrouwbaarheid en de validiteit van data; hij kan ondersteuning bieden bij het kiezen van een geschikte onderzoeksmethode; hulp bieden bij de analyse en de interpretatie van data; hij kan de conclusies mee helpen vertalen in verbetermaatregelen … We zien de begeleidingsdienst als een belangrijke partner om dit verhaal samen verder vorm te geven en te versterken. Jo Debaene (Katholiek Onderwijs Vlaanderen) speelt sinds september een belangrijke rol in onze basisscholen om data-geïnformeerd werken te versterken. Twee weken geleden gaf Werner Bosman (Katholiek Onderwijs Vlaanderen) nog een sessie over de Vlaamse toetsen.
De pedagogisch begeleider kan de onderzoekende houding van leraren stimuleren door op te treden als kritische vriend, vragen te stellen die aanzetten tot nadenken en collega’s uit te dagen hun aanpak te onderzoeken en te evalueren.” - Eva Vekeman
Leiderschap is essentieel voor datagebruik op school. Wat verwachten jullie van directies?
Eva: Directies spelen een sleutelrol in het bekendmaken en verspreiden van het uitgevoerde onderzoek. Rond datageïnformeerd werken hebben we nog geen uitgewerkte verwachtingen, maar we verwachten wel dat schoolbeleid data-geïnformeerd vorm krijgt. Aansluitend bestaan er afspraken rond het gebruik van schoolfeedback van de Vlaamse toetsen. We vragen directies deze data actief te gebruiken en erover te communiceren met hun team. Het besef dat data de nodige aandacht verdienen, groeit intussen gestaag.
Achttien collega’s verdiepten zich ondertussen in praktijkonderzoek. Wat met de overige collega’s? Hoe zien jullie de datageletterdheid van jullie schoolteams evolueren?
We hebben een zaadje geplant, en nu is het belangrijk dat meer teamleden mee op de kar springen. Daar zetten we bewust stappen in.
Belangrijk om hier te vermelden is misschien ook dat ik met mijn collega Bieke Maertens, ook beleidsmedewerker, binnen de scholengroep een nieuw praktijkonderzoek uitvoer rond les- en onderwijskwaliteit en de rol die data daarin spelen. Dit praktijkonderzoek kwam er op impuls van het bestuursorgaan en de algemeen directeur, Wouter Boute. Vorig jaar werd vanuit het bestuur de vraag gesteld om meer aandacht te hebben voor de tweede strategische prioriteit van ons beleidsplan, nl. resultaatgericht en data-geïnformeerd werken aan kwaliteitsvol onderwijs, en te werken aan de kern van het ROK; aan kwaliteitsontwikkeling, aan les- en onderwijskwaliteit.
We organiseren daarvoor focusgroepen van twee uur in onze 18 basisscholen. In die gesprekken verkennen we vragen als: Wat versta jij onder leskwaliteit? Waarom is het belangrijk om eraan te werken? En welke data verzamel je om daar zicht op te krijgen? In elke focusgroep zit een kleine afvaardiging per school: de directeur, de zorgcoördinator, een beleidsmedewerker en een leerkracht uit zowel het kleuter- als lager onderwijs. Samen kijken ze welke data vandaag al actief en minder actief gebruikt worden en welke zicht geven op wat voor hen leskwaliteit inhoudt? We maken daarbij gebruik van de datakaart[3] van Katholiek Onderwijs Vlaanderen.
Wat is het uiteindelijke doel van dit praktijkonderzoek?
Eva: Het doel is tweeërlei. We willen op basis van dit onderzoek komen tot een gedeelde visie op wat leskwaliteit en onderwijskwaliteit voor ons als groep is, maar ook een gedeelde visie ontwikkelen op hoe we aan de slag gaan met databronnen die ons daar een zicht op geven. We willen geen keurslijf opleggen, maar wel richting geven. We merken dat scholen soms door het bos de bomen niet meer zien en niet weten welke data ze moeten gebruiken. Dit is onze manier om hen daarbij te ondersteunen.
Leskwaliteit, onderwijskwaliteit als gedeelde verantwoordelijkheid?
Eva: Inderdaad. Het mag niet zo zijn dat de leerkracht enkel data verzamelt om ze dan door te spelen aan een collega die ze op zijn of haar beurt analyseert. Leraren moeten zelf kunnen meedenken over de betekenis van data; ze moeten zelf kunnen nadenken over acties die nodig zijn om bepaalde zaken bij te sturen. Daar liggen nog veel kansen. We zien nu nog maar al te vaak dat het de zorgcoördinator, beleidsondersteuner of directeur is die deze zaken ter harte neemt. Daar willen we verandering in brengen.
Een verandering die raakt aan de kern van de missie van de scholengroep Connected?
De kern van onze missie is ‘Verbonden in leren’. Deze verbondenheid willen we nastreven zowel binnen de scholen als over de scholen heen. Zo organiseren we bijvoorbeeld binnen de scholengroep drie keer per jaar ontmoetingsmomenten waarmee we tijd en ruimte creëren opdat scholen van elkaar zouden kunnen leren en samen zouden kunnen reflecteren over thema’s en vraagstukken die ons als scholengroep bezighouden.
Welke tips kan je nog meegeven aan andere scholengroepen die net als jullie op deze verbinding in leren willen inzetten?
Eva: Voor mij gaat het om een balans: oog voor individuele noden én een gezamenlijk beeld van waar je heen wilt. Luister goed naar waar mensen mee bezig zijn en welke behoeften er leven en zorg dat er een duidelijke strategie is (bij de scholengroep Connected uitgestippeld door de algemeen directeur en het bestuursorgaan), zodat voor directeurs de stip op de horizon helder is.
Diane Van Hove (Dienst School- & kwaliteitsontwikkeling)
Dit interview maakt deel uit van de reeks ‘Datageletterde basisscholen’ waarin we onderzoeken hoe basisscholen data gebruiken om de onderwijspraktijk te versterken én dus ook het leren van de leerlingen te bevorderen. Met dank aan alle basisscholen die aan deze reeks hun medewerking verleenden. Schoolteams die met vragen zitten over het gebruik van data, kunnen met deze vragen bij hun verbindingspersoon terecht.

