Het leerlingcontact gebruiken als format voor het werken aan verschillende doelen van het gemeenschappelijk funderend leerplan
Vele scholen werken al met een leerlingcontact of -gesprek. Dat is een kort individueel gesprek tussen de leerling en een leraar, coach, mentor of bijvoorbeeld een klassenleraar of klastitularis. Andere namen die hiervoor ook gebruikt worden zijn reflectiegesprek, groeigesprek, coaching gesprek … Individuele leerlingcontacten zijn begeleidende gesprekken, geen beoordelingsmomenten. Het zijn 'geplande één-op-één gesprekken tussen leraar en leerling die bedoeld zijn om leerlingen beter te leren kennen, hun welbevinden en schoolbeleving te verkennen, en samen haalbare doelen te formuleren. Het zijn kansen waarop de leerling eigenaarschap opneemt over zijn/haar persoonlijke groei. Het doel van het gesprek is om het reflectief vermogen van leerlingen te vergroten om zo leereffecten te realiseren. Het is dus veel meer dan het louter bespreken van resultaten en het bepalen van hoe de leerling het volgende keer anders kan aanpakken om betere resultaten te hebben.
In sommige gevallen wordt een leerlingcontact ook gebruikt als voorbereiding op een oudergesprek. Dat is een gesprek met de leerling, een ouder en een leraar waarbij de leerling zelf de leiding van het oudergesprek op zich neemt of zou kunnen nemen. Een afkorting die hier ook wel voor circuleert is een KOM-gesprek (kind-ouder-mentor). (https://www.klasse.be/543006/oudercontact-kom-gesprek-leerling/)
De behandelde thema’s tijdens een leerlingcontact hebben vaak te maken met het welbevinden van de leerling, zijn/haar schoolse resultaten en de studieloopbaan. Een leerlingcontact biedt ook kansen om extra informatie te verzamelen rond factoren die het leren kunnen belemmeren. Zo’n contact wordt een paar keer per schooljaar georganiseerd. Wanneer het louter de bespreking van resultaten betreft, zal het geheel van leerlingcontacten als evaluatiedag beschouwd worden. Wanneer de focus ligt op het reflecteren en het werken aan meerdere onderliggende doelen van het Gemeenschappelijk funderend leerplan is dat niet het geval.
Het format van een leerlingcontact biedt heel wat ruimte voor leerplandoelen uit het Gemeenschappelijk funderend leerplan. Zo kunnen de hierboven vermelde thema’s gelinkt worden aan:
Bij het inplannen van de thema’s voor een leerlingcontact kunnen gespreid over de 2 leerjaren van een graad nog andere topics aangereikt of ingeoefend worden. De leerlingen laten reflecteren kan bijvoorbeeld zeker ook over:
en dat kan bijvoorbeeld aan de hand van:
Elk thema moet niet het onderwerp zijn van elk gesprek. Doorheen de leerjaren kunnen leerlingen groeien in zelfstandigheid, van geholpen-begeleid naar zelfsturend.
Het is noodzakelijk om de leerlingen de tijd te geven het gesprek (bij voorkeur op school) individueel voor te bereiden aan de hand van duidelijke instructies, duidelijk vooraf bepaalde doelen en aangeleverde hulpmiddelen (een vragenlijst, een invuldocument, een placemat, reflectiekaarten, een groeiportfolio ...). Tijdens het gesprek geeft een veilige en vertrouwde aanpak de doorslag. De leraren die de gesprekken voeren werken gelijkgericht aan de hand van een schoolbrede leidraad met een eenvoudige, herkenbare, systematische voorbereiding van het gesprek en een vaste structuur tijdens het gesprek zelf, bijvoorbeeld:
Optioneel kan je kiezen voor één mentor die de leerling in de mate van het mogelijke gedurende zijn/haar hele schoolcarrière volgt en bij wie er die sfeer van veiligheid en vertrouwen heerst.
Wanneer je er omwille van organisatorische redenen als school voor kiest om bepaalde thema’s niet aan bod te laten komen in een leerlingcontact maar in een klasgesprek, is dat zeker een waardevol alternatief. Er wordt best een werkvorm gehanteerd waarbij iedere individuele leerling effectief tot reflectie komt.
Belangrijk is dat bij beide scenario’s, individueel of in de klas, de betrokken leraren voldoende geprofessionaliseerd worden in het voeren van dergelijke gesprekken met leerlingen. We verwijzen graag naar bestaand materiaal: https://pro.katholiekonderwijs.vlaanderen/welbevinden/praten-met-leerlingen.
Bij het Gemeenschappelijk funderend leerplan wordt expliciet verwacht dat per graad rond de doelen gewerkt wordt: aanleren, inoefenen en evalueren. Breed evalueren is bij persoonsvormende doelen het uitgangspunt. Zoals in het leerplan zelf aangegeven wordt, behoren volgende evaluatievormen tot de mogelijkheden:
Bij leerlingcontacten worden deze toegepast. Zelfreflectie en zelfevaluatie vormen de basis.
Een mogelijk formatief schema voor de leraar bij het reflectiegesprek zou kunnen zijn:
Criterium
Startend
Groeiend
Verdiepend
Ervaringen benoemen
Beschrijft oppervlakkig
Beschrijft concreet
Verbindt meerdere ervaringen
Zelfinzicht
Beperkt
Benoemt gevoelens/waarden
Analyseert motieven en keuzes
Perspectiefname
Moeilijk
Probeert andere blik
Integreert andere perspectieven
Zelfsturing
Afwachtend
Formuleert actiepunt
Stuurt zelfstandig bij
Taalgebruik
Vaag
Duidelijk
Nuancerend en precies
waarbij afhankelijk van het profiel en de context van de leerlingen bijvoorbeeld een leerling
De belangrijkste bevindingen bij het gesprek kunnen door de leerling zelf worden bijgehouden in een - graadoverstijgend - portfolio of door de leraar in het leerlingendossier (https://pro.katholiekonderwijs.vlaanderen/leerlingendossier/wat-is-een-leerlingendossier) worden genoteerd en tijdens een klassenraad ter sprake worden gebracht. De informatie uit het leerlingcontact kan zeker gebruikt worden bij een portretterende klassenraad. (https://pro.katholiekonderwijs.vlaanderen/klassenraad/portretterende-klassenraad). Het is eveneens mogelijk dat de leraar samen met de leerling bepaalt wat er in het leerlingendossier vermeld wordt. De leerlingen kunnen op basis van de feed-up (waar moet naar toe gewerkt worden) en feed-forward (wat is de volgende stap in het leerproces) remediëren en groeien als persoon.