Generatieve AI kan je ondersteunen bij het voorbereiden, verwerken en communiceren van informatie. Gebruik AI alleen wanneer ze een duidelijke meerwaarde biedt. Beschouw de output altijd als een voorstel dat je kritisch controleert en bewerkt. Jij blijft verantwoordelijk voor het eindresultaat.
De afspraken waaraan je je binnen jouw onderwijsorganisatie moet houden, zouden een plaats moeten hebben in het ICT-beleid of AI-beleid van jouw school. Hieronder lijsten we een aantal mogelijke afspraken en leidende principes op.
AI-systemen moeten zo helder en begrijpelijk mogelijk zijn in hun werking, beperkingen en besluitvorming. Gebruikers moeten voldoende informatie krijgen over de gebruikte gegevens, de beslissingslogica en de grenzen van het systeem. Volledige transparantie is niet altijd haalbaar, maar verklaarbaarheid, traceerbaarheid en duidelijke communicatie zijn noodzakelijk, zodat leerkrachten en leerlingen begrijpen op welke basis aanbevelingen of beslissingen tot stand komen. Een gebrek aan transparantie kan leiden tot wantrouwen en onbegrip, wat de effectiviteit van AI in het onderwijs ondermijnt.
Hoewel AI-systemen ondersteuning kunnen bieden, moet je als onderwijsprofessional altijd de uiteindelijke controle en verantwoordelijkheid behouden. AI mag nooit volledig autonoom beslissingen nemen zonder menselijk toezicht. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het beoordelen van sollicitanten of offertes.
Het beschermen van persoonsgegevens is fundamenteel bij het gebruik van AI in het onderwijs. AI-systemen moeten voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en ervoor zorgen dat data van leerlingen en leerkrachten veilig en vertrouwelijk worden behandeld. Dit omvat het minimaliseren van data-inzameling, het anonimiseren van gegevens waar mogelijk en het transparant communiceren over welke data worden verzameld en met welk doel.
AI-systemen moeten eerlijk zijn en mogen geen ongelijkheden versterken of bepaalde groepen benadelen. Ontwikkelaars moeten kunnen aantonen welke maatregelen ze nemen om vertekening te beperken, datasets zo representatief mogelijk te maken en ongerechtvaardigde uitkomsten te detecteren en te corrigeren. Daarnaast moeten onderwijsinstellingen kritisch nagaan of de toepassing in hun eigen context geen ongewenste effecten veroorzaakt.
Door deze ethische principes te integreren, werken onderwijsinstellingen, overheid, ontwikkelaars en ondersteunende partners samen aan een verantwoorde en effectieve inzet van AI in het onderwijs, waarbij de rechten en het welzijn van alle betrokkenen worden gewaarborgd.
Bepaal eerst welke taak je wilt uitvoeren en welke kwaliteit je verwacht. Vraag je af of AI daarvoor nodig is of dat je hetzelfde doel beter bereikt met een eenvoudiger, veiliger of transparanter hulpmiddel. Gebruik AI niet alleen omdat het kan.
Gebruik voor professionele taken een toepassing en account die je school of organisatie heeft goedgekeurd. Lees de gebruiksvoorwaarden en ga na wat er gebeurt met je invoer en output. Houd persoonlijk en professioneel gebruik gescheiden.
Voer geen persoonsgegevens, leerlinggegevens, vertrouwelijke informatie of auteursrechtelijk beschermd materiaal in als je daar geen toestemming of geldige grond voor hebt. Deel alleen informatie die je zonder beperkingen openbaar mag maken. Twijfel je of informatie gevoelig is, voer ze dan niet in.
Het genereren van inhoud met AI vergt veel energie. Wees daarom terughoudend met intensief en niet-functioneel gebruik. Gebruik generatieve AI enkel wanneer ze een duidelijke meerwaarde oplevert.
Niet alleen leerlingen, maar ook jij als onderwijsprofessional moet voldoende AI-geletterd zijn. Zorg voor een positief leerklimaat waarin je met collega’s kan praten over goede en slechte ervaringen en waarin je kan leren van elkaar.
Beschrijf je doel, de relevante context, de gewenste vorm en de kwaliteitscriteria. Geef geen gegevens mee die niet nodig zijn voor de taak. Verfijn de output met vervolgvragen, maar blijf alert voor overtuigende formuleringen die inhoudelijk niet kloppen. Het kader ‘Prompten in 5 stappen’ kan ondersteunend zijn.
Controleer gegenereerde inhoud altijd vóór je ze gebruikt, deelt of publiceert.
Gebruik generatieve AI niet als enige bron wanneer feitelijke nauwkeurigheid belangrijk is. Vergelijk de output met bronnen die je vertrouwt.
Kopieer AI-output niet ongewijzigd. Verbeter, verfijn, verkort of vul ze aan met je eigen vakkennis en contextkennis. De onderwijsprofessional of organisatie die de inhoud gebruikt of publiceert, blijft verantwoordelijk voor de juistheid, kwaliteit en gevolgen ervan.
Maak een onderscheid tussen wat wettelijk verplicht is en wat je school of organisatie zelf als goede praktijk afspreekt. Een transparantieafspraak kan dus ruimer zijn dan de wettelijke labelplicht.
Wanneer een persoon de tekst vóór publicatie inhoudelijk naleest, redigeert en er verantwoordelijkheid voor opneemt, vervalt voor die gepubliceerde tekst de wettelijke labelplicht. Je school of organisatie kan nog altijd vragen om het AI-gebruik vrijwillig te vermelden.
Gebruik een korte, herkenbare melding die past bij het medium. Vermeld minstens dat AI is gebruikt en, wanneer dat relevant is, waarvoor en met welk systeem. Voorbeelden:
Zorg ervoor dat personeelsleden weten voor welke taken ze AI mogen gebruiken, welke toepassingen en accounts zijn goedgekeurd, welke gegevens ze nooit mogen invoeren, welke controle nodig is en wanneer ze AI-gebruik moeten vermelden. Leg ook vast wie aanspreekpunt is bij twijfel of een incident.