De opdracht van een school en een leraar is om leerlingen te laten leren. Zet AI daarom niet in als doel op zich, maar als middel dat het leren versterkt. Als AI noodzakelijke denk- of oefenstappen overneemt en daardoor het leren belemmert, is het gebruik niet verantwoord.
Je vertrekt bij het inzetten van AI dus vanuit een gedeelde pedagogische visie, die ook doorvertaald is in je AI-beleid en je ICT-beleid.
Meer informatie over het doordacht inzetten van digitale tools in je lespraktijk vind je op de pagina over digitale didactiek.
Bepaal eerst wat leerlingen moeten kennen, begrijpen of kunnen. Vraag daarna welke rol AI eventueel kan spelen. Gebruik AI alleen wanneer ze aantoonbaar bijdraagt aan het leerproces, de leerlingondersteuning of inclusie.
Maak een onderscheid tussen voordelig en nadelig uitbesteden van denkwerk. AI-gebruik is nadelig wanneer het precies het denk- of oefenwerk overneemt dat de leerling nodig heeft om het leerdoel te bereiken. AI-gebruik kan voordelig zijn wanneer het bijkomstige belasting vermindert, zodat de leerling meer aandacht kan besteden aan het beoogde leerdoel. De beslissende vraag is telkens: welk denkwerk moet de leerling zelf uitvoeren om te leren?
Bijvoorbeeld: Een leerling laat een tekst in het Frans schrijven door generatieve AI.
Maar AI kan ook helpen om de cognitieve belasting te verminderen en het leren net de richten op het leerdoel. In dat geval spreken we van beneficial cognitive offloading.
Bijvoorbeeld: Een leerling besteedt het visueel vormgeven van een presentatie uit aan generatieve AI zodat de leerling zelf kan focussen op de inhoud.
Stelt je (evaluatie)opdracht jou als leraar in staat om in te schatten of een leerling het beoogde leerdoel zelfstandig behaald heeft? Of heb je als leraar geen zicht op wie het leerdoel behaald heeft, jouw leerling of een chatbot? Is dat laatste het geval, dan is het zinvol om je opdracht te herontwerpen. Denk na over welke doelen een leerling zelfstandig moet aantonen en in welke gecontroleerde (en waarschijnlijk AI-vrije) omgeving dit moet gebeuren.
Een beter eindproduct is niet automatisch bewijs van meer leren. AI kan de onmiddellijke prestatie verbeteren terwijl de leerling minder oefent, minder begrijpt of de kennis later niet zelfstandig kan toepassen. Verzamel daarom bewijs uit het proces: eerste pogingen, gemaakte keuzes, verwerkte feedback, herwerkingen en momenten waarop de leerling zonder ondersteuning kan uitleggen of toepassen wat hij geleerd heeft.
Werk met een helder afsprakenkader dat het voor leerlingen transparant maakt wanneer AI wel en wanneer AI niet gebruikt kan worden. En zorg voor een gecontroleerde, AI-vrije omgeving als dat nodig is.
Verbind AI met didactische strategieën waarvan je weet dat ze leren ondersteunen. Gebruik AI bijvoorbeeld om voorkennis te activeren, voorbeelden te vergelijken, feedback te onderzoeken of verschillende oplossingsstrategieën te bespreken. Controleer altijd of een eenvoudiger, veiliger of transparanter alternatief hetzelfde doel beter bereikt.
In de klas laat je leerlingen AI op een verantwoorde manier gebruiken. Dat wil zeggen dat je ervoor zorgt dat het gebruik valt binnen de kaders van de Europese AI-wetgeving en binnen de kaders van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Meer info vind je onder het deeltje regelgeving. Ook de visietekst van het Kenniscentrum Digisprong kan ondersteunend zijn. Katholiek Onderwijs Vlaanderen was mee betrokken bij het uitwerken van deze visie en we staan dus volledig achter de principes die in deze tekst aan bod komen.
Het is ook belangrijk om leerlingen voldoende AI-geletterd te maken. Dat omvat kennis, vaardigheden en attitudes om AI te herkennen en te begrijpen, ermee te creëren, het gebruik ervan bewust te beheren en kritisch na te denken over hoe AI wordt ontworpen en de samenleving beïnvloedt. Louter oefenen met tools of prompts volstaat niet. Werk daarom over vakken en leerjaren heen aan een samenhangende leerlijn. Meer informatie vind je op de pagina Mediawijsheid.
Verantwoord gebruik vereist ook regelmatige bijsturing van het AI-gebruik. Ga op vaste momenten na of een AI-toepassing nog aansluit bij de onderwijsdoelen, betrouwbaar en toegankelijk is, correct wordt gebruikt en geen ongewenste effecten veroorzaakt.