Secundair onderwijs

Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om een personeelslid te vervangen. Op deze pagina vind je waar je precies rekening mee moet houden en welke stappen je moet zetten.

Subsidieerbaarheid van de vervanging

sla link op in klembord

Indien voldaan wordt aan een aantal voorwaarden inzake de betrekking en de afwezigheid, kan een vervanger worden aangesteld en bezoldigd door de overheid, zonder dat hiervoor toelagen of andere middelen worden aangerekend aan het schoolbestuur.

Voorwaarden inzake de betrekking

sla link op in klembord

Een vervanger kan je enkel laten subsidiëren door de overheid wanneer die is aangesteld in een gesubsidieerde betrekking. Hieronder verstaan we een betrekking die is opgericht op basis van omkaderingsmiddelen (punten, uren, …): zowel in de betrekkingen waarin een benoeming mogelijk is, als in die waarin geen benoeming mogelijk is (bv. betrekkingen opgericht met punten van de globale enveloppe die de scholengemeenschap heeft voorafgenomen).

Je kan een interimaris daarentegen niet laten subsidiëren in de volgende betrekkingen:

  • het plage-uur van een titularis dat niet gebaseerd is op het pakket uren-leraar of op andere omkaderingsmiddelen (tenzij dit uur ook aan de vervanger kan worden opgelegd bij wijze van plage);
  • niet-organieke betrekkingen (code 165) die de Vlaamse reaffectatiecommissie heeft toegewezen aan terbeschikkinggestelde personeelsleden voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling in een organieke betrekking mogelijk is, of die de Vlaamse reaffectatiecommissie heeft toegewezen aan personeelsleden die uiterlijk op 1 augustus 2012 ter beschikking waren gesteld wegens ontstentenis van betrekking na uitspraak van de Pensioencommissie van Medex of in het kader van re-integratie;
  • de tewerkstelling die onder bepaalde voorwaarden en ten persoonlijke titel wordt toegekend aan directeurs of adjunct-directeurs die ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking ten gevolge van de herstructurering van scholen of van het onderwijsaanbod;
  • de betrekkingen die niet zijn opgericht met omkaderingsmiddelen (uren, punten, betrekking van directeur), maar met het eigen werkingsbudget, voor de zgn. personeelsleden ten laste van het werkingsbudget (PWB). Bij afwezigheid van dergelijk personeelslid kan een vervanger enkel worden bezoldigd via hetzelfde principe, dus evenzeer ten laste van het werkingsbudget.

Voorwaarden inzake de afwezigheid

sla link op in klembord

Indien een gesubsidieerd personeelslid een dienstonderbreking geniet, wordt ook de vervanger gesubsidieerd op voorwaarde dat de afwezigheid van het te vervangen personeelslid voldoet aan elk van deze drie voorwaarden:

  • de afwezigheid vangt aan vóór 1 juni, én
  • ze omvat een ononderbroken periode van ten minste 10 werkdagen, én
  • ze vangt aan op méér dan 14 kalenderdagen voor het begin van de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie: is dit niet het geval, dan wordt de vervanger pas bezoldigd vanaf de eerste dag na die vakantie.

De afwezigheid vangt aan vóór 1 juni

sla link op in klembord

Een vervanger kan enkel worden gesubsidieerd indien de afwezigheid van het te vervangen personeelslid aanvangt vóór 1 juni. Het gaat hierbij om de aanvang van de globale afwezigheidsperiode van het personeelslid dat moet worden vervangen, niet om het type dienstonderbreking.

Het voorgaande betekent echter niet dat er na 1 juni geen vervanger meer zou mogen worden aangesteld. Indien de afwezigheid van de titularis vóór 1 juni is ingegaan, mag de vervanger ook nog op latere datum worden aangesteld. Uiteraard kan een vervanger enkel in dienst worden genomen indien hij op dat tijdstip van het schooljaar nog aanspraak kan maken op een salaristoelage.

Uitzondering: de voorwaarde dat de afwezigheid moet aanvangen vóór 1 juni geldt niet als het gaat om het ambt van directeur of om een omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling van de echtgenote of samenwonende partner, of om verlofweken postnatale rust.

Voorbeelden

Een leraar is met ziekteverlof vanaf 28 mei tot 30 juni, maar het schoolbestuur vindt pas op 8 juni een vervanger. Deze interimaris kan vanaf 8 juni worden aangesteld.

Een personeelslid gaat met bevallingsverlof van 1 juni t.e.m. 13 september. Omdat de afwezigheid niet is aangevangen vóór 1 juni, mag er in dat schooljaar geen vervanger meer worden aangesteld.

Ononderbroken periode van 10 werkdagen afwezigheid

sla link op in klembord

De afwezigheid moet een ononderbroken periode van 10 werkdagen omvatten.

Onder "werkdag" verstaan we:

  • alle weekdagen (maandag t.e.m. vrijdag) van het schooljaar verstaan, behalve de dagen die voor heel het secundair onderwijs als schoolvakantie gelden zoals de wettelijke feestdagen, de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie enz. Deze schoolvakanties vind je terug op onderwijs.vlaanderen.be/schoolvakanties.
  • de dagen waarop de lessen geschorst worden zoals de pedagogische studiedag, de sportdag en de dagen besteed aan klassenraden aansluitend op evaluatieperiodes,
  • de schooldagen waarop het te vervangen personeelslid geen opdracht heeft,
  • de facultatieve vakantiedag (of twee halve dagen) die de school elk schooljaar zelf mag vastleggen.

De reden van de afwezigheid hoeft niet gedurende de hele periode dezelfde te zijn, voor zover het maar gaat om een periode van aaneensluitende afwezigheden die niet wordt onderbroken door tussenliggende kalenderdagen, zelfs niet door weekend- of vakantiedagen.

Voorbeelden

Een personeelslid geniet op maandag en dinsdag een volledige dienstonderbreking van 2 werkdagen, en aansluitend vanaf woensdag een ziekteverlof van 8 opeenvolgende werkdagen. Van zodra dit ziekteverlof door een arts geattesteerd is, heeft men de zekerheid dat de ononderbroken afwezigheidsperiode 10 opeenvolgende werkdagen beslaat, en kan het personeelslid worden vervangen.

Een personeelslid krijgt van de behandelende geneesheer een eerste week ziekteverlof voorgeschreven van maandag tot en met vrijdag, en de volgende week opnieuw van maandag tot en met vrijdag. Omdat de periode van afwezigheid wordt onderbroken door een tussenliggend weekend, kan geen vervanger worden gesubsidieerd, ook al is de titularis gedurende tweemaal vijf werkdagen afwezig. Indien de tweede ziekteperiode echter was gestart op zaterdag, d.w.z. onmiddellijk aansluitend op de eerste ziekteperiode, hadden we wel een afwezigheid van 10 werkdagen zonder onderbreking, en was vervanging wel mogelijk.

Een personeelslid is afwezig wegens ziekte van maandag 22 april 2019 t.e.m. vrijdag 3 mei. Aangezien 22 april (paasmaandag) en 1 mei geen werkdagen zijn, beslaat deze afwezigheidsperiode slechts 8 werkdagen en kan geen vervanger worden gesubsidieerd.

Van zodra de vereiste duur van de afwezigheidsperiode vaststaat, is voldaan aan de voorwaarde “10 werkdagen afwezigheid”. Indien de afwezigheid van een personeelslid aanvankelijk minder dan 10 werkdagen duurt, maar nadien aansluitend wordt verlengd (desgevallend met een andere soort dienstonderbreking) en aldus de vereiste duur van 10 werkdagen bereikt, is aan deze vervangingsvoorwaarde voldaan.

Voorbeelden

Een personeelslid is afwezig wegens ziekte van woensdag 27 mei t.e.m. vrijdag 5 juni 2020 (8 werkdagen). Op donderdag 4 juni bezorgt hij een volgend medisch attest dat hem ziekteverlof toekent van zaterdag 6 juni t.e.m. vrijdag 12 juni. Vanaf dan bereiken we een ononderbroken afwezigheidsperiode van 10 werkdagen die is begonnen vóór 1 juni; het schoolbestuur kan dus een vervanger aanstellen. Indien de tweede periode van ziekteverlof echter pas was voorgeschreven vanaf maandag 8 juni, was dit niet mogelijk omdat de afwezigheidsperiode dan onderbroken was.

Een personeelslid geniet ziekteverlof van 1 tot 5 september. Onmiddellijk daarop aansluitend geniet hij een verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte van 6 september tot 5 oktober; in deze periode dient hij nog slechts halftijdse prestaties te verrichten. Zodra de VVP/ziekte is goedgekeurd door het controleorgaan, staat zijn dienstonderbreking vast voor een ononderbroken periode van meer dan 10 werkdagen, zij het niet voor een voltijdse betrekking, maar slechts voor een halftijdse.

Opgelet: De periode van 10 werkdagen wordt per schooljaar bekeken. Een vervanger kan in september worden gesubsidieerd indien het personeelslid vanaf 1 september nog minstens 10 werkdagen afwezig is. De afwezigheidsdagen vóór 1 september worden niet meegerekend. Een uitzondering hierop vormt het bevallingsverlof dat reeds vóór 1 september was ingegaan, maar enkel op voorwaarde dat de titularis vastbenoemd is of dat ze vanaf 1 september aangesteld blijft in exact dezelfde betrekking (vak, graad, onderwijsvorm) waarin ze voor doorlopende duur was aangesteld op 31 augustus.

Voorbeeld

Een personeelslid is met bevallingsverlof van 28 mei tot en met 9 september (105 dagen). Ze kan dus ook van 1 tot en met 9 september vervangen worden in de volgende gevallen:

  • als ze vastbenoemd is,
  • of als ze op 1 september nog steeds is aangesteld in dezelfde betrekking waarin ze tot 31 augustus was aangesteld voor doorlopende duur,

maar niet:

  • als ze tot 31 augustus voor bepaalde duur was aangesteld;
  • of als ze op 1 september een andere betrekking heeft gekregen als TADD’er (bv. ter vervanging van een andere titularis, of in een vacante betrekking i.p.v. een interimbetrekking).

Indien de afwezigheid wegens ziekte van je personeelslid door de arts geattesteerd is voor een niet-onderbroken periode van minimaal 10 werkdagen, maar uiteindelijk minder dan 10 werkdagen duurt doordat de betrokkene vervroegd terug in dienst treedt (op eigen initiatief of op beslissing van de controlearts), dan blijft de vervanger gesubsidieerd tot op de laatste dag van het ingekorte ziekteverlof, zelfs indien het te vervangen personeelslid uiteindelijk minder dan 10 dagen afwezig is geweest. De subsidieerbaarheid van de vervanger komt m.a.w. niet in het gedrang door de vervroegde stopzetting van een ziekteverlof.

Voorbeeld

Een opvoeder geniet ziekteverlof van maandag 6 januari tot en met vrijdag 17 januari 2020. Deze afwezigheid van 10 opeenvolgende werkdagen die méér dan 14 kalenderdagen voor de krokusvakantie aanvangt, laat de aanstelling van een gesubsidieerd vervanger toe. Zelfs als de titularis uit eigen beweging vervroegd het werk hervat op bv. dinsdag 14 januari, blijft de vervanger subsidieerbaar t.e.m. 13 januari.

Bij de vervroegde stopzetting van elke andere dienstonderbreking daarentegen brengt de inkorting van de afwezigheid tot minder dan 10 opeenvolgende werkdagen met zich mee dat de vervanger vanaf de eerste dag niet meer gesubsidieerd wordt.

Voorbeeld

Een leraar krijgt op zijn verzoek een verlof voor verminderde prestaties toegestaan van 5 tot en met 30 november; er kan dus een gesubsidieerde vervanger worden aangesteld. Indien de titularis echter zou vragen om de VVP reeds na 9 werkdagen stop te zetten en het schoolbestuur op dat verzoek zou ingaan, zou dat meebrengen dat de bezoldiging van de vervanger vanaf de eerste dag wordt teruggevorderd. Het is dus aangewezen om de bezoldiging van de vervanger niet in het gedrang te laten brengen door een vroegtijdige stopzetting van een verlofstelsel (andere dan ziekteverlof).

Beperking van de vervangingsmogelijkheid als de afwezigheid begint in de periode van 14 kalenderdagen voor (of tijdens) een korte vakantieperiode

sla link op in klembord

Opgelet: deze beperking geldt echter niet:

  • indien het gaat om de vervanging van een directeur
  • indien de interimbetrekking bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling wordt opgenomen door een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

Indien de afwezigheid van een gesubsidieerd personeelslid aanvangt in een periode van 14 kalenderdagen vóór, of tijdens de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie, kan een vervanger pas aangesteld en gesubsidieerd worden vanaf de eerste schooldag na deze vakantieperiode. Deze beperking komt bovenop de gebruikelijke voorwaarden dat afwezigheid van de titularis moet beginnen vóór 1 juni en minstens 10 werkdagen moet duren.

Voorbeelden:

Een adjunct-directeur neemt een dienstonderbreking vanaf maandag 14 oktober t.e.m. woensdag 13 november 2019. Zijn afwezigheid duurt wel meer dan 10 werkdagen, maar omdat ze aanvangt in de periode van 14 kalenderdagen voor de herfstvakantie, kan een vervanger pas aangesteld en bezoldigd worden vanaf de eerste dag na die vakantie. Deze vervanger wordt dus gesubsidieerd vanaf maandag 4 november t.e.m. 13 november, ook al duurt de afwezigheid van de titularis nog maar 8 werkdagen na de herfstvakantie.

Een leraar is met bevallingsverlof vanaf zondag 13 oktober 2018 t.e.m. zaterdag 25 januari 2020. Omdat haar afwezigheid méér dan 14 kalenderdagen voor de herfstvakantie aanvangt, kan een vervanger worden aangesteld en gesubsidieerd vanaf zondag 13 oktober. Indien de afwezigheidsperiode pas op maandag 14 oktober zou beginnen, dan kon de vervanger pas worden aangesteld vanaf de eerste dag na de herfstvakantie.

Een opvoeder neemt een dienstonderbreking vanaf 1 april tot en met 30 juni 2020. Omdat zijn afwezigheid aanvangt op minder dan 14 dagen voor de paasvakantie, kan een interimaris pas aangesteld en bezoldigd worden vanaf de eerste schooldag erna, d.w.z. vanaf maandag 20 april.

Een directeur is met ziekteverlof vanaf 20 oktober t.e.m. 31 december. Aangezien het gaat om het ambt van directeur, kan hij onmiddellijk worden vervangen. Maar indien bv. de vastbenoemde adjunct-directeur via een verlof voor TAO wordt aangesteld als interimaris van de directeur, dan kan de adjunct-directeur op zijn beurt nog niet onmiddellijk worden vervangen, aangezien diens dienstonderbreking (verlof TAO) begint in de periode van 14 kalenderdagen vóór de herfstvakantie. De adjunct-directeur kan dus pas worden vervangen vanaf de eerste dag na de herfstvakantie

Deze beperking geldt ook voor langdurige afwezigheden (bv. 15 weken bevallingsverlof, 4 maanden zorgkrediet) die aanvangen in de periode van 14 kalenderdagen voor de genoemde vakantieperiodes. Het gaat hierbij om de doorlopende afwezigheidsperiode van de titularis, niet om het type dienstonderbreking. Indien een personeelslid een eerste dienstonderbreking neemt die méér dan 14 kalenderdagen voor het begin van de genoemde vakantieperiodes aanvangt en nadien onmiddellijk aansluitend een andere dienstonderbreking neemt, loopt de afwezigheid door en kan een gesubsidieerde vervanger aangesteld worden of blijven.

Voorbeeld:

Een technisch adviseur-coördinator is met ziekteverlof van 3 september tot en met 19 oktober 2019; vanaf 20 oktober neemt hij een andere dienstonderbreking. De interimaris die reeds was aangesteld tijdens het ziekteverlof blijft aangesteld en gesubsidieerd tijdens de aansluitende dienstonderbreking: de afwezigheid van deze titularis begon immers niet op 20 oktober, maar reeds op 3 september.

Indien de interimbetrekking echter bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling (dus niet via een verlof voor tijdelijk andere opdracht) wordt opgenomen door een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, dan zal deze TBS/OB’er wél worden bezoldigd, ook indien de dienstonderbreking van de titularis aanvangt in een periode van 14 kalenderdagen voor de genoemde vakantieperiodes.

Voorbeeld:

Een leraar neemt een dienstonderbreking vanaf maandag 14 oktober t.e.m. vrijdag 25 oktober 2019. Aangezien het gaat om een periode van 10 werkdagen, is reaffectatie hierin verplicht. Indien er een lid van het bestuurs- en onderwijzend personeel van de scholengemeenschap is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een niet-organieke betrekking, wordt deze verplicht opgeschort en moet de TBS/OB’er worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in de interimbetrekking indien die voor hem behoort tot “hetzelfde ambt” of indien hij er een vereist bekwaamheidsbewijs voor heeft. Het gereaffecteerde / wedertewerkgestelde personeelslid zal uiteraard worden bezoldigd, ook al start de afwezigheid van de titularis pas 14 kalenderdagen voor de herfstvakantie.

Uitzonderingen

sla link op in klembord

In enkele gevallen moeten de drie hoger genoemde voorwaarden niet allemaal vervuld zijn, namelijk:

  • indien het te vervangen personeelslid een omstandigheidsverlof geniet naar aanleiding van de bevalling van zijn echtgenote of samenwonende partner: de afwezigheidsperiode hoeft geen 10 werkdagen te duren en hoeft niet vóór 1 juni te beginnen, maar indien de afwezigheid pas aanvangt in de periode van 14 kalenderdagen voor (of tijdens) de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie, wordt de vervanger pas bezoldigd vanaf de eerste dag na die vakantie.

Voorbeelden

N.a.v. de bevalling van zijn echtgenote neemt een opvoeder omstandigheidsverlof van maandag 7 juni t.e.m. vrijdag 11 juni 2021; de resterende tien dagen neemt hij versnipperd in de loop van juni en september. Op al die dagen kan een vervanger worden gesubsidieerd.

Een leraar neemt in oktober of november omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling van zijn echtgenote. De herfstvakantie begint op maandag 1 november 2021; de periode van 14 kalenderdagen voordien begint dus op maandag 18 oktober.

  1. Hij neemt een deel van dit omstandigheidsverlof vanaf maandag 18 oktober t.e.m. vrijdag 29 oktober: er kan geen vervanger worden aangesteld, omdat de afwezigheid pas begint in de periode van 14 kalenderdagen voor de herfstvakantie.
  2. Hij neemt dit deel van zijn omstandigheidsverlof vanaf vrijdag 16 t.e.m. donderdag 28 oktober: hij kan gedurende heel deze periode worden vervangen door een gesubsidieerde interimaris. Dit wordt immers beschouwd als een doorlopende afwezigheidsperiode (weekends inbegrepen), ook al worden er slechts 10 dagen omstandigheidsverlof aangerekend.
  3. Hij neemt 6 dagen omstandigheidsverlof vanaf vrijdag 8 oktober t.e.m. vrijdag 15 oktober; omdat hij op maandag geen opdracht heeft, neemt hij de resterende 9 dagen pas op vanaf dinsdag 19 oktober t.e.m. vrijdag 29 oktober. De vervanger wordt enkel bezoldigd van 8 t.e.m. 15 oktober. De eerste afwezigheidsperiode vangt immers méér dan 14 kalenderdagen voor het begin van de herfstvakantie aan, maar de tweede periode niet.
  4. Hij neemt 5 dagen omstandigheidsverlof vanaf maandag 25 oktober t.e.m. vrijdag 29 oktober, en de volgende 5 dagen vanaf maandag 8 november t.e.m. maandag 15 november (11 november is een wettelijke feestdag). Hij kan niet vervangen worden in de week voor de herfstvakantie, maar wel van 8 t.e.m. 15 november.

  • indien het te vervangen personeelslid een "verlofweek postnatale rust" opneemt: de afwezigheidsperiode hoeft geen 10 werkdagen te duren en hoeft niet vóór 1 juni te beginnen , maar indien de afwezigheid pas aanvangt in de periode van 14 kalenderdagen voor (of tijdens) de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie, wordt de vervanger pas bezoldigd vanaf de eerste dag na die vakantie.

Voorbeeld:

Een personeelslid heeft 9 weken ononderbroken postnataal bevallingsverlof tot aan de vooravond van de paasvakantie, en heeft binnen de 8 weken nadien nog recht op twee verlofweken postnatale rust. Deze neemt ze op in twee afzonderlijke weken na de paasvakantie, telkens voor 7 kalenderdagen. In elk van die verlofweken postnatale rust kan een vervanger worden gesubsidieerd.

  • indien het gaat om de vervanging van een personeelslid dat is aangesteld in het ambt van directeur. In dit ambt kan een vervanger worden aangesteld bij elke dag dienstonderbreking, ook als die slechts 1 dag duurt of pas begint na 31 mei, of als ze begint in de periode van 14 kalenderdagen voor (of tijdens) de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie. Deze uitzondering geldt enkel voor de ambten van directeur, maar niet voor de andere selectie- en bevorderingsambten.

Voorbeeld:

Een directeur is afwezig wegens ziekte van 28 juni tot 10 juli. Hij kan de volledige periode worden vervangen door een gesubsidieerd interimaris: in dit ambt is het immers niet vereist dat de afwezigheid start vóór 1 juni of dat ze 10 werkdagen duurt. Zie ook punt 7.1 voor wat betreft de bezoldiging in de zomervakantie van personeelsleden die zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt.

Vervanging van een interimaris

sla link op in klembord

Indien een interimaris is aangesteld en op zijn beurt afwezig is, dan kan ook die worden vervangen indien de afwezigheid van de interimaris voldoet aan de voorwaarden die gelden voor elke vervanging.

Voorbeelden

Personeelslid A neemt een zorgkrediet van 1 september tot 30 juni, en wordt vervangen door interimaris B. Tien dagen voor het begin van de herfstvakantie gaat interimaris B met bevallingsverlof (105 dagen). B kan op haar beurt pas vervangen worden vanaf de eerste dag na de herfstvakantie, aangezien haar afwezigheidsperiode pas is begonnen in de periode van 14 kalenderdagen voor die vakantie.

Personeelslid C is gedurende heel het derde trimester in dienstonderbreking, en wordt vervangen door interimaris D.

  • Indien D in de loop van dat trimester een ziekteverlof geniet, kan hij op zijn beurt worden vervangen op voorwaarde dat zijn ziekteverlof aanvangt vóór 1 juni en 10 ononderbroken werkdagen duurt. Na het einde van zijn ziekteverlof neemt D de interim-opdracht opnieuw op.
  • Indien D een ziekteverlof geniet dat minder bedraagt dan 10 opeenvolgende werkdagen en/of pas na 31 mei aanvangt, kan hij niet worden vervangen.
  • Indien D in de loop van zijn aanstellingsperiode een omstandigheidsverlof geniet omwille van de bevalling van zijn echtgenote of samenwonende partner, kan hij in elk geval vervangen worden, zelfs als dit omstandigheidsverlof pas aanvangt na 31 mei of geen 10 aaneensluitende werkdagen duurt. Na het einde van zijn omstandigheidsverlof neemt D opnieuw de vervanging van C op.

Indien de vervanger daarentegen geen dienstonderbreking geniet, maar ontslag heeft gegeven of gekregen, hebben we niet te maken met "de vervanging van een vervanger", maar met "de aanstelling van een nieuwe vervanger". Voor de rest van de periode van afwezigheid van de titularis kan zonder twijfel een nieuwe vervanger aangesteld worden, vermits er reeds voldaan was aan de voorwaarden in hoofde van de titularis.

Voorbeeld

Personeelslid A is gedurende heel het derde trimester met bevallingsverlof en wordt vervangen door personeelslid B. Als interimaris B op 25 juni ontslag geeft, kan er zelfs op die datum nog een nieuwe vervanger worden aangesteld om de betrekking over te nemen. Hier is het immers opnieuw A die wordt vervangen; de aanvangsdatum en de duur van diens afwezigheid waren reeds geverifieerd en laten ook nu nog steeds toe om een nieuwe vervanger (C) in dienst te nemen. Eenmaal C is aangesteld als vervanger van A, kan B niet meer terugkeren naar deze interimbetrekking.

Ambt, puntenwaarde en omvang van de vervanging

sla link op in klembord

Het ambt waarin de vervanger wordt aangesteld

sla link op in klembord

Een interimaris stel je steeds aan in een betrekking van hetzelfde ambt als dat van de titularis.

Voorbeeld

Personeelslid X heeft recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur als opvoeder. Hoewel hij een vacante betrekking van opvoeder in een andere school aangeboden had gekregen, verkiest hij een niet-vacante betrekking in eigen school, ter vervanging van administratief medewerker Y. Indien X inderdaad wordt aangesteld ter vervanging van Y, is ook X aangesteld in het ambt van administratief medewerker, maar dan als tijdelijke van bepaalde duur.

Uitzonderingen:

Voorbeeld:

Een kinesitherapeut is aangesteld als titularis van een betrekking van 20/32, en moet worden vervangen.

  • Indien er door het schoolbestuur of in de scholengemeenschap een andere kinesitherapeut TBS/OB is gesteld die enkel een reaffectatie in een niet-organieke betrekking heeft, moet de TBS/OB’er verplicht worden gereaffecteerd in de interimbetrekking van kinesitherapeut, en wordt de niet-organieke betrekking verplicht opgeschort.
  • Indien er geen TBS/OB’er is maar er wel een kinesitherapeut TADD-recht kan laten gelden bij het schoolbestuur resp. in de scholengemeenschap, moet het schoolbestuur hem de interimbetrekking in dat ambt aanbieden.
  • Indien er geen reaffectatieverplichtingen zijn en de TADD’ers de aangeboden betrekking hebben geweigerd, mag het schoolbestuur de kinesitherapeut (20/32) vervangen door een interimaris die wordt aangesteld in een ander ambt van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel. Afhankelijk van de prestatieregeling van het gekozen ambt wordt de interimaris aangesteld voor 20/32 of voor 18/30; voor de andere prestatienoemers wordt de 20/32 naar rata verrekend.

De puntenwaarde van de betrekking bij vervanging

sla link op in klembord

Een vervanging in een betrekking die is opgericht op basis van punten heeft geen invloed op de puntenwaarde van die betrekking: deze blijft steeds bepaald door de titularis, ook indien hij wordt vervangen door een personeelslid met een hogere salarisschaal of een ander bekwaamheidsbewijs. Dit geldt in elk geval voor de betrekkingen in het bestuurs- en onderwijzend personeel (taak- en functiedifferentiatie) en in principe ook voor de betrekkingen van het ondersteunend personeel.

Een tijdelijke vervanger in het ondersteunend personeel kan in de regel geen hoger salaris krijgen dan de titularis, ook niet indien de vervanger een hoger diplomaniveau bezit. Het schoolbestuur heeft echter wel de mogelijkheid (niet de verplichting!) om de puntenwaarde van de betrekking te verhogen in functie van het diplomaniveau van de interimaris, althans indien de school over de nodige punten beschikt. In geval van verhoging van de puntenwaarde zal de interimaris een hoger barema genieten.

Voorbeelden:

Een opvoeder met bekwaamheidsbewijs "ten minste HSO" (63 punten) wordt vervangen door een tijdelijk personeelslid met bekwaamheidsbewijs “ten minste master”. De betrekking blijft 63 punten kosten, en de interimaris wordt bezoldigd aan barema 202 (HSO). Indien het schoolbestuur de puntenwaarde van de betrekking echter zou aanpassen tot 82 of tot 120 punten, zou de master worden bezoldigd aan barema 158 resp. barema 542.

Een leraar met salarisschaal 301 is vastbenoemd in een betrekking van 5/22 taak- en functiedifferentiatie. Gezien de salarisschaal van de titularis blijft deze betrekking 19 punten kosten, ook wanneer deze titularis tijdens een dienstonderbreking wordt vervangen door een leraar met salarisschaal 501.

Is de titularis aangesteld in het ambt van ICT-coördinator:

  • met punten uit de puntenenveloppe ICT, dan wordt de vervanger wel bezoldigd op basis van zijn bekwaamheidsbewijs, ongeacht de puntenwaarde van de betrekking;
  • met punten uit de globale puntenenveloppe, dan gelden dezelfde regels als voor de andere ambten van het ondersteunend personeel.

Voorbeeld:

Een ICT-coördinator met salarisschaal 501 is aangesteld in een halftijdse betrekking. Deze halftijdse betrekking kost 63 punten. Tijdens zijn ziekteverlof wordt hij vervangen door een ICT-coördinator met salarisschaal 301. Deze betrekking van 18 uur blijft 63 punten kosten.

Een ter beschikking gesteld personeelslid dat bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling is aangesteld in het ondersteunend personeel, wordt steeds bezoldigd aan het barema waaraan het vastbenoemd is, zonder dat de puntenwaarde van de betrekking hoeft te worden aangepast.

Wanneer een titularis wordt vervangen door een interimaris met een lager diplomaniveau, komen er géén punten vrij: ook dan blijft de puntenwaarde van de betrekking nog steeds bepaald door de titularis:

Voorbeeld

Een administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs van het niveau master (120 punten) wordt via TAO vervangen door een personeelslid met "ten minste HSO". De betrekking blijft 120 punten kosten. Deze interimaris kan niet worden bezoldigd aan een hoger barema dan 202; het is dus niet mogelijk om de puntenwaarde van deze betrekking te verhogen, en er komen ook geen punten vrij.

Het vak waarin de interim-leraar wordt aangesteld

sla link op in klembord

Hierbij maken we een onderscheid tussen lesuren (contacturen) en "uren die geen lesuren zijn" zoals BPT, GOK, Seminaries, aanvangsbegeleiding enz.

De vervanging in lesuren (contacturen)

sla link op in klembord

Het uitgangspunt is en blijft dat een leraar die in contacturen wordt aangesteld ter vervanging van een andere leraar, wordt aangesteld in hetzelfde vak.

Voorbeeld

Het vak met de pedagogische vakbenaming "Maatschappelijke, economische en artistieke vorming" in de studierichting Maatschappij- en welzijnswetenschappen (2de graad, D-finaliteit) kan worden doorgegeven onder verschillende administratieve vakbenamingen. Een titularis werd aangesteld in het vak AV Economie. Wanneer deze leraar dient te worden vervangen, zal het schoolbestuur zich zo veel als mogelijk houden aan de keuze van deze vakbenaming, en dus ook de vervanger aanstellen in AV Economie.

Gezien de schaarste op de arbeidsmarkt zal het soms onmogelijk zijn om een geschikte kandidaat te vinden die (desnoods met een "ander" bekwaamheidsbewijs) kan worden aangesteld onder dezelfde administratieve vakbenaming. In dergelijke situatie kan hetzelfde leerplan door de vervanger worden afgewerkt onder de gelijkstelling met een andere administratieve vakbenaming dan voor de titularis, althans met een van de vakbenamingen waaronder dat leerplan is goedgekeurd.

Voorbeeld

Het vak met de pedagogische vakbenaming ”Maatschappelijke, economische en artistieke vorming" in Maatschappij- en welzijnswetenschappen (2 de graad, D-finaliteit) werd voor de titularis gelijkgesteld met het vak AV Economie. Ondanks alle inspanningen blijkt geen vervanger beschikbaar die subsidieerbaar is voor het vak AV Economie, zelfs niet onder “andere”. Er dient zich een geschikte kandidaat aan die niet subsidieerbaar is voor algemene vakken, maar wel voor TV Opvoedkunde; ook met dit vak kunnen Integrale opdrachten worden gelijkgesteld volgens de lessentabel. In deze situatie kan het schoolbestuur ervoor opteren om de vervanger aan te stellen onder TV Opvoedkunde voor de verdere realisatie van het leerplan Integrale opdrachten.

Soms gebeurt het dat er gedurende lange tijd helemaal geen kandidaat beschikbaar wordt gevonden die het leerplan kan afwerken waarvoor een titularis afwezig is. In zeer uitzonderlijke gevallen kan het schoolbestuur dan beslissen om de leerlingen tijdens die periode een ander leerplan van de lessentabel van dat structuuronderdeel te laten afwerken, bv. een vak waarvoor ze nog een achterstand moeten inlopen. In deze omstandigheden wordt de vervanger niet enkel aangesteld onder een andere administratieve vakbenaming dan de titularis, maar wordt hij zelfs belast met het realiseren van een ander leerplan. Deze handelwijze wordt toegelaten door de overheid. Wel moet de gekozen administratieve vakbenaming steeds corresponderen met het leerplan dat een leraar in de feiten aanbiedt: het kan niet de bedoeling zijn om hem anciënniteit te laten opbouwen in een vak dat hij helemaal niet geeft.

De school moet er echter rekening mee houden dat het hierdoor problematisch kan worden om het leerplan af te werken van het vak waarmee de afwezige titularis is belast. Na zijn terugkeer zal hij immers niet over bijkomende lesuren beschikken om de "verloren" uren te recupereren, omdat er geen vacature zal zijn die hij bijkomend zou kunnen opnemen. Bovendien is de overheid van mening dat de schoolbesturen ook bij overmacht (bv. een tekort aan leerkrachten) verplicht zijn om de goedgekeurde leerplannen te realiseren en de eindtermen en ontwikkelingsdoelen te bereiken resp. na te streven.

Zoals gezegd zal je deze mogelijkheid slechts in uitzonderlijke omstandigheden en voor een korte periode kunnen toepassen, en al zeker niet bij de aanstelling van een vervanger voor een langere termijn.

Voorbeeld 1:

Leraar A, titularis van het vak Frans, is afwezig. Ondanks een lange zoektocht blijkt het onmogelijk om een vervanger te vinden die dit vak kan onderwijzen. In een bepaalde klas van leraar A hebben de leerlingen ook voor Wiskunde een grote achterstand opgelopen. Het schoolbestuur kan ervoor opteren om leraar B, die in die bepaalde klas reeds Wiskunde onderwijst, een of meer uren van A te laten overnemen, maar wel met de opdracht om ook in die bijkomende uren zijn eigen vak Wiskunde te onderwijzen. Het schoolbestuur zal B dan aanstellen als vervanger van A. Aangezien B Wiskunde geeft (en geen Frans), wordt zijn opdracht ook in deze niet-vacante betrekking vastgelegd onder de benaming AV Wiskunde.

Op deze manier wordt een oplossing geboden voor de achterstand die de leerlingen hadden opgelopen voor Wiskunde. Wanneer leraar A opnieuw in actieve dienst treedt, zal hij echter niet over bijkomende lesuren kunnen beschikken om het leerplan van zijn vak Frans verder aan te bieden. A kan na zijn terugkeer immers niet als vervanger van B worden aangesteld, aangezien B dan geen dienstonderbreking heeft. Men kan de vervanging van het ene vak door het andere dan ook niet als een wederzijdse "ruil" beschouwen.

Voorbeeld 2:

Leraar C krijgt als vastbenoemde een opdracht van 22/22 AV Nederlands. Hij neemt een zorgkrediet van september tot juni. Omdat de school het belangrijker vindt om klassen te kunnen splitsen voor TV Techniek dan voor Nederlands, overweegt ze om leraar C voor een volledig schooljaar te vervangen door leraar D, maar deze dan wel aan te stellen in 22 u. TV Technologische opvoeding. Deze werkwijze is echter absoluut te vermijden: vooreerst omdat ze niet correct is naar het personeel toe, en vervolgens omdat ze onvermijdelijk tot grote problemen leidt indien de titularis zijn dienstonderbreking onverwacht zou stopzetten. Op dat ogenblik zou de school 22 bijkomende uren Nederlands moeten organiseren (waar ze geen behoefte heeft), terwijl ze 22 uur Techniek zou zien verdwijnen, terwijl ze daar nu juist wél nood aan heeft.

Indien de school in dit voorbeeld voor AV Nederlands méér vastbenoemde leraars heeft dan ze betrekkingen organiseert, vereist de correcte werkwijze dat de leraar met de kleinste dienstanciënniteit ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking, en wordt gereaffecteerd ter vervanging van C (zorgkrediet); D wordt dan aangesteld in 22 vacante uren TV Technologische opvoeding.

Voor de vakken AV Exploratie, AV Expressie en AV Sociale activiteiten zijn geen bekwaamheidsbewijzen vastgelegd: hoewel deze vakken worden ingericht als lesuren (contacturen), worden ze gelijkgesteld met een ander vak in functie van het bekwaamheidsbewijs van de leraar. Voor de aanstelling van een interimaris hebben we hier dezelfde mogelijkheden als bij de aanstelling van een vervanger in een "uur dat geen lesuur is".

Voorbeeld:

Een leraar is belast met 2/22 AV Exploratie (AV Engels). Wanneer hij wordt vervangen door een leraar die een vereist bekwaamheidsbewijs heeft voor AV Economie, mogen de uren AV Exploratie voor de interimaris worden gelijkgesteld met bv. AV Economie.

De vervanging in "uren die geen lesuren zijn"

sla link op in klembord

Bij de vervanging van een titularis die belast is met "uren die geen lesuren zijn" zoals bijzondere pedagogische taken (BPT), interne pedagogische begeleiding (IPB), klassenraad, klassendirectie, inhaalles, nascholing, GOK, taak- en functiedifferentiatie (TFD), ICT-coördinatie en dergelijke, wordt de vervanger aangesteld in dezelfde opdracht (BPT, klassendirectie, inhaalles, …). De administratieve gelijkstelling van die opdracht kan echter verschillen: de gelijkstelling met een bepaald vak gebeurt voor elke leraar afzonderlijk in functie van zijn eigen bekwaamheidsbewijs, en hoeft voor de vervanger dus niet hetzelfde te zijn als voor de titularis. Daarbij kan het niet alleen gaan om een ander vak, maar eveneens om een andere onderwijsvorm of graad.

Voorbeelden

Een leraar heeft als vastbenoemde een opdracht van 1/20 klassendirectie (AV Latijn). Tijdens zijn afwezigheid wordt hij vervangen door een leraar die recht heeft op tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur in AV Nederlands en AV Engels. De interim-opdracht klassendirectie mag voor de vervanger worden gelijkgesteld met AV Nederlands of AV Engels; in dat geval kan hij in deze opdracht worden aangesteld voor doorlopende duur. Het zou niet logisch zijn dat men de vervanger anciënniteit laat verwerven in het vak AV Latijn dat hij nooit onderwezen heeft.

Om haar taak als leerlingenbegeleider te kunnen uitoefenen is een leraar belast met 4/22 BPT (AV Geschiedenis eerste graad). Tijdens haar bevallingsverlof wordt ze in deze opdracht vervangen door een leraar met bekwaamheidsbewijs master Wiskunde + BPB. De BPT-opdracht mag voor de vervanger worden gelijkgesteld met AV Wiskunde. Indien dit gelijkgestelde vak echter in de eerste graad zou worden gesitueerd, zou de vervanger daarvoor slechts worden bezoldigd aan salarisschaal 301. 9 Daarom is het aangewezen om de 4 BPT-uren gelijk te stellen met AV Wiskunde op niveau van de tweede of derde graad.

De wijziging van graad is zelfs mogelijk bij uren die zijn gecreëerd op basis van punten (taak- en functiedifferentiatie), zonder dat dit gevolgen heeft door de puntenwaarde van de betrekking.

Wanneer een godsdienstleraar belast is met "uren die geen lesuren zijn" en daarin moet worden vervangen, zal die opdracht in principe ook voor de interimaris worden gelijkgesteld met Katholieke godsdienst. Ze kan voor de interimaris ook met een ander vak worden gelijkgesteld (dus in het ambt van leraar), doch enkel op voorwaarde dat men er zeker van is dat ook dan nog het volledige pakket godsdiensturen van de school wordt aangewend in het ambt van godsdienstleraar.

Voorbeeld

De school beschikt over een pakket van 59 uur specifiek voor godsdienst. Daarvan worden er 58 aangewend als lesuren-godsdienst. Verder is een godsdienstleraar van deze school belast met de taak van graadcoördinator, en daarvoor heeft hij een opdracht van 4/21 BPT (Katholieke godsdienst). Wanneer hij wordt vervangen, moet 1 van de BPT-uren aangewend blijven in het ambt van godsdienstleraar, aangezien 59 uur voorbehouden zijn voor godsdienst. De overige 3 uren van zijn BPT-opdracht zijn dus geput uit het pakket voor alle vakken, en mogen voor de vervanger dan ook worden gelijkgesteld met een ander vak dan godsdienst. De interimaris kan bv. een BPTopdracht krijgen van 1/21 (Katholieke godsdienst) + 3/21 (AV Aardrijkskunde).

Verdeling van een interim over meerdere vervangers

sla link op in klembord

Het schoolbestuur is er niet toe verplicht om de volledige betrekking van een afwezige titularis toe te vertrouwen aan één enkele vervanger, althans voor zover ze het recht op aanstelling respecteert dat personeelsleden kunnen doen gelden op deze niet-vacante betrekking, te weten het recht op reaffectatie/wedertewerkstelling of op tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur.

  • In de ambten van leraar en godsdienstleraar kan een betrekking per lesuur worden opgesplitst.
  • In de ambten van het ondersteunend personeel kunnen niet-vacante betrekkingen desgewenst per uur worden opgesplitst; dit in tegenstelling tot vacante betrekkingen in deze ambten, die enkel voltijds of halftijds mogen worden ingericht, behalve in het ambt van ICT-coördinator;
  • Ook in de ambten van technisch adviseur en technisch adviseur-coördinator kan een niet-vacante betrekking desgevallend over meer dan één interimaris worden verdeeld, ook hier in tegenstelling tot vacante betrekkingen die ook in deze ambten enkel voltijds of halftijds mogen worden ingericht.

Het voornemen om een betrekking van leraar, godsdienstleraar, opvoeder of administratief medewerker op te splitsen mag echter geen afbreuk doen aan het voorrangsrecht van personeelsleden met recht op tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur.

Voorbeelden

Een technisch adviseur (TA) neemt een gedeeltelijke loopbaanonderbreking 55+ en blijft nog halftijds werken. De persoon die het meeste geschikt is om deze interim op te nemen, heeft reeds een aanstelling van 12/20 of 6 000 / 10 000 als leraar, en wenst geen overwerk te presteren. In deze situatie kan het schoolbestuur ervoor opteren om deze persoon te belasten met een interimbetrekking van TA voor 4 000 / 10 000, en een andere vervanger met de resterende 1 000 / 10 000. Wanneer de betrekking echter vacant wordt (bv. door de pensionering van de titularis), kan de nieuwe titularis enkel voltijds ofwel halftijds worden aangesteld in de betrekking van TA.

Een opvoeder neemt gedurende twee weken een verlof voor verminderde prestaties voor 9/36.

  • Indien er in de scholengemeenschap een personeelslid is met recht op tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur in dit ambt, moet de niet-vacante betrekking van 9/36 in haar geheel worden aangeboden (of kan ze desgevallend verdeeld worden onder de TADD'ers die gelijke voorrangsrechten genieten). Een TADD'er moet de aangeboden betrekking in haar geheel aanvaarden, zo niet verliest hij zijn recht op deze betrekking.
  • Indien er geen personeelsleden met recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur zijn in de scholengemeenschap, kan het schoolbestuur ervoor opteren om de interim-opdracht toe te kennen aan een of meer tijdelijken van bepaalde duur, of om de uren te verdelen onder de personeelsleden die reeds in dienst zijn en bereid zijn om overwerk te presteren.

Een leraar heeft een opdracht van 20/20 AV Wiskunde, samengesteld uit twee pakketten van 6 uur en één van 8 uur per week. In de scholengemeenschap is er een leraar met recht op TADD die nog maar een opdracht van 18/20 heeft en geen overwerk wenst te presteren. Het schoolbestuur is er niet toe verplicht om aan deze voorrangsgerechtigde slechts 2 uur van deze pakketten aan te bieden: het voorrangsrecht van de TADD'ers mag niet leiden tot een pedagogisch onverantwoorde opsplitsing van de opdracht.

Einde van de aanstelling van de vervanger

sla link op in klembord

De aanstelling van een vervanger eindigt:

  • van rechtswege
  • bij ontslag uitgaande van het personeelslid of van het schoolbestuur

Meer informatie hierover is terug te vinden op onze webpagina “Einde aanstelling en ontslag”, beëindiging van een TABD-aanstelling.

Bezoldiging van de vervanger

sla link op in klembord

Over de bezoldiging van tijdelijke personeelsleden vind je meer informatie op onze webpagina "Salaris en vergoedingen".

Administratieve aandachtspunten

sla link op in klembord

Geen vermelding van einddatum op de arbeidsovereenkomst

sla link op in klembord

Bepaalde softwarepakketten stellen standaard een einddatum voor in de arbeidsovereenkomst van tijdelijke personeelsleden. Het is ten stelligste aan te raden deze einddatum te verwijderen uit het contract. Bij een interim-opdracht is het immers nooit uit te sluiten dat de titularis opnieuw in dienst treedt op een latere of zelfs op een vroegere datum dan voorzien. En indien je een aanstelling in vacante uren zou laten eindigen op 30 juni, kan geen aanwezigheid op de deliberatie of andere vakantieprestatie worden geëist, aangezien de betrokkene op dat moment geen personeelslid meer is. De beëindiging van de aanstelling volgt steeds uit de bepalingen van het decreet Rechtspositie, dat één geheel uitmaakt met de arbeidsovereenkomst volgens de modellen die Katholiek Onderwijs Vlaanderen daarvoor aanreikt.

Bij de elektronische opdrachtmelding RL-1 moet de einddatum wel worden vermeld, doch enkel in functie van de bezoldiging van het personeelslid. Het stopzetten van de salarisuitbetaling valt echter niet steeds samen met het einde van de juridische band tussen schoolbestuur en personeelslid.

Opbouw dienstanciënniteit

sla link op in klembord

Het dóórlopen van de bezoldiging van een tijdelijk personeelslid in een weekend of korte vakantieperiode tussen twee verschillende aanstellingsperiodes betekent niet dat het personeelslid in die tussenliggende dagen dienstanciënniteit opbouwt. Weekends en korte vakantieperiodes worden enkel meegerekend indien zij vallen in de aanstellingsperiode.

Voorbeeld

Een titularis is met ziekteverlof en wordt vervangen van 1 september tot en met de laatste werkdag van het eerste trimester. De titularis is opnieuw afwezig vanaf de eerste werkdag van het tweede trimester, en dezelfde vervanger wordt opnieuw aangesteld. Omdat de vervanger in de kerstvakantie niet was aangesteld, verwerft hij die dagen geen dienstanciënniteit. De administratieve toestand van de interimaris wordt niet beïnvloed door de vraag of hij in de tussenliggende kerstvakantie wordt bezoldigd en of de kerstvakantie voor de zieke titularis wordt aangerekend op zijn recht op ziekteverlof.

Uitdienstmelding van de vervanger

sla link op in klembord

Elke beëindiging van de aanstelling van de vervanger moet expliciet gemeld worden aan het werkstation met een RL-4; de melding dat de titularis opnieuw in actieve dienst treedt, volstaat hiervoor niet. Indien het einde van de aanstelling van de vervanger niet wordt meegedeeld, zou de administratie kunnen concluderen dat er een aantal uren-leraar te veel zijn ingericht, en zal ze de salaristoelagen daarvoor terugvorderen.

Contact

An Cornelis
stafmedewerker
02 507 06 32
Guy Debusschere
stafmedewerker
02 507 07 93
Tom Geeroms
stafmedewerker
02 507 08 62
×
Kijkt als...
Niveau
Regio