8 januari 2026 – Expertisecentrum en inspiratiescholen voor minimumdoelen basisonderwijs

Net voordien konden we al getuige zijn van al een interessant en pittig debat over het dossier van de levensbeschouwelijke vakken in het officieel onderwijs, incl. enige pittige woordkeuze, waarover je elders op deze pagina’s kunt lezen. Maar om 10.43 u was het dan de beurt aan dit, overigens de dag voordien in de plenaire vergadering al aangekondigde debat over de saga rond het expertisecentrum en de inspiratiescholen ter ondersteuning van de implementatie van de nieuwe minimumdoelen in het basisonderwijs. Niet onverwacht ging het om een lang (2 uur en 32 minuten) debat met één interpellant, twee vragenstellers en heel wat interveniënten, dat bijwijlen “overweldigend” was, — een gevoel dat journalist Pieter Lesaffer naast mij met mij deelde, denk ik. Ik heb het dus allemaal even moeten laten bezinken om mijn gedachten goed te ordenen en deze regels te typen.

Ik ga proberen ietwat samengebald, maar toch duidelijk, en eerder als een (politiek) relevant overzicht (dan door alle specifieke details te willen noemen) mijn persoonlijke ervaring ter plaatse te beschrijven met diverse aspecten van de zaak. Het gaat om een onderwijsbeleidsdossier met heel wat betrokken actoren. Het is dus belangrijk genoeg om dit commentaar secuur te redigeren. Alvast meteen één belangrijke conclusie waarover er eigenlijk wel (mits nog een eventuele nuance) een consensus was, ook bij minister Demir en haar fractie: de aanpak van dit dossier was niet goed. Sterker nog, de minister stelde enkele keren dat ze beter de oorspronkelijke procedure niet gehanteerd had. Maar dan bleef (en blijft) uiteraard de vraag: waarom had ze dat dan in eerste instantie wél gedaan (cf. ook infra)? Mij leek overigens die erkenning van de inderdaad discutabele aanpak van het dossier perfect en beschaafder mogelijk te zijn geweest zonder eerst een slachtofferrol te assumeren (cf. “beschadigingsoperatie”) en vervolgens wild om zich heen te slaan met dreigende verwijzingen naar andere (lees: van andere ministers) dossiers in de regering (cf. infra). Soit.

Het leek me nuttig om vooraleer naar de eigenlijke bespreking te gaan, eerst nog even aan te knopen bij een paar voorafgaande feiten, want uiteraard kwam dit debat nu niet ineens uit de lucht vallen. Ik verwijs met name graag naar:

Mijn stukje over de actuele vragen van 26 november 2025 had ik afgesloten met: “Ik ben, na dit debat, erg benieuwd met welke precieze alternatieve piste minister Demir eerstdaags naar de Vlaamse regering gaat stappen, zoals ze in haar tweede antwoord o.a. stelde.” Welnu, die alternatieve piste kwam er op 19 december 2025, en we hebben het geweten… De VR-documenten in kwestie waren en zijn weliswaar niet publiek beschikbaar op de website van de Beslissingen van de Vlaamse regering, maar uit het debat nu bleek dat de parlementsleden die documenten (weliswaar zonder andere, relevante communicatie over de zaak) de dag vóór dit debat wél gekregen hadden. Die documenten, waarvan de gedeeltelijke inhoud totnogtoe alleen in de media te lezen was, vormden een belangrijke update voor de vragen (en interpellatie), zoals die oorspronkelijk ingediend waren op 8 december, 17 december resp. 24 december 2025. In het persbericht van minister Demir van 23 december 2025 stonden de diverse aspecten (13 acties) van het ruimere verhaal (nwvr: dat oversteeg inderdaad de kwestie van het zgn. expertisecentrum en inspiratiescholen stricto sensu), maar niet met alle details over de gevolgde weg. Met name de ontwikkelingen i.v.m. actie 6 uit het overzicht (“Onderbouwing kennisrijk onderwijs”, project “Vlaanderen Kennisrijk Kansrijk”) vormden het expliciete voorwerp van het parlementaire debat nu.

Uit dat debat haal ik hier graag enkele elementen, waaraan ik hier en daar wat eigen reflecties toevoeg:

  • niemand van de critici (van oppositie én meerderheid) heeft ooit maar één keer de expertise van Thomas More/Tim Surma in vraag gesteld (terwijl de minister en haar partij daar in het debat voortdurend als argument mee afkwamen, wat mij vreemd voorkwam), maar er zijn gewoon óók ándere experten ter zake;
  • de minister bleef ook maar haar stelling herhalen van 26 november 2025 over de onvolkomen vertaling van de gunningscriteria van het BVR in kwestie in de tekst van het bestek, zoals Leerpunt dat opgemaakt had; de minister ondernam dan een soort van puntsgewijze, woordelijke tekstvergelijking tussen de twee documenten, met als conclusie vooral dat de voor haar beleid cruciale richting van “kennisrijk curriculum en effectieve didactiek” te weinig expliciet geformuleerd was in het bestek (nwvr: vragensteller Kim Buyst wierp later tegen dat het woord kennisrijk 17 keer in het bestek van Leerpunt stond), naast nog een paar andere opmerkingen; daarop kwam in de tweede ronde ook de schoorvoetende uitspraak van de minister: “Het kan misschien zo zijn dat wij dat technisch niet goed bekeken hebben”; ook dat kwam mij als vreemd voor;
  • naast die zgn. slechte vertaling plaatste de minister ook nu nog enkele andere overwegingen (nwvr: laten we ook niet vergeten wat haar redenering al was op 26 november 2025 over “als dé expert in Vlaanderen zich niet aangesproken voelt door die aanbesteding, hebben we een probleem”; ook die redenering herhaalde ze hier) om haar stopzetting van de gunningsprocedure te legitimeren, wat ze blijkbaar altijd kan zolang de zaak niet aan iemand gegund is; die bijkomende redenen hielden wél steek, vond ik, maar… zoiets kon, ten minste deels, toch perfect vooraf al (dus vóór de hele procedure in gang gezet was met de conceptnota van 29 april 2025…) geweten zijn; ineens was er zogenaamd de dreiging van een (onnodige) mastodont(tussen)structuur en bleef er niets goeds meer over van de oorspronkelijke piste, die mij toch ingegeven leek door de legitieme wil om “de markt” te verkennen, zodat iedereen die voldeed aan de gunningscriteria kon meedingen; ik vroeg me af hoe dat dan zo concreet verlopen was (zelf wilde de minister naar eigen zeggen van bij de aanvang al werken met een gewoon subsidiebesluit, maar ze kreeg het advies (van wie?) om via een aanbesteding te handelen); vreemd toch allemaal; de signalen van sommige koepels over de werkbaarheid van de gekozen aanpak voor de basisscholen zelf op het moment dat er twee offerte-indieners waren, begreep ook ik dan weer wel;
  • wat ik ook nog vreemd vond, was dit: blijkbaar is de regelgeving over wanneer een overheidsopdracht (met bv. een openbare aanbesteding) moet en wanneer een gewoon subsidiebesluit kan, niet echt duidelijk, want anders zou de Inspectie van Financiën, zoals interveniënt Loes Vandromme opmerkte, niet als voorwaarde bij de nu aan Thomas More toegekende subsidie gesteld hebben dat via een technische bilaterale overeenkomst in 2027 een duidelijk kader voor die verschillende opties zou worden opgesteld;
  • nog vreemd of onduidelijk voor mij: in de loop van november 2025 begint het “binnenskamers” te dagen dat er iets schort aan de oorspronkelijke gunningsprocedure, terwijl er toch twee offerte-indieners zijn; op 13 november 2025 doet Thomas More een projectsubsidieaanvraag over dezelfde materie; hoe gaat zo’n aanvraag dan concreet in zijn werk, als er geen concrete oproep is vanuit de minister?; zoals een spontane sollicitatie wanneer men een lerarenbaan in het onderwijs zoekt, zoiets?; is het gebruikelijk dat organisaties spontaan op eigen initiatief met projectideeën komen aankloppen voor financiële steun bij de bevoegde minister, die daarvoor dan al of niet een subsidie veil heeft?; ik blijf het me afvragen, ook na deze commissievergadering;
  • wat de communicatie over de toekenning van die subsidie betrof, was het voor mij alleszins wel duidelijk dat niemand kon betwisten dat het oorspronkelijke, stopgezette scenario en het huidige, alternatieve scenario onlosmakelijk met elkaar verbonden waren, en dus niet met elkaar verward konden worden, om de simpele reden dat ze hetzelfde voorwerp hadden/hebben; dat blijkt overigens ook expliciet uit de (niet-publiek beschikbare) VR-documenten en het is dus gewoon een kwestie van basaal, begrijpend (zelfs scannend lezen volstaat al) lezen; het enige dat kan worden opgeworpen is dat het nu geldende alternatief een afgezwakt scenario is maar het fundamentele waarom van het oorspronkelijke opzet én van het huidige is exact hetzelfde: namelijk, een effectieve aanpak van ondersteuning voor de implementatie van de nieuwe minimumdoelen in het basisonderwijs (in álle basisscholen op langere termijn) en die operatie is inderdaad geen klein bier, temeer doordat ze nog verzwaard wordt door dat andere project van de “Scholen voor iedereen”, een verband dat ik zelf hier al legde op 24 april 2025 en dat wij in Katholiek Onderwijs Vlaanderen meteen in rekening brachten bij onze activiteiten op dit vlak; zoals uit het bovenvermelde persbericht bleek, betekende de bedoelde scenariowijziging dat de zaak van de (30) inspiratiescholen stricto sensu (Actie 11) nu losgetrokken was van de zaak van het expertisecentrum (Actie 6, waarbij óók wel sprake is van eerst een pilootfase bij 10 inspiratie/pioniersscholen en later verder uitgebreid tot 60 scholen en meer); vreemd was nog wel dat de minister enerzijds zei ” Zo keurden wij de oproep voor de inspiratiescholen goed die, na bijkomend overleg met de koepels, deze week ook zal worden gelanceerd.”, maar iets later klonk het anderzijds dan weer als “Wat betreft de inspiratiescholen: deze oproep werd enkele dagen geleden gelanceerd. De Vlaamse Regering zal deze scholen selecteren op basis van adviezen van de onderwijsverstrekkers en de beoordeling door een commissie.”;
  • de flagrante, directe aanval van minister Demir op Vlaams Parlementslid Hannelore Goeman kan wegens de bijzondere aard ervan ook hier niet onvermeld blijven… we stonden…euh… zaten erbij en keken ernaar…; naar mijn smaak was de ministers uitspraak over de onbestaande dossierkennis van Goeman, met dat bedreigende “Die bewering vergeef ik u niet meer, nooit meer”, er ver over; maar ook de communicatieaanpak met het TikTok-“filmke” van Goeman was op zijn zachtst gezegd onzorgvuldig; meer algemeen doet politieke communicatie mij vaak denken aan het verhaal van de pot en de ketel en bovendien denk ik dat zulke communicatie-esbattementen vaak aldus in hun werk gaan: er is terecht een of ander inhoudelijk beleidsprobleem, waarin diverse argumenten een rol spelen (nwvr: onderwijsbeleidsdossiers zijn meestal erg complex en er wordt daarbij het best rekening gehouden met heel wat nuances; ja, dat maakt ze er niet makkelijker op, maar oké, dat is nu eenmaal een realiteit), maar voor de (soms veel te snelle, want in deze samenleving kan alles niet snel genoeg gaan…) communicatie over dat probleem wordt dan een beroep gedaan op “communicatiemensen”, die soms niet gehinderd door een gebrek aan inhoudelijke kennis van zaken over het probleem vooral geïnteresseerd zijn in de impact van de communicatie bij de beoogde doelgroep of doelgroepen, en dus… moet het communicatieproduct uitmunten in eenvoud, commotie, zwart-witvoorstelling van zaken e.d., zoals je reinste reclame, ja, dus zonder inhoudelijke accuraatheid, volledigheid, nuance; maar nogmaals, in dat soort communicatie zijn de politieke pot en dito ketel elkaars gelijken wél…;
  • over politiek gesproken, de context van de politieke vertoning hier deed mij ook nog denken aan iets wat ik al opgemerkt had bij de gedachtewisseling over het “Actieplan Goed Gedragen” op 11 december 2025 in de Onderwijscommissie, wat ik hier nog wat verder zou willen opentrekken: er bestaan geen absolute meerderheden (meer) of er is geen zgn. meerderheidsprincipe bij verkiezingen van parlementsleden in dit land, maar wel coalitieregeringen en ruwweg “lineaire” relaties tussen stemmenaantallen en zetelsaantallen, ja… dat is moeilijker, zeker met de huidige politieke versnippering, maar dat is wel de rechtstatelijke/democratische context waarin gewerkt wordt;
  • én nog iets: de Vlaamse regering is één ding, het Vlaams Parlement een ánder; men hoeft daar echt niet verontwaardigd over te zijn, als men een echte democraat wil zijn… de werkmarge van het Vlaams Parlement is al klein genoeg; da’s dan misschien toch nog iets goeds aan de hele zaak, namelijk dat men ziet dat het Vlaams Parlement ook nog een rol heeft die verder gaat dan alleen maar nazeggen wat (ook de “eigen”) ministers een van de vrijdagen voordien inderdaad en collège beslist hebben (vaak ook in een context van geven en nemen, dus zeker niet altijd met even grote overtuiging) en op het groene knopje drukken over de voorstellen van die Vlaamse regering; inhoud telt ook nog, mag het even?;
  • op de mediawebsites en audiovisuele media nog dezelfde dag en in de kranten de dagen nadien (tot zelfs in de Franstalige pers toe) werd de hele vertoning omstandig ter sprake gebracht… uiteraard; maar daarmee zal het nog niet gedaan zijn, want er volgt later nog een hoorzitting op vraag van de oppositie, die daarvoor een goedkeuring kreeg door de onthouding van Vooruit en cd&v bij de stemming…;
  • laat me positief eindigen, beste lezer: ik hoop dat dit een duidelijke les voor de toekomst is; in alle sectoren en in het leven tout court is leren uit fouten belangrijk, maar zeker ook in (het beleid over) de business van het leren… maar ik hoop vooral ook dat in het voorliggende dossier de basisscholen effectief en efficiënt ondersteund zullen worden door de diverse betrokken actoren bij de implementatie van de nieuwe minimumdoelen.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?