Confronterende uitspraken in de klas? Link met GFL en leerplan

Leerlingen zeggen wat ze denken en dit doen ze niet altijd met de nodige zin voor nuance. Soms is het ook eigen aan tieners om leraren uit te dagen met bepaalde uitspraken of ander provocerend gedrag. De geschiedenisles, al dan niet bij heikele thema’s, geeft veel stof tot ongenuanceerde uitspraken. Maar het schept ook kansen om hier mee om te gaan, om verschillende perspectieven binnen te brengen, om onze leerlingen met een open en kritische blik te leren kijken naar de wereld rondom zich. In onze leerplannen lenen veel leerplandoelen zich tot kritische reflectie.

Mogelijkheden leerplannen geschiedenis en het gemeenschappelijk funderend leerplan (GFL)

sla link op in klembord

Kopieer

Alhoewel er tijdens de les niet altijd ruimte of tijd is om dieper in te gaan op elke uitdagende, radicale uitspraak die geuit wordt, kan je deze uitspraken anticiperen en integreren in je lespraktijk via onze krachtlijnen (of leerplandoelen).

Voorbeelden van uitspraken

sla link op in klembord

Kopieer

  • In een les over verkiezingen in België drukt een leerling zich sterk uit over anderstaligen. Zijn standpunt is geïnspireerd op het gedachtegoed van een extreemrechtse politieke partij.
  • Kolonisatie was niet alleen slecht. Door de Europeanen hebben ze daar toch scholen en wegen gekregen
  • Waarom moeten we mee naar de Kazerne Dossin? Dat is toch allemaal linkse propaganda? 

Mogelijkheden

sla link op in klembord

Kopieer

  • Welke historische vraag kan je koppelen aan de uitspraak? Ondersteun de leerling(en) in het stellen van een onderzoekbare historische vraag of reik zelf historische vragen aan om een eerste stap te zetten richting historisch denken en bewustzijn over het aangehaalde thema. (KL 1)

  • Nuanceer en evalueer de historische beeldvorming. (KL 4)
  • Licht het onderscheid toe tussen verleden en geschiedenis. (KL5)
  • Gebruik de uitspraak om stil te staan bij de eigen standplaatsgebondenheid en de invloed hiervan op de historische beeldvorming. (KL5)
  • De uitspraak kan ook interessant zijn om de term multiperspectiviteit binnen te brengen.

In het GFL zijn er twee leerplandoelen vanuit de krachtlijn ‘Geëngageerd en verantwoordelijk’, die je zou kunnen toepassen als ondersteuning bij de leerplandoelen van geschiedenis:

  • LPD 7 De leerlingen verwoorden hun eigen standpunt over maatschappelijke thema’s vanuit aangereikte informatie. 
  • LPD 8 De leerlingen dialogeren geïnformeerd en beargumenteerd over maatschappelijke thema’s.

Welke randvoorwaarden zijn er om deze leerplandoelen in te zetten?

  • Zorg ervoor dat je op voorhand dialoogafspraken hebt gemaakt. Bijvoorbeeld het gebruik van de ik-boodschap, luisterhouding, respect voor ieders mening en emoties, enzovoort.
  • In een veilig klasklimaat kan je werken met een emotionele check-in of check-out.

Mogelijke werkvormen:

  • De proactieve cirkel met als doel een veilige gespreksomgeving creëren en de leerlingen te leren actief te luisteren en deel te nemen. Mogelijke startvragen kunnen hier zijn: ‘Welk gevoel komt er bij je op, als je deze uitspraak hoort?’ of ‘Welke vragen roept dit onderwerp op bij jou?’
  • De Perspectiefwissel met als doel de leerlingen te laten loskomen van eigen opvattingen, standpunt en inzicht te laten verwerven in verschillende contexten, belangen en posities. Laat leerlingen een andere rol aannemen. Ideaal om het te hebben over standplaatsgebondenheid en multiperspectiviteit.
  • Filosofische vragen met als doel dieper na te denken over bepaalde thema’s en waarden/normen bespreekbaar te maken. Begin met een open vraag. Ook interessant is om stil te staan bij tegenfeitelijke geschiedenis of ‘Wat als’-vragen.
  • Stellingen met als doel standpunten expliciet te laten benoemen, laten oefenen op argumenteren en tonen dat meningen kunnen veranderen.
  • Spiegelgesprek met als doel de leerlingen te leren luisteren en ze te laten oefenen op respectvolle dialoog. De leerlingen reageren niet met eigen mening, maar spiegelen de argumenten van de ander: ‘Wat ik hoor, wat me verrast, wat ik moeilijk vind…’

Confronterende, uitdagende of extreme uitspraken in de klas?

sla link op in klembord

Kopieer

Hoe ernstig is de uitspraak? Dat is een eerste inschatting die je als leerkracht moet maken. Belangrijk om te weten is dat controverse of polarisatie in de klas een andere aanpak vereisen. Voor uitgebreide achtergrondinformatie verwijzen we naar Wanneer controverse de school binnenkomt … en de klas of de school verdeelt.

Heikele thema’s in de klas

sla link op in klembord

Kopieer

Idealiter heb je tijdens het schooljaar al gebouwd aan een open en veilig klasklimaat. Zodat wanneer een dergelijke uitspraak binnenkomt, je daar als leerkracht op kan terugvallen. Bepaalde uitspraken kunnen je als persoon emotioneel raken, maar als professional ben je haast verplicht om afstand te nemen van de eigen gewaarwording. Er zijn altijd redenen om niet te reageren (leerplandruk, tijdsgebrek, vrees voor controleverlies, enzovoort), maar niet reageren staat soms gelijk aan de uitspraak goedkeuren.

Hoe kan je reageren?

  1. Afblokken, niet reageren op de inhoud en doorgaan met de les. Je kan hier later dan wel nog op terugkomen, wanneer er meer tijd is of wanneer je dat op een doordachtere manier kan doen.
  2. Rationeel en helder argumenteren (en dus controversiële karakter ontkennen). Zorg er wel voor dat je niet in een eindeloos welles-of-nietesgesprek belandt.
  3. Gestuurd gesprek. Laat de leerling ventileren, haal argumenten op bij anderen, maak een overzicht en nuance zichtbaar. Zo toon je dat je de leerling ziet. De leerling voelt zich gezien en gehoord.
  4. Open debat vanuit onpartijdigheid. Haal een inventaris van standpunten op, stel open vragen, verken verschillende visies, bevraag argumenten en onderbouwing van mening.

Welke reactie wanneer?
Als leraar gebruik je jouw expertise (en voeling met de klas en/of individuele leerlingen) om in te schatten welke reactie in welke situatie de beste is, er zijn geen goede of slechte reacties. Veel is afhankelijk van je persoonlijke betrokkenheid en dus reactie, van de beschikbare tijd en ruimte, van de mogelijke intentie van de uitspraak (Kan je dat inschatten?), van welke voorbereiding er eventueel nodig zou zijn, van de klasdynamiek en zoveel meer.
Dus afhankelijk van de situatie, kan je ervoor kiezen welk van de vier reacties op dat moment en voor jou de beste is. Een combinatie van reactiewijzen is ook mogelijk.

Concrete tips om het gesprek te voeren

  • Maak samen afspraken over hoe je met elkaar in gesprek gaan, wat kan, wat kan niet. Ga niet of minimaal in op secundair gedrag.
  • Discussieer nooit over emoties, aanvaard ze, peil naar behoeften en noden.
  • Observeer: wie neemt het woord en wie niet? Let op lichaamstaal.
  • Structureer het gesprek, neem het in de hand, geef het woord door, betrek verschillende leerlingen, herhaal wat reeds gezegd werd.
  • Waardeer (!) leerlingen voor hun inbreng, ondersteun (taal bieden) en bekrachtig ze.
  • Wees nieuwsgierig, stel vragen.
  • Luister actief, vraag door, daag uit om te argumenteren (kan je leren -> lkr Nederlands?)
  • Spiegel, hertaal wat leerlingen zeggen (hoor ik je zeggen, begrijp ik goed dat je,…
  • Voorzichtig met overculturaliseren: niet alles kan toegeschreven worden aan culturele context.
  • Bied ruimte voor ontspanning, wees voorzichtig met humor (kan zowel helpend als belemmerend zijn).

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?