Veelgestelde vragen

sla link op in klembord

Kopieer
De duur van een kennisrijk thema volgt uit de kennisopbouw die je wilt realiseren, niet omgekeerd. Katholiek Onderwijs Vlaanderen hanteert als richtlijn dat een kennisrijk thema doorgaans 4 tot 6 weken kan duren. Dat is geen verplichting van exact zes weken en betekent dus niet dat elk thema zes weken moet duren.

Nieuwe kennis beklijft wanneer leerlingen er herhaald mee in aanraking komen, begrippen en woordenschat doelgericht opbouwen, verbanden leggen met eerdere kennis en nieuwe kennis leren toepassen in verschillende contexten. 
Langere thema’s kunnen daarvoor gunstige voorwaarden creëren: ze bieden ruimte voor herhaling en spreiding, verdieping en verbreding, opeenvolgende onderzoeksvragen en transfer naar spel, hoeken, gesprekken en andere klasactiviteiten.

De concrete duur blijft altijd afhankelijk van de doelen, de inhoud, de beoogde kennisopbouw en de onderwijscontext. Een thema van vier weken kan dus perfect passend zijn. We laten nog steeds tijd en ruimte voor een opstart van het schooljaar rond de 'Gouden weken' en evengoed om beperkt te werken vanuit themaloze weken.
 
Deze richtlijn is onder meer gevoed door wetenschappelijk onderzoek, praktijkervaringen, het KLAS-project, expertise van Helena Taelman en inzichten uit kennisrijke curriculumontwikkeling.

sla link op in klembord

Kopieer
Tijdens klasbezoeken heeft de inspectie aandacht voor effectieve leertijd, overgangen en wachttijden. De verwachting is niet dat elk moment permanent gestuurd wordt, maar wel dat je als school kritisch kijkt naar situaties waarin onnodig veel leerkansen verloren gaan. 
Er is dus consensus dat verloren leertijd een aandachtspunt is in de kleuterklas. Maar niet of elk wachtmoment meteen doelgericht ingevuld moet worden. Meer info kan je vinden bij de leerroutes (van leerplandoelen naar onderwijstijd).

sla link op in klembord

Kopieer
Bij een tussentijds bezoek staat de fase waarin je school zich bevindt centraal. Niet elke school hoeft even ver te staan of hetzelfde implementatietraject te volgen. Wel wordt verwacht dat je school met de implementatie aan de slag is en de verplichte fasering volgt. De implementatie uitstellen is dus geen optie.  


Dat betekent ook dat de implementatie niet beperkt kan blijven tot plannen en voorbereidingen op beleidsniveau. Er moeten al zichtbare sporen zijn in de klaspraktijk, in het bijzonder voor Nederlands, wiskunde en wetenschap en techniek, overeenkomstig de verplichte fasering. Het gaat daarbij niet om een volledig afgeronde implementatie, maar wel om concrete stappen die aantonen dat de nieuwe minimumdoelen ingang vinden in het onderwijs.
 
Belangrijk is dat je kunt toelichten waar je school staat, welke keuzes je maakte, hoe die al zichtbaar worden in de klaspraktijk en welke volgende stappen je plant.

sla link op in klembord

Kopieer
De inspectie houdt rekening met de fase waarin je school zich bevindt en met het implementatietraject dat je vooropstelt. Tegelijk blijft implementatie niet beperkt tot plannen en afspraken. Leraren worden meegenomen in de gemaakte keuzes onder meer via professionalisering. Die keuzes moeten geleidelijk zichtbaar worden in de onderwijspraktijk. Dat hoeft nog niet overal of bij iedereen in dezelfde mate het geval te zijn, maar de klaspraktijk moet wel aansluiten bij wat binnen de school al is afgesproken en opgebouwd. Een implementatietraject dat zich niet vertaalt naar de klaspraktijk, kan moeilijk als effectieve implementatie worden beschouwd.

sla link op in klembord

Kopieer
Leerplandoelen geven richting aan keuzes in curriculum, didactiek, activiteiten en evaluatie. Het is belangrijk dat leraren doelgericht werken en kunnen toelichten wat leerlingen leren en waarom.
 
Vanuit effectieve didactiek is het belangrijk dat doelen betekenisvol worden ingezet in onderwijsactiviteiten en leerprocessen. Niet elk leerplandoel leent zich daarbij op dezelfde manier tot visualisatie. Scholen maken hierin bewuste keuzes vanuit de leeftijd van de leerlingen, de aard van het doel en de meerwaarde voor het leren. Niet elk leerplandoel hoeft daarom zichtbaar gemaakt te worden.
 
De kwaliteit zit niet in het gekozen format, maar in de manier waarop leerplandoelen richting geven aan het leren van leerlingen. Doelenmuren, doelenkaarten, ik-zinnen of andere visualisaties kunnen ondersteunend zijn, maar zijn geen doel op zich. Katholiek Onderwijs Vlaanderen legt daarom geen vaste werkwijze op voor het zichtbaar maken van leerplandoelen. Scholen kiezen zelf hoe zij dat vormgeven binnen hun eigen context, rekening houdend met de principes van effectieve didactiek.
 
Aandachtspunten hierbij zijn:
  • Ga bewust om met het visualiseren van leerplandoelen. Als leraar vraag je jezelf af: ‘Waarom visualiseer ik dit doel?’ en ‘Wat voegt deze visualisatie toe aan het leren?’
  • Veel bestaande materialen vertrekken nog vanuit oudere versies van leerplandoelen en sluiten daardoor niet altijd correct aan bij de huidige leerplandoelen.
  • Specifiek voor kleuters: als je doelen zichtbaar wilt maken voor kleuters, ontwikkel je die visualisaties best zelf en stem je ze af op de eigen context, het thema en de leerlingen. Vertrek vooral van rijke ervaringen, concreet materiaal en betekenisvolle contexten. Het zichtbaar maken van doelen kan ondersteunend zijn, maar is geen doel op zich. Zeker bij de jongste kleuters adviseren we om zoveel mogelijk met concrete materialen te werken en visualisaties bij voorkeur zelf te maken.

sla link op in klembord

Kopieer
Onder een kennisrijke uitwerking van een thema verstaan we dat het thema doelgericht bijdraagt aan de opbouw van kennis. Je vertrekt vanuit de leerplandoelen en bepaalt welke wereldkennis, begrippen en concepten leerlingen binnen het thema moeten verwerven. Daarbij leg je waar mogelijk verbanden tussen verschillende disciplines en bouw je kennis systematisch op. Een kennisrijk thema gaat dus verder dan een verzameling ervaringen of activiteiten.

Bij de uitwerking kun je werken in een aantal stappen: vanuit de leerplandoelen kies je rond welk thema je gaat werken. Je kiest themadoelen, bepaalt mogelijke subthema’s, formuleert onderzoeksvragen, voorziet rijke impressies, selecteert relevante woordenschat, verrijkt de hoeken en bouwt leerlussen in. Doorheen het thema volg je op wat leerlingen leren en stuur je waar nodig bij. Activiteiten zijn daarbij geen doel op zich, maar een middel om de beoogde kennisopbouw te realiseren.

Katholiek Onderwijs Vlaanderen reikt kwaliteitscriteria aan die richting geven aan een kennisrijke uitwerking en opbouw van een kennisrijk thema. Daarbij vinden we het belangrijk dat themadoelen vertrekken vanuit de zaakvakken, dat er samenhang is tussen subthema’s en dat nieuwe kennis en woordenschat doelgericht worden opgebouwd. Ook sterke impressies, onderzoeksvragen, verticale coherentie, leerlussen, reflectie en monitoring en een verrijkte speel- en leeromgeving dragen bij aan een kennisrijke uitwerking.

De visual Opbouw van een kennisrijk thema, de placemat en de ondersteunende presentatie zijn ontwikkeld om schoolteams daarbij houvast te bieden. Zo blijft de professionele ruimte van scholen behouden, terwijl er tegelijk duidelijke kwaliteitscriteria zijn om kennisrijke thema’s doelgericht vorm te geven.

sla link op in klembord

Kopieer
Dat kan zeker een meerwaarde hebben. Wanneer verschillende kleuterklassen rond dezelfde kennisrijke thema’s werken, kan de gezamenlijke expertise van het team groeien en kunnen materialen en ervaringen gemakkelijker gedeeld worden. Het maakt ook de kennisopbouw over leeftijden heen beter zichtbaar en helpt om binnen de school een gemeenschappelijke kennisbasis uit te bouwen.

Dat betekent niet dat elk thema in elke kleuterklas op dezelfde manier wordt uitgewerkt of dat het thema op hetzelfde moment uitgewerkt moet worden. De uitwerking wordt afgestemd op de leeftijd en de voorkennis van de kleuters, terwijl de kennisopbouw over de kleuterklassen heen bewust op elkaar aansluit.
 Zo kan eenzelfde thema telkens verdiept, verbreed en verrijkt worden.

sla link op in klembord

Kopieer
Katholiek Onderwijs Vlaanderen ontwikkelt inspirerende voorbeelden en zal exemplarisch uitgewerkte thema’s aanbieden. Die worden op verschillende tijdstippen beschikbaar gesteld. Ze zijn bedoeld als ondersteuning en inspiratie, niet met de bedoeling om dit verplicht te volgen. Elke school zal nog een vertaalslag moeten maken naar de eigen context.  

We vertrekken daarbij vanuit de professionele autonomie van scholen, doelgericht werken, afstemming op de eigen leerlingenpopulatie en de gedeelde curriculumverantwoordelijkheid van het schoolteam.
 
Teams maken dus zelf bewuste keuzes over de uitwerking van hun curriculum. Kant-en-klare thema's kunnen ertoe leiden dat activiteiten worden overgenomen zonder voldoende afstemming op doelen, beginsituatie en context. Ze bieden bovendien minder ruimte voor eigenaarschap en gezamenlijke curriculumontwikkeling binnen het team.

Daarom ondersteunen we scholen met onder meer inspirerende en volledig uitgewerkte voorbeelden, een visual, een placemat, webinars en nascholing. Die ondersteuning biedt houvast, zonder voor te schrijven hoe elk thema in elke school moet worden uitgewerkt.

sla link op in klembord

Kopieer
Vertrek vanuit Op.Stap en gebruik methodes als ondersteunend leermiddel. Methodes kunnen helpen bij de realisatie van leerplandoelen, maar vervangen het leerplan niet. Door de invoering van de nieuwe minimumdoelen zijn sommige doelen verschoven tussen leerjaren.
Daarom is het belangrijk om kritisch na te gaan in welke mate een methode aansluit bij de leerplandoelen, de leerlijnen en de curriculumopbouw van Op.Stap. Een methode garandeert niet automatisch dat alle leerplandoelen gerealiseerd worden. Zorg daarom dat je laat zien dat je kritisch naar de gekozen methodes kijkt.

Meer informatie vind je in de FAQ van Op.Stap.

sla link op in klembord

Kopieer
Leerplandoelen en beoogde kennis vormen het vertrekpunt. Activiteiten, spel, instructie, materialen en routines zijn middelen om die doelen te realiseren. Eén activiteit kan bijdragen aan meerdere leerplandoelen.

sla link op in klembord

Kopieer
Voor scholen vormt Op.Stap het primaire referentiekader voor de implementatie van het nieuwe leerplan. De vertaalslag van de minimumdoelen naar leerplandoelen, leerlijnen en curriculumopbouw is daarin al gemaakt. Je hoeft die vertaalslag niet opnieuw zelf uit te voeren. Wel is het belangrijk dat je zicht hebt op de belangrijkste inhoudelijke verschuivingen en nieuwe accenten van de nieuwe minimumdoelen (i.f.v. kennisrijk curriculum). De inspectie hanteert zowel de taal van het leerplan als de taal van de minimumdoelen.
×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?