Spreken we allemaal dezelfde (artistieke) taal?

Als leerling volg je in elke graad een artistiek vak (arvo, muziek, beeld, kunstbeschouwing, kunst en creatie, esthetica ...) of werk je via projecten aan de artistieke minimumdoelen uit het GFL.  Als leerkracht van een artistiek vak is het dus belangrijk om af te toetsen of jij en jouw collega's dezelfde taal of woordenschat hanteren en om na te gaan op welke manier jullie werken aan het verrijken van de vaktaal. 

Op pro.katholiekonderwijs.vlaanderen vind je heel wat materiaal (waaronder fiches taalgericht onderwijs) om aan taalbeleid te werken. Wij maakten alvast een kleine selectie hieruit. Onderaan delen we ook enkele lijsten (taal artistieke vakken) van waaruit je, in overleg met jouw collega's, kan vertrekken.

Inleiding: elke leerkracht een taalleerkracht

sla link op in klembord

Kopieer

Leerkrachten die op zoek zijn naar uitgebreide informatie over taalbeleid, verwijzen we graag door naar de webpagina over taalbeleid op school.
 
Voor de andere leerkrachten vatten we taalbeleid in een notendop samen:
 

  • Taalbeleid is een geheel van afspraken en initiatieven van en met alle schoolbetrokkenen.
  • Taalbeleid krijgt aandacht binnen elk vak en resulteert over de vakken heen. Taal speelt namelijk een belangrijke rol bij het leren.
  • Taalbeleid gaat over taal en taalvaardigheid bij instructie en communicatie op school.
  • Taalbeleid verhoogt de leerkansen en de resultaten van élke leerling: er is aandacht voor de talige bagage van de leerling en voor taaldiversiteit.  
  • Taalbeleid ontwikkelt talenten en bevordert gelijke onderwijskansen.  
  • Bij taalgericht onderwijs leren de leerlingen in context, op interactieve wijze en gebruiken ze talige ondersteuning. 
    Door het gebruik van actieve werkvormen zijn leerlingen verplicht meer te spreken, te luisteren, te schrijven en te lezen. 
  • ...
       
In onze vakken betekent dit dat we moeten nadenken over:
 
  • afspraken over het gelijkgericht aanbieden van woordenschat en taal binnen alle artistieke vakken waarmee leerlingen in contact komen tijdens hun schoolcarrière. 
  • hoe we de taalcompetenties van alle leerlingen kunnen verbeteren en hoe we leerlingen kunnen aanmoedigen tot correct gebruik van school- en vaktaal. Het aanleren van vaktaal helpt leerlingen bij het beschouwen, creëren en reflecteren en verfijnt hun omgang met kunst.
  • welke instructietaal we gebruiken binnen en buiten het vak.
  • thema's die aansluiten bij de leefwereld en interesses van de jongeren (context)
  • werkvormen die we hanteren (interactie)
  • welke vormen van talige ondersteuning we aanbieden
  • ...

Drie pijlers van taalgericht vakonderwijs in alle vakken

sla link op in klembord

Kopieer

1 Zorgen voor een contextrijk taalaanbod

sla link op in klembord

Kopieer

  • creëer betekenisvolle contexten (laat activiteiten aansluiten bij de leefwereld en interesses van de leerlingen)
  • sluit aan bij (talige) voorkennis
  • construeer actief kennis
  • gebruik gevarieerde leermiddelen en werkvormen (bij schrijven woordspin of mindmap)
  • betrek lerenden
  • creëer uitlokkende en uitdagende omgevingen
  • werk vakoverschrijdend

2 Inzetten op interactie

sla link op in klembord

Kopieer

  • creëer een veilig interactieklimaat
    • geef denktijd
    • geef iedereen de kans
  • zet leerlingen aan tot praten en schrijven over leerinhouden
    • bouw je les op vanuit een sleutelvraag (big question)
    • onderwijsleergesprekken (veel en duidelijke vragen stellen)
    • gevarieerd aanbod van verwervings- en verwerkingsopdrachten
    • actief uitwisselen van vragen, antwoorden en bevindingen
    • leerlingen gebruik laten maken van woordenlijsten met vaktaal, met aanzetten tot formuleren van eigen voorkeuren... 
    • betrek leerlingen bij het evalueren
    • bevorder reflectie
    • laat leerlingen zelf betekenis verkennen en opbouwen met anderen
  • zet groeperingsvormen efficiënt in
    • samenwerkend of coöperatief leren
    • interactieve werkvormen

3 Zorgen voor de nodige taalsteun

sla link op in klembord

Kopieer

  • verzorg als leerkracht je eigen taalgebruik
  • werk met je collega's een begrippenleerlijn uit
  • werk gestructureerd
  • maak taalaanbod begrijpelijk (extra aandacht voor begrippen en vaktermen)
  • maak denkwijzes en strategieën expliciet
  • bied hulpmiddelen aan om begrip te verhogen:
    • visuele voorstellingen (posters in de klas van instrumenten, bouwstenen...)
    • concrete voorbeelden
    • extra hulp bij vragen en opdrachten
    • verbind vaktermen aan alledaagse taal
    • label instrumenten, materialen ...
    • bied in muzieklessen grafische partituren, notenbeelden, schema's, visuele voorstellingen (musication) aan
    • versterk het luisteren naar muziek door het kijken 
  • formuleer instructies helder;
  • zorg voor toegankelijk cursusmateriaal
  • ondersteun bij produceren van mondelinge en schriftelijke taal
    • bied schrijf- en spreekkaders aan
    • laat leerlingen woordspin of mindmap maken
  • geef feedback over aangewende taalleerstrategiën
  • expliciteer taaldoelen
  • geef leerlingen bij schrijfopdrachten de tijd om te corrigeren en aan te vullen

Fiches taalgericht vakonderwijs

sla link op in klembord

Kopieer

Dit overzicht is een kleine verzameling van tips uit de bundel ‘Aan de slag in je klas met taalgericht onderwijs’. Deze tips kun je inzetten tijdens het beschouwen, creëren en reflecteren.

Aandachtspunten bij voorbereiding van de les of activiteit

sla link op in klembord

Kopieer

  • Zorg ervoor dat leerlingen de (werk)woorden in de minimumdoelen en lesdoelen begrijpen: begrijpen ze wat ze moeten doen? Begrijpen ze het vakjargon? (zie bijlage)
  • Weet welke begrippen vanuit het leerplan gekend moeten zijn en ga hier bewust mee om
  • Denk vooraf na over de talige struikelblokken in je cursus en bedenk hoe je leerlingen ermee kan helpen
  • Duid vaktaalwoorden aan die moeilijk zullen zijn en bedenk al hoe je de woorden uit zal leggen.
  • Geef leerlingen hulpmiddelen om begrip te verhogen: woordenkaders, posters aan de muur, label instrumenten met hun naam, voorzie de instrumenten van notennamen, lijst met vaktaalwoorden… (zie bijlages)

Woorden: tips voor omgaan met moeilijke woorden en kernbegrippen

sla link op in klembord

Kopieer

  • Leerlingen noteren bij het bekijken van een filmpje wat ze zien (inoefenen van instrumenten van het orkest)
  • Selecteer de belangrijkste kernwoorden uit de les en oefen die interactief in met de leerlingen
  • Geef elke leerling een kaartje met een kernwoord (bij voorbeeld een bouwsteen) erop. De leerling legt het woord uit aan een andere leerling zonder het woord te noemen. Die leerling probeert het andere woord te achterhalen. De andere leerling doet hetzelfde. Wanneer beide woorden zijn geraden, wisselen ze van kaartje. Ieder van hen zoekt een andere klasgenoot op om dezelfde oefening te herhalen met het nieuwe woord.
  • Leerlingen maken een klasalfabet na een les, activiteit of hoofdstuk. De leerlingen zoeken voor elke letter een woord dat ze over het onderwerp geleerd hebben.

Formuleren: tips om leerlingen te leren formuleren

sla link op in klembord

Kopieer

  • Geef leerlingen de tijd om na te denken over de formulering van hun antwoorden (werk met wisbordjes)
  • Laat leerlingen hun eigen antwoorden vergelijken met die van een klasgenoot of met het modelantwoord van de leraar
  • Laat leerlingen over een gekozen onderwerp een poster maken waarin beelden en woorden samen voorkomen. Door de discussie over hetgeen er op de poster moet komen, leren ze veel over het gekozen onderwerp.
  • Help de leerlingen bij het formuleren door hen een schrijf- en/of een spreekkader aan te bieden.

Actief leren: tips om leerlingen actief te betrekken bij de les of activiteit

sla link op in klembord

Kopieer

  • Maak gebruik van flitskaarten begrippen (en bij muziek bv. Instrumenten) in te oefenen
  • Denken-delen-uitwisselen: de leerlingen zoeken eerst individueel een antwoord, vervolgens bespreken ze dit kort met hun buur, tot slot worden de antwoorden klassikaal uitgewisseld.
  • Placemat: leerlingen zitten rond een A3-blad en noteren op een persoonlijk hoekje wat ze zelf al weten. Nadien komen ze samen tot een besluit met de hele groep. Dit besluit wordt in het midden van de placemat genoteerd.
  • Ren je rot: stel meerkeuzevragen. Elke hoek van het klaslokaal staat voor één van de antwoorden. Laat leerlingen in de juiste hoek gaan staan.  Duid daarna een aantal leerlingen aan die hun keuze verduidelijken.

Digitaal leren: tips om digitale tools in te zetten bij taalgericht vakonderwijs

sla link op in klembord

Kopieer

-          Laat leerlingen woorden inoefenen met Quizlet
-          Laat leerlingen samen een klasblog schrijven over een bepaald thema
-          Laat leerlingen een miniboekje (picozine) maken als samenvatting van het hoofdstuk of thema
-          Haal via Mentimeter voorkennis op. Laat leerlingen noteren wat ze al over het onderwerp weten.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?