Zoals ik al schreef bij de eerdere vraag om uitleg van Loes Vandromme over het aantal afgestudeerde leraren die effectief lesgaven, waarin expliciet het NVAO-rapport in kwestie vermeld werd, hoorden de voorliggende vragen om uitleg van Koen Daniëls en Gianna Werbrouck in dezelfde cluster thuis. Wel werd nu, in beperkte mate weliswaar (cf. infra), ingezoomd op het NVAO-rapport zelf, ook in relatie tot die andere grote werf van “Scholen voor iedereen”. Maar ook deze bespreking had dus alles te maken met het pittige ochtenddebat over het zgn. expertisecentrum en de inspiratiescholen in het kader van de implementatie van de nieuwe minimumdoelen in het basisonderwijs. Op 20 november resp. 11 december 2025 waren we al enkele vermeldingen van het NVAO-rapport tegengekomen en op 19 december 2025 werd het element (uit het dossier “Scholen voor iedereen”) “pioniersscholen” opgenomen in het voorontwerp van decreet over het onderwijs XXXVI. En op 17 december 2025 was eindelijk de geplande staten-generaal over de Scholen voor iedereen van start gegaan. Wat kon minister Demir nu al melden over dat NVAO-rapport, maar vooral in relatie tot die Scholen voor iedereen?
Nog niet zoveel, waarvoor trouwens veel begrip. Ze wilde dat eerst grondig bestuderen, voor ze het vrijgaf, zoals ze eerder die dag al gezegd had in antwoord op een vraag om uitleg van Loes Vandromme. Nu voegde de minister daaraan toe dat het rapport uit drie delen bestond: aanbevelingen, samenwerking met het werkveld en een voorstel tot externe kwaliteitscontrole. Dat derde deel zou pas aangepakt worden na deel 1 en 2. Het rapport was grondig opgesteld en zou een significante impact hebben, soms ook budgettair. Interessant ook dat laatste, maar ik heb zo’n klein vermoeden dat zaken met een budgettaire impact iets minder kans maken op opname bij de finale maatregelen. Alleszins wilde ze zich niet laten vastpinnen op een concrete timing.
Op de spanning waarop vragensteller Werbrouck gewezen had (“Ik vraag me af hoe u de verhouding ziet tussen focus op vakdidactiek en klasmanagement enerzijds en de diepgaande expertise rond inclusie, zorg, samenwerking anderzijds, in het bijzonder met het oog op beginnende leerkrachten.”), antwoordde de minister dat ze zou onderzoeken op welke manier de resultaten van het project inspiratiescholen beschikbaar konden worden gesteld aan de lerarenopleidingen en of inspiratiescholen opengesteld konden worden voor werkveldstages. Later in de bespreking voegde de minister daaraan de pioniersscholen toe, want inderdaad, dat was de juiste terminologie bij de Scholen voor iedereen, en dat was net wat vragensteller Werbrouck expliciet bedoeld had. Maar ik vermoedde zelfs dat de minister in haar eerste antwoord eigenlijk al de pioniersscholen bedoelde (en niet de inspiratiescholen).
Uit de rest van de bespreking alleen nog graag het volgende:
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de versterking van de samenwerking tussen de lerarenopleiding en de basisscholen van Koen Daniëls en over de hervorming van de lerarenopleiding en de voorbereiding van leerkrachten op het principe van scholen voor iedereen van Gianna Werbrouck” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen