5 maart 2026 – Selectie van inspiratiescholen

15 februari 2026 was de deadline voor kandidaatstelling als inspiratieschool in het kader van het implementatieproces van de nieuwe minimumdoelen in het basisonderwijs. Een geschiedenis met tot nog toe wel wat commotie, — ik schreef er al uitvoerig over —, maar goed, dit was toch weer een nieuwe stap. Kon minister Demir concretere informatie geven over dit selectieproces?

Bij de oproep hadden 76 scholen zich aangemeld, aldus de minister (voor 30 plaatsen). Ze legde het beoordelingsproces (met enerzijds de onderwijsverstrekkers voor hun eigen scholen en anderzijds onderwijsambtenaren en experten voor alle scholen) uit, dat (via vier beoordelingen per kandidaat) tot een totaalscore zou leiden voor elke kandidaat. De criteria: kennis van de opbouw van kennisrijke curricula, kennis en ervaring met de wetenschap van het leren, ervaring met implementatietrajecten en de wijze waarop de school haar interne kwaliteitszorg organiseert. Bij de finale selectie door de Vlaamse regering zou die erover waken dat de gekozen scholen geografisch gespreid zijn en dat alle onderwijsverstrekkers op een billijke wijze vertegenwoordigd zijn. Via het olievlekprincipe (elke inspiratieschool met 10 andere scholen in lerende netwerken: maakt 300 scholen in die eerste fase) zou verder worden gewerkt aan de verspreiding van de leerervaringen onder begeleiding van de pedagogische begeleidingsdiensten (+ werkveldstages voor lerarenopleiders en wetenschappelijke monitoring). Geen kleine operatie dus. De rapportering na elke financieringsperiode en bij een positieve tussentijdse evaluatie de indiening van een nieuwe begroting moesten de voortgang van de inspiratiescholen en hun lerende netwerken in goede banen leiden.

Uit de verdere bespreking kwamen nog enkele zorgen naar voor:

  • blijkbaar waren geen stedelijke scholen uit Gent en Antwerpen kandidaat (Loes Vandromme en Stephanie D’Hose); de Antwerpse scholen waren in een eigen traject gestapt, aldus interveniënt Koen Daniëls; het werd niet met zoveel woorden gezegd, maar ik nam aan dat het om de ondersteuning door het centrum van Tim Surma ging;
  • het buitengewoon onderwijs mocht niet vergeten worden (Loes Vandromme); de minister zou dat opvolgen, bleek later;
  • de scholen moesten de nodige tijd krijgen, want, zoals gezegd, dit was geen kleine operatie; de Onderwijsinspectie moest de scholen die tijd gunnen; oké, aldus de minister;
  • wat met pedagogische studiedagen in 2026-2027 (Kim Buyst)? Het BVR schoolorganisatie was bijna klaar, meldde de minister;
  • quid met de 10 andere scholen die onder het project “Vlaanderen Kennisrijk Kansrijk” vielen, vroeg Hannelore Goeman; daarop ging de minister niet in.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?