Jan Laeremans begon deze commissievergadering met een communautaire kwestie die toenmalig Onderwijsminister Ben Weyts vorige legislatuur geregeld had. Overigens stelde Laeremans de bewuste vraag om uitleg ook al een goed jaar geleden. Kern van de zaak was dat de facultatieve voorrangsregeling in de Vlaamse Rand in het secundair onderwijs (nog) niet gebruikt was. Hoe kwam dat en wilde minister Demir werk maken van een bevraging daarover ter plaatse in de betrokken scholen?
Nee dus! Het was snel duidelijk in de bespreking dat dit een facultatieve mogelijkheid was voor scholen en dat de minister daarin geen Latijn zou steken. Die mogelijkheid was voldoende gecommuniceerd bij de invoering ervan. De bestaande ordeningsregeling in het basisonderwijs werd in sommige gemeenten wél gebruikt, de voorrangsregeling in het secundair onderwijs (nog) niet. De regeling in Brussel (op basis van thuistaal), waar er ook een Franstalig onderwijscircuit bestond, kon zomaar niet in de Vlaamse Rand wegens een gebrek daar aan Franstalig onderwijs. De minister verwachtte, wat het achterliggende doel van die inschrijvingsregelingen betrof, veel meer heil van haar eigen taalmaatregelen (cf. Ieder kind taalheld), bij de overstap van het basis- naar het secundair onderwijs en in het secundair onderwijs zelf. Dat leek me geen verrassing.
Het beroep dat vragensteller Laeremans voor zijn vraag gedaan had op de fractievoorzitter van een coalitiepartner van de minister, i.c. Peter Van Rompuy, om wellicht meer goodwill bij de minister te kweken, had blijkbaar niet veel opgeleverd.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de niet-toepassing van de specifieke facultatieve voorrangsregeling voor de Vlaamse Rand in het secundair onderwijs van Jan Laeremans” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen