5 maart 2026 – Daling in aanwezigheid van vijfjarige kleuters

Ook Roosmarijn Beckers nam een vraag van ongeveer een jaar geleden weer op, mét traditioneel een uit de kluiten gewassen inleiding. Het ging over effectieve aanwezigheid op school van vijfjarige (dus: leerplichtige) kleuters. Er waren nieuwe cijfers daarover gepubliceerd. Het probleem zat niet bij de norm (van aantal halve dagen aanwezigheid) die gebruikt wordt voor de schooltoeslag, wél bij de norm die bij de vijfjarigen gebruikt wordt voor de rechtstreekse toelating tot het eerste leerjaar van het lager onderwijs. Bij dat laatste was er een aanzienlijke daling in 2024-2025 ten opzichte van het schooljaar voordien. Het was geen verrassing dat we in de bespreking alle, intussen goed gekende aspecten van de zaak de revue zagen passeren: de taak van school en CLB, taalverwerving (cf. Ieder kind taalheld), zindelijkheid, ouderlijke verantwoordelijkheid, rol van lokale besturen (cf. decreet flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau), brugfiguren, nieuwe minimumdoelen, schoolbonus, Groeipakket.

Wat onthield ik nog uit een toch bijna 36 minuten durende bespreking? Dat minister Demir alleszins zocht naar een aanklampender beleid. Dat aanwezigheid op school van kleuters in de toekomst des te belangrijker zou worden wegens de invoering van de nieuwe (ambitieuzere) minimumdoelen. Dat heette dan: kleuterjufs moeten les kunnen geven en hebben dus geen tijd voor pampers. Eerlijk gezegd, ben ik zelf toch benieuwd naar hoe dat concreet in de praktijk gaat lopen. Ik heb over die zgn. hoge verwachtingen in het kleuteronderwijs meermaals geschreven vorig jaar, toen het hele proces van de minimumdoelen op de agenda stond.

Het was opnieuw duidelijk dat brugfiguren, die inderdaad een heel relevante rol in dit verhaal konden spelen, niet gefinancierd zouden worden vanuit het beleidsdomein Onderwijs. De minister verwees ook nog naar het hangende voorontwerp van Onderwijsdecreet XXXVI, dat nu bij de Raad van State voor advies voorlag: de klassenraad van het kleuteronderwijs zou een extra jaar in het kleuteronderwijs kunnen voorschrijven voor bepaalde kleuters. De minister wilde, ook op vraag van vragensteller Beckers, wel de (eventuele) SES-dimensie van de aan/afwezigheidscijfers bekijken, maar op Beckers’ andere vraag om in te grijpen in het Groeipakket (in overleg met minister Caroline Gennez) ging minister Demir hier alleszins niet expliciet in. Ze had het generiek wel over: “Als we aan ouderlijke verantwoordelijkheid denken, moeten we maatregelen uitwerken die het best wel op iedereen van toepassing zijn. We zijn dus juridisch het een en ander aan het bekijken.” De kwestie van het verschillend gebruik van de norm van 290 halve dagen (voor schooltoeslag versus voor overgang naar lager onderwijs) en de 1.000 euro “toegangsgeld” voor MAGDA (het systeem voor “maximale gegevensdeling tussen administraties”), zoals door interveniënt Loes Vandromme aangekaart, zou de minister dan weer wel opvolgen.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?