Daarnaast haal ik graag nog enkele punten uit de bespreking zelf, want de hoorzitting bleek naderhand toch relevanter dan ik vooraf dacht:- het doel van de hoorzitting was dus niet “leg heel het hebben en houden van uw PBD uit”, maar toch leken sommige actoren aan die verleiding niet te kunnen weerstaan, met alle gevolgen van dien voor hun timing; het was een probleem dat wel vaker voorkwam in parlementaire hoorzittingen wanneer sprekers de vooraf duidelijk gemaakte afspraken niet respecteren; overigens, in der Beschränkung zeigt sich der Meister blijft ook hier een heel wijs principe, kwestie van de geplande tijd gepast te gebruiken;
- wat mij inhoudelijk en politiek in deze hoorzitting het belangrijkste leek, was de kwestie van de verlenging van de decretale gedoogperiode, de definitie van implementeren van minimumdoelen versus die van realiseren van minimumdoelen, plus daarbij de kwestie van de regierol voor de pedagogische begeleidingsdienst die Peter Op ’t Eynde meteen expliciet naar voor schoof; het “overlegforum”/de “stuurgroep” van Walentina Cools, die daarmee haar slotbeschouwing van de hoorzitting van 3 juli 2025 [vanaf 1:25:02] in herinnering bracht, ging (wat implicieter) ook in die richting, maar was zeker breder bedoeld want betrok ook de Onderwijsinspectie, Thomas More Hogeschool en Leerpunt;
- waarom was dat inhoudelijke en politieke punt hier belangrijker? Simpel, gezien het publiek hier, lees: parlementsleden, want die elementen betroffen de decretale regelgeving, wat net hun bevoegdheid is; al de vermelde, concrete acties, opleidingen, materialen, … waarover zoveel gezegd was, dat was hun bevoegdheid niet; dat was een zaak van de vrijheid; zou op het stuk van de gedoogperiode en aanverwante nog een opening bestaan naar een aanpassing van de regelgeving, leek mij de belangrijkste politieke, nog openstaande vraag van de hoorzitting;
- algemeen was er zeker heel wat waardering voor het door de pedagogische begeleidingsdiensten en scholen intussen al geleverde werk, waarbij een stuk van de aanpak gemeenschappelijk was, maar gelijk toch ook opviel dat het GO! hier en daar ook verder ging dan de andere, tot en met lesfiches voor de leraren toe;
- de link met de andere dossiers (taalheldverhaal, actieplan Goed Gedragen, Scholen voor iedereen) als delen van één groot geheel werd door alle sprekers gelegd, maar ik meende een verschil te zien in hoe het inzetten van de extra omkadering via gekleurde middelen benaderd werd door het GO! enerzijds en Katholiek Onderwijs Vlaanderen en OVSG anderzijds, waarbij die laatste bij monde van Walentina Cools expliciet wees op de zeer zware KPI’s (Key Performance Indicators) die door de onderwijsadministratie daarbij opgelegd werden; Peter Op ’t Eynde had voordien algemener maar toch duidelijk net ook gewezen op het probleem van het inzetten van die extra PB’ers op basis van gekleurde middelen in dat kluwen van diverse middelen/opdrachten, terwijl het GO! me ook die extra PB’ers leek in te zetten in de generieke PB-opdrachten, náást de specifieke minimumdoelenimplementatie (én aanverwante) waarvoor ze bedoeld waren; de vraag kon dan ook gesteld worden hoe de overheid met die situatie in de praktijk precies zal omgaan bij haar controle;
- alleszins werd opnieuw bevestigd dat hoezeer men ook constructief wil meebouwen aan zo’n kennis/inhoudsrijk curriculum, dit een heel omvangrijke én complexe operatie is die de nodige tijd, energie en middelen zal kosten; hopelijk krijgen de scholen en de actoren errond die ook.