15 oktober 2026 – Dalende leerlingenaantallen in bouwopleidingen en rationalisering so

Na 46 of 47 minuten afgehandeld, zo merkte commissievoorzitter Bart Claes niet helemaal neutraal op aan het eind van deze bespreking. Hij bedoelde: zolang had de bespreking geduurd, die door de aard van het onderwerp eigenlijk nog maar eens over enkele grote werven van het onderwijsbeleid ging. Hangende zaken trouwens waarmee men nog wel even zoet zou zijn. Het concrete uitgangspunt hier voor dat bredere verhaal was de negatieve evolutie van de leerlingenaantallen in bouwopleidingen, die inderdaad tot knelpuntberoepen opleiden. We hadden dat al enkele jaren geleden kunnen lezen, en nu weer. In zekere zin was de ruimere problematiek, maar toen nog vooral toegespitst op het basisonderwijs, nog maar de dag voordien in de plenaire vergadering aan bod gekomen en in zekere mate bijvoorbeeld ook bij de interpellaties over PISA 2025 op 8 oktober 2026, naast trouwens vele eerdere gelegenheden waarbij het ging over de evaluatie van de modernisering secundair onderwijs, screening van de matrix, de nieuwe zevende jaren, graduaatsopleidingen, de B-stroom, duaal leren, flexibele leerwegen. Inderdaad, te veel om op te noemen. En nu nóg eens. Dus kort alleen het volgende:

  • de screening van de matrix so en de concrete rationalisatienormen, waarop minister Demir uiteraard nu nog niet kon vooruitlopen, zouden (i) alleszins geen besparingsoperatie zijn en (ii) er zou daarbij niet alleen rekening gehouden worden met pure leerlingenaantallen, maar ook met regionale noden, aansluiting op de arbeidsmarkt en hoger onderwijs, …;
  • qua timing daarbij wees de minister erop dat het eindrapport (en aanbevelingen) van die screening opgeleverd was en dat ze op korte termijn het bredere gesprek daarover met de koepels, de vakbonden en de sectoren zou aangaan; op vraag van het onderwijsveld zou die hele operatie gecoördineerd verlopen (lees: in één beweging met de afstemming van de eindtermen/minimumdoelen eerste graad so op de minimumdoelen bao; dus herziening van de matrix, de aangepaste minimumdoelen en de rationalisatienormen als één verhaal); dat werk zou volgens de minister nog dit én volgend jaar in beslag nemen;
  • over de zevende jaren en de graduaatsopleidingen: door de nieuwe ontwikkelingen daar vond ik het voornemen van de minister om wie nu rechtstreeks (zonder zevende jaar) naar een graduaatsopleiding ging (maar daar niet slaagde, wat nogal eens voorkwam) toch niet te verliezen; zevende jaren leken daarvoor inderdaad een goede optie, maar de minister zou dat bekijken; het punt van interveniënt Koen Daniëls over de weggevallen trigger om nu nog een zevende jaar te doen deelde ik op zich wel, maar niet zijn formulering van “volwaardig diploma secundair onderwijs” (na zes jaar bso), want daarmee kon een afgestudeerde weliswaar nu rechtstreeks instromen in een graduaatsopleiding, maar… niet in een bacheloropleiding; dus met andere woorden, de titulatuur (getuigschrift versus diploma) mocht dan wel veranderd zijn, de achterliggende context was nog altijd dezelfde, op uiteraard één zaak na, met name: vóór de modernisering so was om het even welk zevende jaar goed om een toenmalig diploma so te behalen en bijgevolg toegang te krijgen tot het hele hoger onderwijs, nu was daarvoor het nieuwe “zevende jaar gericht op het ho” een vereiste.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?