15 oktober 2026 – Aantal leraren zonder vereist of passend bekwaamheidsbewijs

Een interessant thema dat naast andere factoren alleszins veel te maken had met onderwijskwaliteit. Het was in augustus 2026 aan bod gekomen in de zgn. Schoolwijzer van Het Laatste Nieuws en professor Els Consuegra had er toen commentaar op geleverd in De Morgen (voor abonnees). Men kon dan wel in het algemeen veel begrip opbrengen voor “Beter een (om het even welke) leraar voor de klas, dan géén leraar”, maar als leraar niet opgeleid zijn voor de vakken die je verondersteld wordt te geven, is niet ideaal noch ernstig, punt. Niet voor die leraar zelf, niet voor de leerlingen. Maar… dat thema bracht ons opnieuw midden in het dossier van de lopende (nwvr: dat lopen is misschien momenteel toch nogal optimistisch geformuleerd…) onderwijspactonderhandelingen. En zoals we al wisten, kon daarover in de openbaarheid op dit moment eigenlijk niets gezegd worden.

De huidige regelgeving over vereiste, voldoende geachte en andere bekwaamheidsbewijzen in het onderwijs kenden we al wel. Dat er 2.700 leraren in de categorie “andere” een zgn. lerarenbonus aangevraagd hadden was best positief en interessant. Het belangrijkste in de bespreking was wellicht nog dat minister Demir uitdrukkelijk stelde dat ze de bekwaamheidsbewijzen niet zou loslaten, wat door sommigen her en der misschien al weleens geopperd was. Overigens, eerlijk gezegd, het huidige systeem geeft finaal ook al heel wat mogelijkheden voor een aanwerving van een leraar. Het actueel houden van het “telefoonboek” van de bekwaamheidsbewijzen kon je nog wel als een vervelend neveneffect van de huidige regelgeving beschouwen, maar goed. Terloops hoorden we van minister Demir nog dat, naast de hangende aanpassingen aan de curricula van de educatieve bacheloropleidingen kleuter- en lager onderwijs, ook “volle bak” de lerarenopleiding secundair onderwijs bekeken werd. Maar dat laatste zou ook geïntegreerd worden in de gecoördineerde aanpak van de diverse werven secundair onderwijs, zoals die aan bod kwam bij de vragen om uitleg over de bouwopleidingen en rationalisering secundair onderwijs eerder in de commissievergadering (cf. elders op deze pagina’s). Over de onderwijsassistenten, die vragensteller Werbrouck steevast benadrukte, bleef de minister toch wat op de vlakte. Het thema was wel voorwerp van gesprek in de loopbaanpactonderhandelingen.

Tot slot nog twee elementen:

  • er werd verwezen naar het rapport van het Rekenhof over aanvangsbegeleiding en professionalisering van leraren (30 juni 2026), maar dat zou in een aparte commissievergadering geagendeerd worden;
  • in verband met de mogelijkheden voor leraren in de categorie “andere” om een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs te behalen: interveniënt Koen Daniëls vond dat de lerarenopleidingen daar nog een grote groep misten, met name aan de universiteiten wegens de nog beperkte EVC/EVK-praktijken daar; interveniënt Kim Buyst zei zelf nog in dubio te zijn over de vraag of leraren in de categorie “ander” niet op een bepaald moment verplicht zouden moeten worden om een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs te behalen; ook minister Demir zei daar nog niet volledig uit te zijn, maar wist wel dat de meerderheid van die groep nu toch een lerarenopleiding volgde (met een lerarenbonus).

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?