Na de voorgeschiedenis van schoolmaaltijden vorige legislatuur met Open Vld in de meerderheid en Vooruit in de oppositie kwam het thema heel expliciet (“een breekpunt”) in het verkiezingsprogramma van Vooruit bij de parlementsverkiezingen van 2024 en vervolgens in een afgezwakte vorm in het Vlaams regeerakkoord (70 miljoen euro). Intussen zaten we in het tweede jaar van de lopende legislatuur en doken er een paar hindernissen op bij dit dossier (beperkte deelname van de gemeenten (er geldt een cofinancieringssysteem) en de geplande (federale) btw-verhoging), zoals we in de pers hadden kunnen vernemen. Tussen haakjes, vanmorgen vroeg een kompaan op de trein mij nog: “Waar is Conner Rousseau tegenwoordig?”…
En nu dus na het actualiteitsdebat over het subsidiebeleid van en de cohesie binnen de Vlaamse regering (met een link naar Onderwijs, maar aanvankelijk ook veel generieker en compleet zonder nieuwswaarde, wat Onderwijs betrof, in vergelijking met de Onderwijscommissie van 8 januari 2026; ook nu liet het format van zo’n actualiteitsdebat duidelijke mankementen zien, maar daarover ga ik het hier niet meer hebben) vier vragenstellers (allen oppositie) over de actualiteit van de schoolmaaltijden. De vragen gingen over de twee verschillende hindernissen.
Minister Gennez schetste de federale besparingscontext met gevolgen voor Vlaanderen: o.a. de impact op schoolmaaltijden die zij betreurde. Het project Gezonde voeding op school voor elk kind moest daarom versterkt worden (Vlaanderenbreed en in Brussel) want gezonde voeding had alleen maar belangrijke, positieve effecten, ook voor het leren van kinderen. Ze illustreerde een en ander met de Turnhoutse casus, waar haar partijgenoot Hannes Anaf burgemeester is, en met haar eigen Mechelen. Gelet op de relatief beperkte omvang van het project voorlopig, zou er nu geëvalueerd worden.
De diverse standpunten van de verschillende fracties waren intussen wel zo ongeveer bekend, ook vanuit het verleden. Alleen de tussenkomst van de fractievoorzitter van Open Vld, Egbert Lachaert, leek me toch een andere teneur te hebben dan de conceptnota voor nieuwe regelgeving (cf. supra) die de voorgaande legislatuur vooral op initiatief van zijn partijgenoot Jean-Jacques De Gucht ingediend was. Maar ook nieuwkomer van Groen, Fourat Ben Chikha, maakte wel erg snel een overstap naar een alternatieve piste van brugfiguren, wanneer ik het vergelijk met hoe Elisabeth Meuleman in de legislatuur 2014-2019 blok vormde over schoolmaaltijden met toenmalig Vlaams Parlementslid Caroline Gennez. Later preciseerde hij zijn houding nog wel: ofwel de financiële middelen verhogen ofwel met de bestaande middelen andere dingen doen.
Als minister nu wilde Gennez samen met de regeringspartners onderzoeken hoe alle drempels voor de gemeenten konden worden weggewerkt om van het project een nog groter succes te maken. Ze weidde ook nog even uit over het Gentse model om te illustreren wat volgens haar een volwaardige maaltijd was, incl. zelfs een pedagogisch-didactische invalshoek. Daarin had ze zeker een punt. De modellen met gezonde maaltijdsoepen hadden dan weer het voordeel dat ze het makkelijkst werkbaar waren voor de scholen.
Finaal trok vragensteller Vandecasteele in haar slotwoord de zaak helemaal open en belandden we opnieuw bij waar minister Gennez begonnen was: bij de (federale) besparingscontext.
Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de beperkte impact van de gezonde maaltijden op school van Fourat Ben Chikha, over een gezonde maaltijd op school voor elk kind in Brussel van M'Hamed Kasmi, over de federale btw-verhoging op schoolmaaltijden bereid door cateraars van Roosmarijn Beckers en over de geplande btw-verhoging van maaltijden aangeleverd door cateraars van Lise Vandecasteele” aan minister Caroline Gennez resp. minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen