Wat is mediawijsheid, hoe komt mediawijsheid voor in de leerplandoelen en waarmee hou je best rekening?
Mediawijsheid betekent dat leerlingen media niet alleen kunnen gebruiken, maar ook begrijpen. Het gaat om kennis, vaardigheden en attitudes die nodig zijn om bewust, kritisch, actief en creatief met media om te gaan. Mediawijsheid is dus meer dan knoppenkennis: ook informatie beoordelen, online communiceren, digitale inhoud creëren, risico’s herkennen en verantwoord deelnemen aan de samenleving horen erbij.
Mediawijsheid ontwikkel je niet in één les of binnen één vak. Ze vraagt een doordachte opbouw, met aandacht voor leeftijd, context en transfer. Een doorlopende leerlijn helpt scholen om doelen te spreiden, samenhang te bewaken en afspraken te maken over wat waar wordt aangeleerd, ingeoefend en geëvalueerd.
De Leerlijn Mediawijsheid van Mediawijs biedt hiervoor een praktisch en richtinggevend kader van kleuteronderwijs tot en met de derde graad secundair. De leerlijn is niet normerend, maar helpt je als schoolteam om zicht te krijgen op belangrijke mediawijze leerdoelen en om hiaten of overlap bespreekbaar te maken.
Het vijfjaarlijkse MICTIVO-onderzoek volgt de ICT-integratie in het Vlaamse onderwijs op en brengt infrastructuur, beleid, gebruik, competenties en percepties in kaart. Die gegevens kunnen helpen om je beleid rond mediawijsheid uit te werken.
Daarnaast kan het tweejaarlijkse Apenstaartjaren-onderzoek ook interessante input geven.
In de onderwijsdoelen van zowel het basisonderwijs als van het secundair onderwijs komen mediawijze doelen voor.
Voor het basisonderwijs vind je deze doelen op de leerplanpagina rond ICT.
Voor het secundair onderwijs vind je deze doelen in het gemeenschappelijk funderend leerplan in de krachtlijn Mediawijs en digitaal vaardig.
Visie op het gebruik van sociale media en digitale platformen in het onderwijs
Digitale media maken integraal deel uit van de leefwereld van kinderen. Ook in het onderwijs stellen scholen zich steeds vaker de vraag hoe zij hiermee moeten omgaan, zowel pedagogisch als juridisch.
Deze visietekst biedt een kader voor scholen om bewuste, verantwoorde keuzes te maken rond het gebruik van sociale media en vergelijkbare digitale platformen (zoals TikTok, Instagram, Roblox …) in een onderwijscontext. In onze richtinggevende principes maken we geen onderscheid tussen basisonderwijs en secundair onderwijs. In de regelgeving splitsen we wel op naar leeftijdsgroep.
Allereerst moeten scholen zich altijd houden aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/GDPR), want deze geldt voor alle verwerking van persoonsgegevens, ook in onderwijs.
Scholen zijn als organisatie:
Dit impliceert dat scholen:
Daarnaast vertrekt de regelgeving rond digitale media vanuit één fundamenteel principe: kinderen zijn een kwetsbare groep en verdienen extra bescherming.
In België geldt dat kinderen vanaf 13 jaar zelf toestemming mogen geven voor het gebruik van online diensten waarbij persoonsgegevens verwerkt worden. Voor kinderen jonger dan 13 jaar is ouderlijke toestemming vereist. Sociale mediaplatformen hanteren doorgaans een minimumleeftijd van 13 jaar in hun gebruiksvoorwaarden.
Dit betekent dat het gebruik van sociale media in het basisonderwijs (6–12 jaar) in principe niet vanzelfsprekend en juridisch problematisch is. In het secundair onderwijs (13 tot 18 jaar) kunnen sociale media wel gebruikt worden, al blijft natuurlijk pedagogisch-didactische waakzaamheid steeds belangrijk.
Naast het juridisch kader is vooral het ontwikkelingsperspectief van het kind richtinggevend. Sociale media zijn niet ontworpen voor kinderen. Veel sociale mediaplatformen zijn ontwikkeld voor een breed (vaak volwassen) publiek en werken met mechanismen die gericht zijn op aandacht vasthouden, engagement verhogen en dataverzameling
Deze logica sluit niet altijd aan bij de cognitieve ontwikkeling van kinderen en hun sociaal-emotionele groei
Onderzoek wijst op mogelijke risico’s bij jonge kinderen, zoals verminderde concentratie, verhoogde gevoeligheid voor sociale vergelijking, blootstelling aan ongepaste inhoud, cyberpesten … Kinderen onder de 13 jaar zijn vaak nog niet voldoende ontwikkeld om met deze complexiteit om te gaan.
Tegelijk tonen studies aan dat sociale media ook positieve kansen bieden en dat mogelijke negatieve effecten sterk afhankelijk zijn van context en begeleiding. Een eenzijdig verbod of volledige integratie biedt dus geen antwoord.
Voor scholen ligt de kernvraag niet enkel bij ‘wat mag?’, maar vooral bij: ‘Wat draagt bij aan de ontwikkeling en het welzijn van leerlingen?’. Daarbij staan scholen voor belangrijke afwegingen:
De school kan:
Op basis van bovenstaande kaders formuleren we volgende richtinggevende principes:
Het gebruik van sociale media in het onderwijs is geen louter technische of juridische kwestie, maar vooral een pedagogische en ethische keuze. De regelgeving biedt een noodzakelijk minimumkader. De verantwoordelijkheid van scholen gaat echter verder: zij maken bewuste keuzes in functie van de ontwikkeling, veiligheid en het welzijn van leerlingen. Daarom pleiten we voor een voorzichtige, kritische en doelgerichte omgang met sociale media in het onderwijs, met een sterke focus op mediawijsheid en begeleiding.