In het kandidaatstellingsformulier wordt uitsluitend verwezen naar punt 4 en 5 van de richtlijnen financieel dossier, en dit met de bedoeling om aanvragers correcte informatie te geven over subsidiabele en niet‑subsidiabele kosten.
De vermelding luidt daar: “Meer informatie over de subsidiabele kosten en niet-subsidiabele kosten vindt u in de richtlijnen financieel dossier, onder punt 4 en 5.”
Hoewel in het volledige document Richtlijnen financieel dossier inderdaad wordt verwezen naar een financieel sjabloon, is dit niet van toepassing op de kandidaatstelling voor inspiratiescholen. Voor deze oproep volstaat het dat scholen enkel de vragen beantwoorden zoals opgenomen in het onderdeel ‘Begroting van het project’ binnen het kandidaatstellingsformulier zelf.
De vermelding luidt daar: “Meer informatie over de subsidiabele kosten en niet-subsidiabele kosten vindt u in de richtlijnen financieel dossier, onder punt 4 en 5.”
Hoewel in het volledige document Richtlijnen financieel dossier inderdaad wordt verwezen naar een financieel sjabloon, is dit niet van toepassing op de kandidaatstelling voor inspiratiescholen. Voor deze oproep volstaat het dat scholen enkel de vragen beantwoorden zoals opgenomen in het onderdeel ‘Begroting van het project’ binnen het kandidaatstellingsformulier zelf.
Met vragen rond:
Zij kunnen hier het meest correct en actueel in begeleiden en hebben ook zicht op de juiste sjablonen en procedures.
- de keuze tussen contractuele aanstelling of het aankopen van uren
- de concrete opmaak van het financieel subsidiedossier
- het gebruik van de door het ministerie voorziene sjablonen
Zij kunnen hier het meest correct en actueel in begeleiden en hebben ook zicht op de juiste sjablonen en procedures.
Het is momenteel geen voorwaarde dat een inspiratieschool automatisch ook een pilootschool Scholen voor Iedereen is. Wel vertrekt het traject inspiratiescholen expliciet vanuit de visie dat een kennisrijk curriculum een essentieel onderdeel vormt van Scholen voor Iedereen.
Van inspiratiescholen wordt dan ook verwacht dat zij werken vanuit deze visie en deze meenemen in hun ontwikkeltraject, zonder dat dit betekent dat alle leerkrachten hier van bij de start al volledig op één lijn moeten staan.
Van inspiratiescholen wordt dan ook verwacht dat zij werken vanuit deze visie en deze meenemen in hun ontwikkeltraject, zonder dat dit betekent dat alle leerkrachten hier van bij de start al volledig op één lijn moeten staan.
Een leerkracht die dit engagement voltijds opneemt, wordt niet verwacht alle leerplannen van bij de start volledig te beheersen.
Via gerichte professionalisering, begeleiding door de pedagogische begeleidingsdienst en samenwerking binnen het traject wordt de nodige kennis van de leerplannen kleuteronderwijs (in dit geval) stapsgewijs opgebouwd.
Het traject vertrekt bovendien sterk vanuit teamwerking en complementariteit, zodat expertise gedeeld wordt en niemand dit alleen moet dragen.
Via gerichte professionalisering, begeleiding door de pedagogische begeleidingsdienst en samenwerking binnen het traject wordt de nodige kennis van de leerplannen kleuteronderwijs (in dit geval) stapsgewijs opgebouwd.
Het traject vertrekt bovendien sterk vanuit teamwerking en complementariteit, zodat expertise gedeeld wordt en niemand dit alleen moet dragen.
Een inspiratieschool neemt automatisch een engagement voor de drie schooljaren.
De taakbelasting die gepaard gaat met het engagement als inspiratieschool laat zich niet vooraf in uren of percentages vastleggen. Ze is sterk afhankelijk van de beginsituatie van de school, de gemaakte keuzes en de manier waarop het traject binnen de bestaande werking wordt georganiseerd.
Wat wél vaststaat, is dat het traject een duidelijk en expliciet engagement vraagt van de school: bereidheid tot intensieve samenwerking met de pedagogische begeleidingsdienst, actieve deelname aan reflectie en bijsturing, en het opnemen van een voorbeeld- en delingsrol binnen lerende netwerken.
Dit engagement is geen vrijblijvend engagement, maar een bewuste keuze om tijd, expertise en draagkracht vrij te maken in functie van kwaliteitsvolle en duurzame onderwijsontwikkeling.
Wat wél vaststaat, is dat het traject een duidelijk en expliciet engagement vraagt van de school: bereidheid tot intensieve samenwerking met de pedagogische begeleidingsdienst, actieve deelname aan reflectie en bijsturing, en het opnemen van een voorbeeld- en delingsrol binnen lerende netwerken.
Dit engagement is geen vrijblijvend engagement, maar een bewuste keuze om tijd, expertise en draagkracht vrij te maken in functie van kwaliteitsvolle en duurzame onderwijsontwikkeling.
Voor ons zijn specifieke scholen (autonome kleuterschool, school buitengewoon…) op zich geen probleem en kunnen dus indienen. Moeten wel bereid blijven hun ervaringen (breed) te delen. Hoe de overheid hiermee zal omgaan bij de beoordelingen kunnen we niet inschatten.
Nee. Alle scholen starten vanaf september met de implementatie van het leerplan, elk vanuit hun eigen context en ontwikkelingsfase. Inspiratiescholen starten niet vroeger, maar krijgen een verdiepende rol binnen hetzelfde tijdskader. Ze fungeren als hefboom om expertise te ontwikkelen en te delen, terwijl de brede implementatiestrategie expliciet inzet op het meenemen van alle 1600 basisscholen vanaf de start.
Het engagement dat van scholen wordt gevraagd, is geen engagement op een afgewerkt product, maar op een ontwikkel- en implementatietraject. Scholen engageren zich om samen met de pedagogische begeleidingsdienst en partners stap voor stap te werken aan de implementatie van het leerplan, vanuit de gedeelde visie, kernprincipes en ontwikkelrichting van Op.stap, leerroutes voor iedereen.
Ja. De subsidie voor 1 VTE is gekoppeld aan de school die zich kandidaat stelt met één instellingsnummer. Deze VTE kan wel gespreid worden over meerdere personeelsleden, maar blijft verbonden aan dat instellingsnummer en het engagement van de school binnen het traject.
De begeleiding van niet-inspiratiescholen blijft deel uitmaken van onze reguliere werking van de pedagogische begeleidingsdienst. De inzet en vorm van begeleiding worden afgestemd op de noden van de school en de implementatiefase van het leerplan.
De lerende netwerken worden gecoördineerd door de pedagogische begeleidingsdiensten, binnen hun eigen onderwijsnet. Dit sluit aan bij de keuze van Katholiek Onderwijs Vlaanderen om vanuit Op.stap, leerroutes voor iedereen te werken aan inhoudelijke coherentie en gelijkgerichtheid. Deze aanpak is in lijn met de verwachtingen van de overheid, zolang de doelstellingen van het traject worden gerealiseerd.
Vanuit onze eigen strategische krijtlijnen voor het traject inspiratiescholen zetten we er bewust op in om alle 1600 basisscholen te betrekken in dit traject. Inspiratiescholen vormen daarbij geen eindpunt, maar een hefboom binnen een ruimere implementatiestrategie. Hun expertise wordt via netwerken, professionaliseringsaanbod en begeleiding doelgericht gedeeld en vertaald naar ondersteuning voor alle scholen.
Op die manier nemen we alle scholen stap voor stap mee in een kwaliteitsvolle en haalbare implementatie van het leerplan, met respect voor verschillen in context, tempo en ontwikkelingsfase.
Nee. Wanneer een school zich kandidaat stelt met één instellingsnummer, wordt verwacht dat zij het engagement als inspiratieschool schoolbreed opneemt, dus voor zowel het kleuter- als het lager onderwijs. De oproep vertrekt expliciet vanuit een integrale schoolwerking, waarbij de ontwikkeling en implementatie van het kennisrijke curriculum coherent worden aangepakt over leerjaren en onderwijsniveaus heen.
Nee. De subsidiëring voor inspiratiescholen is niet afhankelijk van het aantal leerlingen. Elke geselecteerde inspiratieschool ontvangt een gelijke subsidie voor de inzet van maximaal 1 voltijdsequivalent (1VTE), eventueel te spreiden over meerdere personeelsleden. De toekenning van de subsidie is gekoppeld aan het engagement en de rol van de school binnen het traject, en niet aan schaalgrootte of leerlingenaantal.
Katholiek Onderwijs Vlaanderen verwacht van inspiratiescholen dat zij hun opgebouwde expertise actief delen en mee vormgeven aan lerende processen met andere scholen. Dit delen wordt expliciet opgevat als meer dan het doorgeven van goede praktijken: inspiratiescholen nemen een rol op in gezamenlijk leren, reflecteren en co-creëren met andere scholen rond de implementatie van Op.stap, leerroutes voor iedereen.
Het delen en co-creëren door inspiratiescholen wordt ingebed in het bredere professionaliserings- en implementatieaanbod rond Op.stap, leerroutes voor iedereen dat verder wordt uitgewerkt en bijgestuurd. Inspiratiescholen staan hierin niet alleen: de pedagogische begeleidingsdienst neemt de ondersteuning op en wordt hiervoor versterkt met extra begeleidingscapaciteit. Zo bewaken we dat de verwachtingen haalbaar blijven en dat inspiratiescholen een inspirerende, maar geen overbelastende rol opnemen binnen het geheel van het traject.
We zorgen voor de juiste expertise op de juiste plaats. Deze begeleiders worden doelgericht toegewezen aan inspiratiescholen en volgen het ontwikkeltraject in de eerste fase intensief, met een sterke focus op de klaspraktijk.
Parallel wordt binnen de pedagogische begeleidingsdienst gericht geïnvesteerd in interne professionalisering, zodat begeleiders beschikken over een gedeeld referentiekader en doorgedreven expertise in het leerplan Op.stap, leerroutes voor iedereen, effectieve didactiek en implementatieprocessen.
Voor Katholiek Onderwijs Vlaanderen zijn specifieke scholen (autonome kleuterschool, buitengewoon basisonderwijs ...) op zich geen probleem. Alle contexten kunnen indienen, ook voor de overheid. Belangrijk is wel het engagement om ervaringen breed te delen. Hoe de overheid hiermee zal omgaan bij de beoordeling kunnen we niet inschatten.
Formeel gebeurt de kandidaatstelling op schoolniveau, zoals vastgelegd door de overheid.
Tegelijk:
Tegelijk:
- wordt expliciet ruimte gelaten om dit te verankeren binnen een scholengemeenschap;
- kan expertise vanuit de inspiratieschool doorstromen naar andere SG-scholen;
- worden netwerken vaak SG-overschrijdend georganiseerd.
Het traject Inspiratiescholen is bewust opgezet als een hefboom voor het hele onderwijsveld, niet als een elitair traject voor enkele sterke scholen. Hoewel van kandidaat-inspiratiescholen wordt verwacht dat zij beschikken over een onderbouwde praktijk of een concreet groeiplan, is het expliciete doel dat hun expertise via lerende netwerken, begeleiding en professionalisering doorstroomt naar andere scholen.
Scholen die nog in een eerdere ontwikkelingsfase zitten, worden ondersteund via de brede implementatie- en professionaliseringsstrategie van Op.stap, leerroutes voor iedereen. Dit onder meer met netwerken, professionalisering en gerichte begeleiding. Op die manier verkleinen we doelgericht de kloof en nemen we alle scholen stap voor stap mee in de kwaliteitsvolle implementatie van het leerplan.
Inspiratiescholen en pioniersscholen Scholen voor Iedereen worden expliciet als nauw met elkaar verbonden trajecten beschouwd. Het werken aan een kennisrijk curriculum vormt de eerste pijler van Scholen voor Iedereen, en elke inspiratieschool schrijft zich volledig in binnen deze visie. De keuze om de pedagogische begeleiding basisonderwijs de komende drie jaar prioritair in te zetten op de implementatie van het leerplan Op.stap, leerroutes voor iedereen versterkt deze samenhang.
We hebben de regio’s ingedeeld in 17 subregio's en zullen hiermee rekening houden als één van de criteria, zodat we een vlotte samenwerking en spreiding kunnen faciliteren.
De subsidie is opgesplitst in twee periodes:
- fase 1: september 2026 – augustus 2027
- fase 2: september 2027 – augustus 2029
Indien de tussentijdse evaluatie niet positief is:
- kan de subsidie voor fase 2 stopgezet worden;
- beslist de Vlaamse Regering hierover;
- het engagement van de school wordt dan herbekeken.
Deze netwerken groeien gefaseerd: na een minimale looptijd worden bijkomende scholen opgenomen. De pedagogische begeleidingsdienst zorgt voor:
- schaalvergroting
- doorstroom van expertise,
- verspreiding naar alle ± 1600 scholen
Inspiratiescholen zijn dus trekkers en voorbeeldscholen, geen exclusieve begeleiders van alle scholen.
De overheid verwacht dat inspiratiescholen structureel en wederkerig samenwerken met lerarenopleidingen. Inspiratiescholen fungeren daarbij als krachtige praktijkomgevingen waar het kennisrijke curriculum en de minimumdoelen doordacht worden geïmplementeerd, en waar opleiding, praktijk en professionalisering elkaar versterken.
Voor Katholiek Onderwijs Vlaanderen zijn specifieke scholen (autonome kleuterschool, buitengewoon basisonderwijs ...) geen probleem. Alle contexten kunnen indienen, ook voor de overheid. Belangrijk is wel het engagement om ervaringen breed te delen. Hoe de overheid hiermee zal omgaan bij de beoordeling kunnen we niet inschatten.
OKI-waarden kunnen een relevante contextindicator zijn, maar vormen geen expliciet selectiecriterium binnen de oproep Inspiratiescholen. De selectie gebeurt in de eerste plaats op basis van de inhoudelijke kwaliteit van het dossier, met focus op kennisrijke curricula, effectieve didactiek, implementatiekracht en beleidsvoerend vermogen.
Wel wordt bij de uiteindelijke selectie rekening gehouden met een evenwichtige spreiding van inspiratiescholen over regio’s, onderwijsniveaus en onderwijsverstrekkers.
In de verdere uitwerking van de netwerkwerking kan de context van scholen (zoals OKI-profielen) wél bewust worden meegenomen om uitwisseling relevant en herkenbaar te maken voor deelnemende scholen. Zo combineren we kwaliteitsselectie aan de voorkant met contextgevoelige ondersteuning en inspiratie in de uitvoering van het traject.
We vertrekken vanuit een gemeenschappelijk inhoudelijk kader en gedeelde ambities, met name de implementatie van Op.stap, leerroutes voor iedereen, kennisrijke curricula, effectieve didactiek, sterk klasmanagement en leerondersteunende vaardigheden.
De concrete uitwerking gebeurt contextgevoelig:
o elke inspiratieschool geeft eigen regie aan haar implementatietraject;
o de pedagogische begeleidingsdienst ondersteunt inhoudelijk, procesmatig en leiderschapsmatig;
o verschillen in schoolcontext worden expliciet meegenomen.
o elke inspiratieschool geeft eigen regie aan haar implementatietraject;
o de pedagogische begeleidingsdienst ondersteunt inhoudelijk, procesmatig en leiderschapsmatig;
o verschillen in schoolcontext worden expliciet meegenomen.