Het onvoltooid toekomstig pedagogisch credo

In dit spel ga je samen op zoek naar betekenis. Met beelden en woorden leg je onverwachte verbanden, herken je jezelf en je onderwijscontext in het credo — of net niet — en ontdek je hoe verschillend kijken kan verrijken. 

3-6 spelers 30’-60’

De titel Het onvoltooid toekomstig pedagogisch credo weerspiegelt een werkvorm waarin het credo geen vast antwoord geeft, maar een open oefenruimte wordt voor gesprek, verbeelding en toekomstdenken.

INHOUD

sla link op in klembord

Kopieer

  • Zelf te printen (zie printbundel):
    • Een spelbord (scorespoor)
    • 130 kunstkaarten
    • Het credo, in 31 stukken geknipt
  • Zelf te verzamelen:
    • 6 pionnen (stukje krijt, geldmunt, een paperclip…)

VOORBEREIDING

sla link op in klembord

Kopieer

Als begeleider

sla link op in klembord

Kopieer

  • Kies als begeleider 84 kunstkaarten naar eigen smaak uit de pak van 130. Print deze uit (enkelzijdig, kleur, dik papier) en knip.
  • Print het credo (enkelzijdig, zwart-wit) en knip het in stukken
  • Print het spelbord op een zo’n groot mogelijk blad (kleur, dik papier)
  • Verzamel 2 × 6 pionnen, bijvoorbeeld:
    1. 2 stukjes krijt
    2. 2 muntjes
    3. 2 paperclips
    4. 2 gommetjes
    5. 2 usb-sticks
    6. 2 propjes papier

Met de groep

sla link op in klembord

Kopieer

  • Elke speler kiest een ‘pionnenpaar’ en zet één pion op ‘het vakje 0’ van het spelbord/scorespoor.
  • Schud de 84 kaarten en geef er gedekt 6 aan elke speler.
  • Maak een afneemstapel met de overige kaarten.

Opmerking : Laat je kaarten aan niemand zien.

De kunstkaarten zijn samengesteld uit coverillustraties van Leeftocht doorheen de jaren (Koen Lemmens, Guido Stoop en Anneke Bollebakker) en uit werken van Luc Blomme. De kunstenaars stelden hun werk met vertrouwen ter beschikking van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Daarom is het spel bedoeld om gespeeld te worden binnen scholen en begeleidingen die verbonden zijn met het netwerk van Katholiek Onderwijs Vlaanderen.

SPELVERLOOP

sla link op in klembord

Kopieer

De verteller

sla link op in klembord

Kopieer

Tijdens elke beurt is één speler de verteller. Die kiest een zin uit het credo. Vervolgens bekijkt de verteller de 6 kaarten in zijn/haar/hun hand en kiest daaruit één kaart die volgens hem/haar/hun het beste bij de zin past, zonder deze aan de andere spelers te tonen.

De jongste/oudste speler (kies als begeleider) is de verteller in de eerste beurt.

De verteller leest de gekozen zin hardop voor.

Een kaart kiezen voor de verteller

sla link op in klembord

Kopieer

De andere spelers kiezen elk uit hun hand de kaart die volgens hen het beste past bij de zin uit het credo. Vervolgens geven zij hun gekozen kaart aan de verteller, zonder deze aan de andere spelers te laten zien.

De verteller voegt zijn eigen kaart toe, schudt alle ontvangen kaarten en legt ze vervolgens open in willekeurige volgorde op tafel.
De meest linkse kaart is kaart nummer 1, de volgende nummer 2, enzovoort.

De kaart van de verteller vinden: de stemming

sla link op in klembord

Kopieer

Het doel van de andere spelers is te raden welke kaart van de verteller is.

  • De verteller stemt niet.
  • Elke andere speler stemt op de kaart waarvan hij/zij/hen denkt dat die van de verteller is.
  • Om te stemmen telt de begeleider af van 3 naar 1. Op “1” legt elke speler zijn tweede pion op de gekozen kaart.

Opmerking: je mag niet stemmen op je eigen kaart.

Het gesprek: duiding en verdieping

sla link op in klembord

Kopieer

Voordat er gescoord wordt, volgt het gesprek. Dit is een wezenlijk moment in het spel en vormt het pedagogische hart van deze werkvorm.

De verteller krijgt als eerste het woord. Hij/zij/hen licht toe:

  • waarom precies deze kaart gekozen werd bij de zin uit het credo;
  • welke betekenis, ervaring, spanning of hoop hij/zij/hen in de zin herkende;
  • en hoe deze kaart volgens hem/haar/hun resoneert met onderwijs, schoolpraktijk of persoonlijk engagement als onderwijsprofessional.

Daarna krijgen ook de andere spelers die gestemd hebben de kans om hun keuze toe te lichten:

  • waarom zij dachten dat net deze kaart die van de verteller was;
  • wat de zin uit het credo bij hen opriep;
  • en hoe zij de gekozen kaart verbinden met hun eigen kijk op onderwijs.

Wanneer de kaart van de verteller overduidelijk werd herkend, kan het gesprek zich richten op vragen als:

  • Wat maakte de link zo evident?
  • Welke gedeelde opvattingen over onderwijs of het credo worden hier zichtbaar?
  • Wanneer is het credo voor ons helder en vanzelfsprekend?

Wanneer de kaart van de verteller moeilijk of niet werd herkend, opent dat andere vragen:

  • Welke verschillende interpretaties leven er rond deze zin?
  • Wat zegt de veelheid aan gekozen kaarten over de rijkdom of spanning in het credo?
  • Waar botsen ideaal, praktijk en persoonlijke overtuigingen?
  • De begeleider waakt erover dat het gesprek een open, onderzoekende toon behoudt. Het doel is niet om tot één “juiste” interpretatie te komen, maar om samen stil te staan bij:
  • de betekenis van het pedagogisch credo voor scholen vandaag;
  • de keuzes die onderwijsprofessionals dagelijks maken;
  • en de waarden die richting geven aan samen onderwijs maken.

Belangrijk: er zijn geen foute kaarten of foute interpretaties. Elke gekozen kaart is een uitnodiging tot luisteren, verdiepen en verbinden.

Pas na dit gesprek wordt overgegaan tot scoren.

Scoren

sla link op in klembord

Kopieer

Afhankelijk van hoe competitief de groep ingesteld is, kun je ervoor kiezen om al dan niet met punten te werken. Het gesprek primeert. Schat je in dat de groep te competitief is, dan werk je zonder punten. Mag er wat lichtheid en speelsheid bij de begeleiding komen kijken, dan kies je om met punten te werken.

  • Als alle spelers de kaart van de verteller gevonden hebben, of als niemand de kaart gevonden heeft, krijgt de verteller geen punten, alle andere spelers krijgen dan 2 punten.
  • In elk ander geval krijgt de verteller 3 punten. De spelers die de kaart van de verteller gevonden hebben, krijgen ook 3 punten.
  • Elke speler, behalve de verteller, krijgt één punt per stem voor zijn kaart. De spelers zetten hun pion evenveel stappen vooruit op het scorespoor als ze punten gescoord hebben.

De spelers verplaatsen hun pion op het scorespoor met hetzelfde aantal vakjes als ze punten gescoord hebben.

Einde van de beurt

sla link op in klembord

Kopieer

Elke speler vult zijn hand aan tot hij weer zes kaarten heeft. De verteller voor de volgende beurt is de speler links van de huidige verteller (de beurt verschuift hierna telkens met de wijzers van de klok mee).

Einde van het spel

sla link op in klembord

Kopieer

Het spel eindigt als de laatste kaart /zin getrokken is. Als er zinnen overblijven, ga je als begeleider het gesprek aan: waarom werd deze zin niet gekozen? Was er geen passende afbeelding? Voel je geen affiniteit met deze zin?...

(De speler met de meeste punten, wint het spel.)

Dit spel is gebaseerd op Dixit. Hieronder vind je de originele spelregels.

Printbundel

sla link op in klembord

Kopieer

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?