In dit spel ga je samen op zoek naar betekenis. Met beelden en woorden leg je onverwachte verbanden, herken je jezelf en je onderwijscontext in het credo — of net niet — en ontdek je hoe verschillend kijken kan verrijken.
De titel Het onvoltooid toekomstig pedagogisch credo weerspiegelt een werkvorm waarin het credo geen vast antwoord geeft, maar een open oefenruimte wordt voor gesprek, verbeelding en toekomstdenken.
Opmerking : Laat je kaarten aan niemand zien.
De kunstkaarten zijn samengesteld uit coverillustraties van Leeftocht doorheen de jaren (Koen Lemmens, Guido Stoop en Anneke Bollebakker) en uit werken van Luc Blomme. De kunstenaars stelden hun werk met vertrouwen ter beschikking van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Daarom is het spel bedoeld om gespeeld te worden binnen scholen en begeleidingen die verbonden zijn met het netwerk van Katholiek Onderwijs Vlaanderen.
Tijdens elke beurt is één speler de verteller. Die kiest een zin uit het credo. Vervolgens bekijkt de verteller de 6 kaarten in zijn/haar/hun hand en kiest daaruit één kaart die volgens hem/haar/hun het beste bij de zin past, zonder deze aan de andere spelers te tonen.
De jongste/oudste speler (kies als begeleider) is de verteller in de eerste beurt.
De verteller leest de gekozen zin hardop voor.
De andere spelers kiezen elk uit hun hand de kaart die volgens hen het beste past bij de zin uit het credo. Vervolgens geven zij hun gekozen kaart aan de verteller, zonder deze aan de andere spelers te laten zien.
De verteller voegt zijn eigen kaart toe, schudt alle ontvangen kaarten en legt ze vervolgens open in willekeurige volgorde op tafel.
De meest linkse kaart is kaart nummer 1, de volgende nummer 2, enzovoort.
Het doel van de andere spelers is te raden welke kaart van de verteller is.
Opmerking: je mag niet stemmen op je eigen kaart.
Voordat er gescoord wordt, volgt het gesprek. Dit is een wezenlijk moment in het spel en vormt het pedagogische hart van deze werkvorm.
De verteller krijgt als eerste het woord. Hij/zij/hen licht toe:
Daarna krijgen ook de andere spelers die gestemd hebben de kans om hun keuze toe te lichten:
Wanneer de kaart van de verteller overduidelijk werd herkend, kan het gesprek zich richten op vragen als:
Wanneer de kaart van de verteller moeilijk of niet werd herkend, opent dat andere vragen:
Belangrijk: er zijn geen foute kaarten of foute interpretaties. Elke gekozen kaart is een uitnodiging tot luisteren, verdiepen en verbinden.
Pas na dit gesprek wordt overgegaan tot scoren.
Afhankelijk van hoe competitief de groep ingesteld is, kun je ervoor kiezen om al dan niet met punten te werken. Het gesprek primeert. Schat je in dat de groep te competitief is, dan werk je zonder punten. Mag er wat lichtheid en speelsheid bij de begeleiding komen kijken, dan kies je om met punten te werken.
De spelers verplaatsen hun pion op het scorespoor met hetzelfde aantal vakjes als ze punten gescoord hebben.
Het spel eindigt als de laatste kaart /zin getrokken is. Als er zinnen overblijven, ga je als begeleider het gesprek aan: waarom werd deze zin niet gekozen? Was er geen passende afbeelding? Voel je geen affiniteit met deze zin?...
(De speler met de meeste punten, wint het spel.)
Dit spel is gebaseerd op Dixit. Hieronder vind je de originele spelregels.

