Het buitengewoon basisonderwijs biedt leerlingen een individueel aangepast curriculum (IAC). Dat curriculum wordt afgestemd op de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften (SOOB) van de leerling en krijgt vorm via een cyclisch proces van handelingsplanmatig werken.
Met de invoering van de nieuwe minimumdoelen verandert ook het decretale referentiekader voor het buitengewoon basisonderwijs. Voor leerlingen met een IAC vertrekt de klassenraad voor de selectie van doelen gelinkt aan de minimumdoelen. De geselecteerde doelen worden nagestreefd met het oog op maximale ontplooiing en leerwinst, participatie aan het klas- en schoolgebeuren en een zo volwaardig mogelijke maatschappelijke participatie.
Katholieke scholen werken daarvoor met het leerplan Op.stap, leerroutes voor iedereen. De minimumdoelen zijn daarin letterlijk opgenomen en verder doorvertaald en uitgewerkt in samenhangende leerplandoelen en leerroutes.
Tijdens de invoeringsperiode bestaan het vroegere en het nieuwe systeem tijdelijk naast elkaar. Welke doelen van toepassing zijn, hangt onder meer samen met de discipline, het schooljaar en de fase van implementatie.
De Vlaamse overheid legt sinds 2025 nieuwe minimumdoelen vast voor het gewoon en buitengewoon basisonderwijs. Voor leerlingen met een IAC hebben deze minimumdoelen een ander statuut dan voor leerlingen die een gemeenschappelijk curriculum volgen. De school hoeft niet alle minimumdoelen bij iedere leerling te bereiken.
Ze vertrekt van de minimumdoelen om via handelingsplanmatig werken doelen te selecteren die aansluiten bij de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling.
De doelen die in het IAC worden opgenomen, zijn voor de leerling na te streven doelen.
Bij de selectie en concretisering van doelen houdt het schoolteam rekening met:
Het IAC bepaalt niet alleen welke doelen worden nagestreefd, maar ook hoe de school daaraan werkt en hoe sociale, psychologische, orthopedagogische, medische of paramedische ondersteuning in het onderwijsaanbod wordt geïntegreerd.
Op.stap, leerroutes voor iedereen is het nieuwe leerplan basisonderwijs van Katholiek Onderwijs Vlaanderen voor het gewoon én het buitengewoon basisonderwijs.
Het leerplan neemt de decretale minimumdoelen op en vertaalt die naar concrete, samenhangende leerplandoelen. Voor leerlingen met een IAC vormen de G-routedoelen het eerste referentiepunt. Het schoolteam onderzoekt welke doelen betekenisvol en haalbaar zijn in functie van het leren en participeren van de leerling.
Wanneer leerlingen specifieke onderwijs- of ondersteuningsbehoeften hebben, biedt Op.stap bijkomende doelensets. Zo kan het schoolteam doelgericht verder bouwen op wat een leerling nodig heeft om zich te ontwikkelen en zo maximaal mogelijk aansluiting te vinden bij het gemeenschappelijk curriculum.
De doelenselectie gebeurt steeds binnen het proces van handelingsplanmatig werken. Het schoolteam vertrekt dus niet van losse minimumdoelen, maar gebruikt de samenhang en opbouw van het leerplan als referentiekader voor planning, onderwijs, evaluatie en bijsturing.
Gefaseerde invoering voor de volledige basisschool ook voor buitengewoon
De nieuwe minimumdoelen en het leerplan worden gefaseerd ingevoerd.
Meer informatie lees je op de website van de Vlaamse overheid. Je vindt er een implementatietabel die ook voor buitengewoon onderwijs de timing aangeeft.
Door de gefaseerde invoering werken scholen gedurende enkele schooljaren nog met twee decretale doelenkaders naast elkaar.
Voor de leerlingen en disciplines waarvoor de nieuwe minimumdoelen al van toepassing zijn, werkt de school vanuit Op.stap, leerroutes voor iedereen. Waar de nieuwe minimumdoelen nog niet van toepassing zijn, blijven gedurende de overgangsperiode de bestaande ontwikkelingsdoelen en het vorige leerplan het geldende referentiekader.
Scholen hoeven tijdens deze overgang dus niet in één beweging hun volledige werking om te zetten. De implementatie verloopt stapsgewijs, volgens het implementatiekader van de overheid en van Katholiek Onderwijs Vlaanderen.