Zeker in de eerste graad zijn de verschillen tussen leerlingen bij Latijn groot. Er is vaak zowel een groot tempoverschil als een groot verschil in sterkte. Enkele jaren geleden werd door leraren in ons netwerk van de eerste graad een mooie lessenreeks gemaakt bij Caput 5 van Pegasus novus 1.
Het doel is ervoor te zorgen dat alle leerlingen gedurende een zo groot mogelijk deel van de lestijd aan het leren zijn. Leraren melden vaak dat ze niet goed weten wat ze moeten doen met de snelste leerlingen als die al klaar zijn: zij willen vaak niet gewoon nog meer oefeningen maken. En gelijk hebben ze: waarom zouden ze dat willen doen als de de leerstof al beheersen?
We gingen dus op zoek naar een lesinvulling die van in het begin rekening houdt met de tempo- en intelligentieverschillen tussen leerlingen. Voor het grootste deel van de klasgroep werd niets veranderd, maar voor ongeveer 1/4 à 1/5 van de klas werd gezocht naar een andere aanpak. Compacten en verrijken vormden sleutelbegrippen.
We beslisten de sterkste leerlingen grotendeels zelfstandig te laten werken onder begeleiding van stappenplannen. Dat zouden we zowel voor taalsysteem (de ablatief) als voor de lectuur van de tekst (De Perseo et Medusae capite) te doen. We maakten voor hen het reguliere traject compacter door zo de instructietijd te verkorten. We maakten een lijst van de doelen die in de lessenreeks behandeld worden en legden die naast het bestaande lesmateriaal. We beslisten dat bepaalde oefeningen voor de sterkste leerlingen konden wegvallen omdat ze die in de tekst zelf konden inoefenen. Ook dat was een middel om te compacten én tegelijk de moeilijkheidsgraad te verhogen doordat ze zelf op zoek moesten naar de nieuwe leerstof in de tekst.
De sterkste leerlingen krijgen een stappenplan om de leerstof zelfstandig te verwerken. Zij verbeteren hun oefeningen ook zelfstandig aan de hand van de verbetersleutel. Hun begrip wordt getoetst door middel van exitticket 1, exitticket 2 en exitticket 3 in Bookwidgets.
De sterkste leerlingen krijgen een stappenplan met de opdracht voor de zelfstandige lectuur. Er kan de keuze zijn of leerlingen dit individueel of in groep doen. Bij de zelfstandige lectuur is er een dubbele focus: enerzijds de inhoud, anderzijds het inoefenen van de ablatief met en zonder voorzetsel en de persoonlijke voornaamwoorden.
De sterkste leerlingen gaan nu samenzitten. Zij gaan nu een les voorbereiden waarbij elk van hen een ander groepje leerlingen zal begeleiden bij de lectuur van de tekst die zij nu al zelfstandig verwerkt hebben. Ze krijgen daarvoor een powerpoint. In de notities daarvan staat wat de leerling die het groepje begeleidt, moet doen, bijvoorbeeld 'stel twee inhoudsvragen', 'stel een vraag over de nieuwe leerstof' ... Tijdens deze voorbereidende fase zullen de leerlingen in de notities die zelfbedachte vragen noteren en daarbij ook het antwoord geven. Deze beantwoordt aan de noden voor verrijkingsopdrachten omdat het een vrij open opdracht is waarbij ze zelf creëren.
De leraar verbetert hun notities voor de eigenlijke lesjes gegeven worden.
Met deze manier van werken heeft elke leerling op zijn niveau en op zijn tempo kunnen werken. Was het veel werk om dit te maken? De brainstorm gebeurde tijdens een netwerkbijeenkomst. Ook de taken werden daar verdeeld. Ieder van de deelnemers deed iets: een stappenplan maken, de exittickets, de ppt ... Zo werd het zeer haalbaar: een week na de netwerkbijeenkomst werd de lessenreeks al gegeven!
De brainstorm is nu achter de rug. Voel je het ook al kriebelen? Werk misschien met een aantal parallelcollega's of bevriende collega's van andere scholen iets gelijkaardigs uit voor andere lessenreeksen.
Of neem volgend jaar ook eens deel aan onze netwerken.
Ga ook eens kijken op onze PRO-site naar de kijkwijzer voor differentiatie.