Bouwsteen ruimte

In deze leerroute krijg je informatie over bouwsteen ruimte bij beeldende werken samen met enkele voorbeelden.

Waarover gaat het?

sla link op in klembord

Kopieer

  • Wat is ruimte?
  • Ruimtesuggestie
  • Van waaruit kijk je?
    • standpunt
    • horizonlijn
    • perspectief
  • Ruimtelijk werken (3D)
  • Ruimte en kunst
  • Ruimte in de klas

Wat is ruimte?

sla link op in klembord

Kopieer

Ruimte gaat over de plaats, grootte, afstand en verhouding van vormen en voorwerpen in een beeld of in de werkelijke ruimte.

Voor leerlingen betekent ruimte onder andere:

sla link op in klembord

Kopieer

  • waar iets staat: boven, onder, voor, achter, naast …;
  • hoe dichtbij of veraf iets lijkt;
  • vanuit welk standpunt je iets bekijkt;
  • hoe je ruimte op een plat vlak kunt suggereren;
  • hoe je ruimtelijk kunt werken.

In de kunst betekent ruimte onder andere:

sla link op in klembord

Kopieer

Een kunstenaar kan ruimte letterlijk innemen met een ruimtelijk werk, maar kan ook op een plat vlak de indruk van diepte en afstand wekken. Dat noemen we ruimtesuggestie.

Kunstenaars maken daarbij bewuste keuzes: Waar staat iets? Wat staat vooraan of achteraan? Van waaruit kijken we? Hoe groot lijkt iets? Hoeveel ruimte laat ik tussen vormen?

Link met media: audiovisuele bouwsteen kader

sla link op in klembord

Kopieer

Wat een kunstenaar doet op een plat vlak (tekening of schilderij), doet een filmmaker of fotograaf binnen de media. Op een plat scherm wordt de 'ruimte' gestuurd door de bouwsteen 'Kader':

  • Waar een schilder vormen bewust afsnijdt aan de rand van het doek om ze dichtbij te laten lijken, bepaalt een cameraman via zijn kader (het beeldrandje) wat er wel of niet in beeld komt.
  • Waar een schilder de achtergrond vager en lichter maakt voor dieptewerking, gebruikt een camera scherptediepte om de voorgrond haarscherp te stellen en de achtergrond te vervagen.
Meer info: leerroute media bouwsteen kader

Ruimtesuggestie

sla link op in klembord

Kopieer

Hoe laat je een plat vlak ruimtelijk lijken?

sla link op in klembord

Kopieer

Een tekening of schilderij heeft letterlijk geen diepte. Toch kan een kunstenaar ervoor zorgen dat je diepte, afstand of volume ervaart. Dat is ruimtesuggestie.

Dat kan bijvoorbeeld door:

  • grootteverschil: wat ver weg is geef je kleiner, wat dichtbij is geef je groter weer.
  • overlapping: het ene object staat voor het anderoe.
  • afsnijding: een deel van de vorm wordt afgesneden en loopt als het ware buiten het kader door.
  • detailwerking: op de voorgrond zijn vormen, kleuren en details vaak duidelijker. Verder weg worden ze minder scherp, lichter of vager. (link met andere bouwstenen!)
  • licht en schaduw: door lichte en donkere delen te combineren, kan een vlakke vorm volume krijgen. Bv. een bol oogt rond.
  • stapeling: vormen of voorwerpen worden boven elkaar geplaatst. Wat lager staat, wordt vaak als dichterbij ervaren; wat hoger staat als verder weg. Dit zie je bijvoorbeeld vaak in kindertekeningen.
  • perspectief: een manier om ruimte en diepte op een plat vlak weer te geven waarbij standpunt, horizonlijn en verdwijnpunt(en) een belangrijke rol spelen. Een bekend systeem is het lijnsperspectief, waarbij lijnen naar een of meer punten op de horizon lijken te lopen.

Kunstenaars combineren deze technieken vaak om diepte te creëren op een plat vlak.

Zoals Utagawa Hiroshige – Sudden Shower over Shin-Ōhashi Bridge and Atake, 1857

  • afsnijding: de brug en figuren worden door het beeldkader afgesneden;
  • overlapping: de elementen liggen ruimtelijk over elkaar;
  • grootteverschil: de voorgrond en achtergrond krijgen een andere grootte;
  • standpunt: je kijkt vanuit een duidelijk gekozen positie op de brug en het landschap.

Grootteverschil en afsnijding:

Overlapping en grootteperspectief (verkleining):

Stapeling:

Licht en schaduw

Platte tekening van Donald Duck.

Bij onderstaande Donald krijg je driedimensionaal effect doordat de kunstenaar schaduwen aanbracht.

Van waaruit kijk je?

sla link op in klembord

Kopieer

Standpunt

sla link op in klembord

Kopieer

Standpunt is de plaats van waaruit je naar een onderwerp kijkt.

  • Bij een tekening of schilderij bepaalt de kunstenaar vanuit welk standpunt de werkelijkheid wordt weergegeven.
  • Bij een driedimensionaal werk kan de toeschouwer het werk vanuit verschillende standpunten bekijken. (voorkant, achterkant, zijkant, onderkant, bovenkant,…)
  • Bij fotografie en film bepaalt de positie van de camera vanuit welk standpunt de kijker het beeld ziet. (bouwsteen kader media)

Een kunstenaar kan iets weergeven op ooghoogte, vanuit een laag of hoog standpunt, van voren, van opzij, van boven of van onderen.

Het standpunt van waaruit je kijkt verandert wat je ziet. Vanuit een hoog standpunt (vogelperspectief) zie je bijvoorbeeld meer van de bovenkant van voorwerpen, vanuit een laag standpunt (kikkerperspectief) kijk je eerder tegen voorwerpen op.

Het standpunt beïnvloedt niet alleen wat je ziet, maar ook hoe je een beeld ervaart. Het kan dus bijdragen aan de sfeer en gevoelswaarde van een beeld.

Bijvoorbeeld:

  • laag standpunt: een persoon of voorwerp kan groter, sterker, indrukwekkender of dreigender lijken;
  • hoog standpunt: een persoon of voorwerp kan kleiner, kwetsbaarder of ondergeschikt lijken; je krijgt ook sneller een gevoel van overzicht;
  • ooghoogte: kan een meer neutrale, directe of gelijkwaardige indruk geven;
  • heel dichtbij of vanuit een ongewoon standpunt: kan spanning, verwondering of vervreemding oproepen.

Horizonlijn

sla link op in klembord

Kopieer

De horizonlijn is de denkbeeldige lijn waar lucht, aarde of zee elkaar lijken te raken. In een beeld bepaalt de plaats van de horizonlijn mee hoe je de ruimte ervaart en weergeeft.

  • Standpunt en horizonlijn: kunstenaars kiezen een bepaald standpunt om een beeld weer te geven. Afhankelijk van dat standpunt ligt de horizonlijn hoger of lager in het beeld.
  • Vorm van de horizonlijn: een horizon hoeft niet recht te zijn. Bergen, heuvels, gebouwen of bomen kunnen de horizon een gebogen, golvende of gebroken vorm geven.
  • Hoogte van de horizonlijn: de plaats van de horizonlijn beïnvloedt wat de kijker van de ruimte ziet. Bij een hoge horizonlijn is er relatief veel van de voorgrond zichtbaar. Bij een lage horizonlijn krijgt de achtergrond, bijvoorbeeld de lucht of het landschap, meer ruimte.

De plaats van de horizon hangt samen met het standpunt van de kijker.

Onderstaand voorbeeld heeft een lage horizonlijn, zet in op grootteverschil en lijnperspectief om het gevoel van diepte weer te geven.

Ruimtelijk werken

sla link op in klembord

Kopieer

Een ruimtelijk werk heeft een hoogte, breedte en diepte en kun je vanuit verschillende kanten bekijken.

Ruimte innemend

sla link op in klembord

Kopieer

Het werk vormt een massief of gesloten volume. Denk aan een beeld uit klei, een steen, een massieve sculptuur, een gestapelde constructie.

Ruimte doorstekend

sla link op in klembord

Kopieer

Het werk bestaat uit vormen die door de ruimte steken. Het kan uit gesloten én open elementen bestaan. Denk aan takkenconstructies, uitsteeksels, draadconstructies, open sculpturen.

Ruimte omvattend

sla link op in klembord

Kopieer

Het werk omsluit een ruimte. Er ontstaat een binnen- én buitenruimte. een constructie waar je doorheen kunt kijken of zelfs doorheen kunt lopen. Denk aan een hut, een tent, een tunnel, een kooi, een koepel,…

Ruimte in de kunst

sla link op in klembord

Kopieer

Kunstenaars gebruiken ruimte op verschillende manieren. Ze kunnen diepte suggereren, spelen met het standpunt van de kijker of letterlijk ruimte innemen, doorsteken of omvatten.

Bij het kijken naar kunst kun je leerlingen vragen:

sla link op in klembord

Kopieer

  • Waar staat wat?
  • Wat lijkt dichtbij of veraf? Waardoor komt dat?
  • Vanuit welk standpunt kijken we?
  • Waar ligt de horizon?
  • Welke vormen overlappen elkaar?
  • Wat loopt buiten het kader door?
  • Hoe heeft de kunstenaar diepte gesuggereerd?
  • Wat verandert er als je vanuit een ander standpunt kijkt?

Ter inspiratie:

sla link op in klembord

Kopieer

  • Jean-François Millet – De arenleessters
  • Alexander Calder - Mobile
  • Ron Mueck - zijn beelden in de ruimte doen iets met je perceptie omdat ze hyperreamistisch maar dan zeer groot of zeer klein worden weergegeven
  • Pieter Bruegel de Oude – Boerenbruiloft
  • Caspar David Friedrich – De wandelaar boven de nevelzee
  • Alfredo Ramos Martínez – Florista Mexicana
  • David Hockney – Pearblossom Hwy
  • Vincent van Gogh – De slaapkamer
  • Maurits Cornelis Escher (M.C. Escher) – Relativity
  • Caspar David Friedrich – De wandelaar boven de nevelzee
  • Myron van Eleutherae – Discobolus
  • Auguste Rodin – De denker
  • Griekse architectuur – Parthenon
  • Henry Moore – Reclining Figure
  • Barbara Hepworth – Pelagos

Ruimte in de klas

sla link op in klembord

Kopieer

Bouwsteen ruimte leer je niet alleen door erover te praten of naar te kijken. Kinderen begrijpen bouwsteen ruimte pas echt wanneer ze die kunnen onderzoeken en zelf ruimtelijk kunnen vorm geven. Daarom zijn kennis, techniek en vaardigheid onlosmakelijk met elkaar verbonden. 
Wanneer leerlingen bouwen, stapelen, ruimtelijke werkstukken maken, tekenen, schilderen of experimenteren met standpunten en diepte, ontdekken ze hoe ruimte kan worden opgebouwd, ervaren en weergegeven. Door actief met bouwsteen ruimte aan de slag te gaan leren ze begrippen als voorgrond, achtergrond, overlapping, afsnijding, standpunt en perspectief begrijpen en toepassen. Zo ontdekken ze hoe kunstenaars ruimte creëren in een echt ruimtelijk werk én hoe ze op een plat vlak de indruk van ruimte en diepte kunnen wekken.

Jonge kinderen (0-7j.)

sla link op in klembord

Kopieer

Bij jonge kinderen wordt bouwsteen ruimte binnen muzische vorming nog niet als afzonderlijke kennisinhoud aangeboden. Dat betekent niet dat jonge kinderen niet ruimtelijk mogen werken. Integendeel: door te bouwen, stapelen, verbinden, boetseren en met plastische materialen te experimenteren, ervaren en onderzoeken ze ruimte en geven ze er zelf vorm aan.  Ze maken ruimtelijke constructies, ervaren groot en klein, hoog en laag, binnen en buiten en ontdekken wat er gebeurt wanneer ze materialen anders plaatsen, verbinden of combineren. 
 
- F3: De leerling verkent met ondersteuning verschillende technieken/vaardigheden om zich beeldend uit te drukken. 
- JK/K2/K3: De leerlingen verkennen volgende techniek/vaardigheid: ruimtelijk construeren. 
 
Ook binnen Wetenschap en techniek komen constructies al bij jonge kinderen aan bod. Daar ligt het accent op het onderzoeken van constructies en ontdekken hoe materialen en onderdelen samen een constructie kunnen vormen. Een bouwsel kan dus in beide disciplines aan bod komen, maar vanuit een andere invalshoek: in muvo staat het muzisch vormgeven en creëren centraal; in wetenschap en techniek het onderzoeken en begrijpen van technische constructies: Technologie-technische stystemen hanteren - constructies.

- F3: De leerling kan voorwerpen combineren door ze te stapelen, te koppelen of in elkaar te plaatsen om een constructie te vormen. 
- JK: De leerlingen kunnen materialen stapelen tot een eenvoudige constructie.

Oudere leerlingen (7-12j.)

sla link op in klembord

Kopieer

Bij oudere leerlingen verwachten we dat ze:
- Ruimte suggereren op een plat vlak door te tekenen/schilderen/drukken.
- Ruimtelijk werken (3D): ruimte innemend, doostekend en omvattend vormgeven door bijvoorbeeld:

  • materialen verbinden door te lijmen, nieten, binden, knopen, vlechten, vouwen, draaien of in elkaar te schuiven
  • constructies maken met kosteloos materiaal of constructiematerialen 
  • werken met touw, elastiek, ijzerdraad, spanbandjes …
  • verschillende hechttechnieken combineren
  • ruimtelijke vormen stapelen, verbinden en samenvoegen
  • eenvoudige assemblages of installaties
Coherentie met Wetenschap en techniek:
Ruimtelijk construeren binnen muzische vorming werd ook gekoppeld aan de inhouden van Wetenschap en techniek. In muvo staat het vormgeven en creëren centraal: leerlingen onderzoeken wat materialen en technieken beeldend mogelijk maken. In W&T onderzoeken en hanteren ze constructies vanuit een technisch perspectief. Dezelfde activiteit kan dus verschillende doelen dienen. (verplicht samen in de leerplantool)

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?