In deze leerroute geven we je meer uitleg over bouwsteen licht binnen het muzisch domein beeld, aan de hand van enkele voorbeelden.
Binnen het domein beeld wordt verwacht dat leerlingen bouwsteen lijn kennen (L6). Dit betekent dat leerlingen de bouwsteen 'lijn' gericht gebruiken in hun beeldend werk. Dit doen ze via verschillende soorten lijnen, lijnstructuren, ritme en herhaling. Daarnaast kennen ze de gevoelswaarde van lijnen en gebruiken ze arceringen en lijnvariaties voor vorm, structuur en expressie. Tot slot begrijpen ze hoe kunstenaars lijnen toepassen in hun werk.
Deze bouwsteen heeft een sterke link met bouwsteen vorm en met de discipline wiskunde. De digitale leerplantool geeft de meest relevante coherenties weer.
Er zijn verschillende manieren om lijnen te tekenen, onderstaande lijnen zijn de meestvoorkomende soorten:
Naast hun basisvorm kunnen lijnen verschillen in richting, lengte, dikte, verloop en uitvoering. Zo kan een lijn horizontaal, verticaal of schuin lopen, dik, dun, lang of kort zijn, doorlopen of onderbroken worden.
Lijnen kunnen op allerlei manieren weergegeven worden: grillig, diagonaal, evenwijdig, hoekig, golvend, rafelig, vloeiend, uitbundig, aarzelend, bang, dolgedraaid, lief, boos, feeëriek,...
Opdrachten zoals 'teken een dromerige verliefde lijn', prikkelen de fantasie en nodigen leerlingen uit om zelf te onderzoeken hoe ze zo'n lijn kunnen vorm geven. Tegelijk verruimen ze hun woordenschat om het karakter van lijnen te beschrijven.
Ook het materiaal (vormgevingsmiddelen) en de manier waarop je het hanteert beïnvloeden het uitzicht en karakter van een lijn. Door hiermee te experimenteren in tekenen en schilderen, ontdekken leerlingen hoeveel expressiemogelijkheden een lijn heeft. De vorm van de lijn, het gebruikte materiaal en de manier waarop de lijn wordt uitgevoerd, bepalen mee haar karakter en gevoelswaarde.
Kunstenaars gebruiken lijnen op heel verschillende manieren. Joan Miró laat lijnen vrij en speels door elkaar bewegen en roept zo een fantasierijke wereld op. Wassily Kandinsky experimenteert met richting, beweging en spanning. Bala onderzoekt hoe lijnen kunnen bewegen, kronkelen, dansen en energie uitdrukken. Zo ontdekken leerlingen dat een lijn veel meer kan zijn: met een lijn kun je fantaseren, bewegen, vertellen en gevoelens of ideeën uitdrukken.
Door punten, lijnen of combinaties ervan te herhalen, ontstaan patronen. Een patroon is niet zomaar een verzameling herhaalde elementen: er zit een bepaalde regelmaat of structuur in. Door te variëren in richting, afstand, lengte, dikte, grootte of vorm kunnen leerlingen verschillende patronen creëren en ontdekken hoe herhaling ritme, beweging, ordening of spanning kan oproepen.
Jonge kinderen kunnen al eenvoudige patronen maken en voortzetten met bijvoorbeeld punten en lijnen, door ze af te wisselen of te herhalen. Naarmate ze meer ervaring opdoen, kunnen ze zelf patronen bedenken, variëren en patronen bewust doorbreken.
En in de kunst?
Patronen komen bijna overal voor: in textiel, keramiek, architectuur, grafiek, decoratie, hedendaagse kunst, mode,... Kunstenaars gebruiken patronen om een beeld op te bouwen. Zo ontstaan in het werk van Yayoi Kusama patronen door de herhaling van stippen, gebruikt Bridget Riley herhaling om beweging en optische effecten te creëren en zien we in Mata Ortiz-keramiek herhaalde lijnen en vormen die een ruimtelijk object versieren en benadrukken.
Een lijnstructuur ontstaat wanneer verschillende lijnen samen een geheel vormen. De lijnen kunnen elkaar kruisen, vertakken, bundelen, overlappen of in verschillende richtingen verlopen.
Denk bijvoorbeeld aan:
Een lijnstructuur hoeft, in tegenstelling tot een patroon, niet volgens een vaste regel worden herhaald. Bij een lijnstructuur gaat het vooral om de manier waarop lijnen samen een geheel vormen.
En in de kunst?
Kunstenaars gebruiken lijnstructuren onder andere om textuur, licht en schaduw, vorm, ruimte, beweging of ritme te suggereren en om een oppervlak te ordenen of te vullen. (coherentie tussen de bouwstenen!)
Door lijnstructuren in de natuur en in de kunst te onderzoeken en zelf te creëren, ontdekken leerlingen hoe verschillende lijnen samen een beeld kunnen opbouwen. Victor Vasarely onderzoekt hoe lijnen door herhaling, richting en vervorming samen een structuur kunnen vormen. Hierdoor ontstaan optische effecten.
Arcering is een structuur van lijntjes, dicht tegen elkaar om een vlak te vullen. Er zijn verschillende soorten arcering zoals; parallelarcrering, kruisarcering, recht, gebochen,... Door te variëren in richting, afstand, dikte en dichtheid van de lijnen kun je verschillen in licht en donker creëren. Ze bepalen het karakter van de tekening en je kunt ze maken met allerlei vormgevingsmiddelen.
Door de richting van lijnen aan te passen aan de vorm, kun je bijvoorbeeld de ronding van een bol suggereren.
Je kunt arcering gebruiken om:
Arceren is dus meer dan een vlak vullen met lijntjes...
In de kunst?
Deze kunstenaars zetten in op arcering:
Kunstenaars gebruiken lijnen op ontelbaar veel manieren. Enkele kunstenaars en hun werken ter inspiratie:
Bouwsteen lijn leer je niet alleen door erover te praten of door soorten lijnen te herkennen en te kunnen benoemen. Kinderen begrijpen bouwsteen lijn pas echt wanneer ze die (tactiel) kunnen ervaren, onderzoeken en zelf vormgeven.
Daarom zijn kennis, techniek en vaardigheid onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wanneer leerlingen lijnen zoeken, voelen, tekenen, schilderen, graveren, boetseren, plooien, kerven, (in)drukken of experimenteren met materialen, ontdekken ze hoe lijnen ontstaan en hoe ze zichtbaar of voelbaar gemaakt kunnen worden.
Ze onderzoeken lijnen in hun omgeving en ervaren hoe lijn zich toont in kunst en de werkelijkheid, zowel visueel als tactiel. Zo ontdekken ze ook hoe kunstenaars lijn bewust inzetten in hun werk.
Lijn komt ook aan bod in wiskunde. Daar leren leerlingen lijnen herkennen, benoemen en onderzoeken vanuit hun wiskundige eigenschappen, zoals recht, gebogen, evenwijdig of loodrecht. In muzische vorming krijgt lijn een andere betekenis: leerlingen onderzoeken wat lijnen kunnen uitdrukken in een beeld en hoe kunstenaars bouwsteen lijn gebruiken als communicatiemiddel.
De coherentie zit in het herkennen en benoemen van lijnen, maar de focus verschilt. Wiskunde helpt leerlingen lijn als wiskundig begrip te begrijpen; muzische vorming laat hen lijn als beeldende bouwsteen ervaren, onderzoeken en doelgericht gebruiken.
Voor leerlingen met een jonge ontwikkelingsleeftijd (18m-2,5j.) is het belangrijk om verschillende soorten lijnen zintuiglijk te verkennen. De doelen die hieraan voorafgaan bij lichamelijke opvoeding en motoriek: zintuiglijke competenties-waarneming-tasten.
vb. F2: De leerling kan tactiele informatie gebruiken bij exploratie.
Wat leren leerlingen (2,5-7) rond bouwsteen lijn?
Gaandeweg leren leerlingen bouwsteen lijn bewust inzetten en leren ze:





