Bouwsteen licht

In deze leerroute geven we je meer uitleg over bouwsteen licht binnen het muzisch domein beeld, aan de hand van enkele voorbeelden.

Waarover gaat het?

sla link op in klembord

Kopieer

  • Wat is licht?
  • Coherenties
  • Soorten licht
    • Lichtbron
    • Lichtrichting
    • Kwaliteit en lichtsterkte
  • Licht en schaduw
  • Licht-donkercontrast
  • Licht en sfeer
  • Licht in kunst, inspirerende kunstenaars
  • Licht in de klas

Wat is licht?

sla link op in klembord

Kopieer

Zonder licht kunnen we niets zien, is alles zwart. Licht maakt kleuren, vormen, details en contrasten zichtbaar. In het licht van de zon zitten alle kleuren van het zichtbare spectrum.

In de beeldende kunst is niet alleen wat er wordt afgebeeld belangrijk, maar ook hoe het licht valt. Kunstenaars en fotografen maken bewuste keuzes in de manier waarop ze licht gebruiken. Licht kan vormen benadrukken, ruimte suggereren, aandacht sturen en een bepaalde sfeer oproepen.

Coherenties

sla link op in klembord

Kopieer

Het concept licht komt zowel binnen wetenschap en techniek als binnen muzische vorming aan bod. Ook binnen muzische vorming krijgt licht op verschillende plaatsen een betekenis: als bouwsteen binnen het domein beeld en binnen het domein media, maar ook binnen drama, bijvoorbeeld bij belichting en schaduwspel. Zo biedt het werken rond licht kansen om inzichten en ervaringen uit verschillende leergebieden en muzische domeinen met elkaar te verbinden.

Wat is het verschil?

  • Beeld: hoe licht en donker, lichtbronnen, lichtrichting, schaduw, kwaliteit en kleur van licht een beeld vormgeven.
  • Media: hoe licht wordt ingezet bij het maken van foto's, film, video en andere mediaproducten.
  • Wetenschap en techniek: licht als natuurverschijnsel onderzoeken: hoe licht ontstaat, zich voortplant, weerkaatst, gebroken wordt enz.
  •  Drama: hoe belichting de speelruimte, sfeer en betekenis van een scène beïnvloedt, en hoe licht en schaduw worden ingezet in theatervormen zoals schaduwspel. 

Bv. schaduw komt bij alle vier voor:

  • in beeld: hoe gebruik ik schaduw om een beeld vorm te geven?
  • in media: hoe gebruik ik licht en schaduw bij het maken van een foto of film?
  • in wetenschap en techniek: hoe ontstaat een schaduw en welke eigenschappen heeft licht?
  • in drama: als theatervorm: schaduwspel

Door deze invalshoeken met elkaar te verbinden, krijgt het concept licht meer betekenis en inhoud. Leerlingen bouwen zo een rijker begrip op van licht: ze ervaren, onderzoeken en gebruiken het in verschillende contexten.

Soorten licht

sla link op in klembord

Kopieer

We kunnen licht op verschillende manieren bekijken in een beeld. Zo onderscheiden we verschillende soorten licht naargelang de lichtbron, de lichtrichting, de kwaliteit en sterkte en de kleur van het licht. Samen kunnen ze de sfeer, de diepte en de emotie van een werk bepalen.

Lichtbron

sla link op in klembord

Kopieer

Een object dat licht uitzendt noemen we een lichtbron.

We onderscheiden natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen. (link wetenschap en techniek)

  • De natuurlijke lichtbronnen komen uit de natuur zoals de zon, bliksem, planeten en sterren.
  • De kunstmatige lichtbronnen zijn door de mens gemaakt. Denk aan lampen, kaarsen, een scherm, een mobiele telefoon, een aansteker, vuur enz.

In een beeldend werk kan de lichtbron al dan niet zichtbaar zijn.

Lichtrichting

sla link op in klembord

Kopieer

Aan de lichte en donkere delen van een beeld kun je vaak afleiden waar het licht vandaan komt. De richting waarin het licht valt noemen we de lichtrichting.

Direct en indirect licht:

sla link op in klembord

Kopieer

Direct licht is licht dat rechtstreeks van de lamp op een voorwerp of oppervlak schijnt. Dit zorgt voor duidelijke, harde schaduwen en een sterke verlichting.

Indirect licht is licht dat via een omweg de ruimte verlicht, omdat het eerst weerkaatst tegen een muur of plafond. Dit zorgt voor een egale, zachte verspreiding van het licht zonder harde schaduwen.

Zijlicht:

sla link op in klembord

Kopieer

Het licht komt van de zijkant, hierdoor ontstaat er aan de andere kant van een voorwerp een duidelijke schaduw. Zijlicht kan vormen en reliëf sterk benadrukken en vormt eigen schaduwen.

Tegenlicht:

sla link op in klembord

Kopieer

De lichtbron zit achter het object en schijnt in de richting van de kijker. De voorkant van het onderwerp blijft daardoor vaak donker. Hierdoor kan een silhouet ontstaan. Bij een silhouet zie je alleen de schaduwkant van een voorwerp. Een silhouet is een donkere, meestal egale vorm waarvan vooral de buitenomtrek zichtbaar is. De details verdwijnen grotendeels. Door een silhouet krijgt de vorm en omtrek van een onderwerp extra aandacht.

Meelicht:

sla link op in klembord

Kopieer

Het licht gaat met de kijker mee de afbeelding in, het is het omgekeerde van tegenlicht. Het licht valt op de voorkant van het onderwerp. De slagschaduw ligt dan achter het voorwerp. Meelicht minimaliseert de schaduw en benadrukt details.

Strijklicht:

sla link op in klembord

Kopieer

Het licht valt laag over een oppervlak er ontstaan lange schaduwen.

Kwaliteit en sterkte van het licht

sla link op in klembord

Kopieer

Licht kan hard of zacht, fel of zwak, gericht of diffuus, warm of koud zijn. Er kan veel of weinig licht zijn. De kwaliteit en sterkte van het licht bepalen hoe duidelijk vormen, texturen en schaduwen zichtbaar zijn en hoeveel contrast er in een beeld ontstaat.

  • Vermeer – Het melkmeisje → zacht licht
  • Caravaggio – De roeping van de heilige Matteüs → sterk, gericht licht
  • Monet – Het parlementsgebouw in de mist → diffuus licht
  • Georges de La Tour – De boetvaardige Magdalena → zwak, warm en plaatselijk licht

Licht en schaduw

sla link op in klembord

Kopieer

Wanneer licht op een voorwerp valt, ontstaan lichte en donkere delen. Waar het licht niet kan komen, ontstaat schaduw. Licht en schaduw werken dus samen: zonder licht is er geen schaduw.

Op gladde of glanzende oppervlakken kan het licht juist sterk worden weerkaatst en een glimlicht veroorzaken.

We onderscheiden:

Eigen schaduw – de schaduw op het voorwerp of de persoon zelf.
Slagschaduw – de schaduw die een persoon of voorwerp op een ander oppervlak werpt, bijvoorbeeld op de grond, muur of een ander voorwerp.
Gebroken schaduw - de slagschaduw is gebroken: de slagschaduw loopt over verschillende oppervlakken, bijvoorbeeld van de grond naar de muur.

Glimlicht: een glinstering, een kleine heldere lichtvlek die ontstaat door weerkaatsing op een glad of glanzend oppervlak. Kunstenaars kunnen dit effect bijvoorbeeld suggereren door een klein wit of heel licht accent toe te voegen. Zo lijkt een oppervlak glanzend, glad of nat en krijgt een vorm meer volume.

Licht-donkercontrast

sla link op in klembord

Kopieer

Een licht-donkercontrast ontstaat wanneer lichte en donkere delen sterk tegenover elkaar staan. Een groot verschil tussen licht en donker trekt de aandacht en kan vormen en details benadrukken.

Een kunstenaar kan met licht-donkercontrasten bijvoorbeeld:

  • een onderwerp laten opvallen
  • diepte en ruimte suggereren
  • spanning of drama oproepen
  • een bepaalde sfeer versterken

Niet elk beeld heeft een sterk contrast. Ook zachte overgangen tussen licht en donker kunnen een belangrijk onderdeel van een beeld zijn.

Jonge kinderen leren licht en donker onderscheiden, ervaren en beleven. Ze ontdekken dit zowel in hun omgeving als in beelden. Zo kunnen ze:

  • met donker krijt op wit papier werken en omgekeerd
  • experimenteren met licht, donker en schaduw met zaklampen
  • ontdekken hoe lichte en donkere kleuren licht en donker kunnen suggereren

Licht en sfeer

sla link op in klembord

Kopieer

Licht en schaduw hebben een sterke invloed op de sfeer van een beeld. Door te spelen met de lichtrichting, de hoeveelheid licht en de plaats en vorm van schaduwen kan een kunstenaar een bepaalde sfeer oproepen.

Zo kan:

  • sterk zijlicht duidelijke schaduwen en contrasten creëren en een beeld spannend of dramatisch maken;
  • tegenlicht een silhouet en een geheimzinnige of mysterieuze sfeer oproepen;
  • zacht, diffuus licht een rustige, zachte of dromerige sfeer versterken;
  • weinig licht en diepe schaduwen een donkere, spannende of dreigende sfeer creëren;
  • fel en gelijkmatig licht een heldere, open sfeer geven.

De sfeer die licht oproept, ligt niet vast. Ook de context, kleuren, vormen en andere bouwstenen spelen mee.
In 'Mysterie en melancholie van een straat' gebruikt Giorgio de Chirico een onnatuurlijk fel, geel middaglicht dat zorgt voor een kille en onbehaaglijke sfeer. Hij hanteert bewuste tegenstrijdige lichtbronnen die de natuurwetten negeren, waardoor de toeschouwer gedesoriënteerd raakt en het gevoel van een onheilspellende droom ontstaat. De diepe, geometrische schaduwen werken hierin als een fysieke dreiging, waarbij het onschuldige meisje in het licht recht op een onbekend, loerend gevaar in het donker afrent.

Licht in kunst, inspirerende kunstenaars

sla link op in klembord

Kopieer

Johannes Vermeer – zacht, natuurlijk zijlicht en subtiele licht-donkerovergangen

Caravaggio – sterk gericht licht en diepe schaduwen

Georges de La Tour – warm kaarslicht en sterke licht-donkercontrasten

Rembrandt van Rijn – licht-donker, focus en modellering van figuren

John Singer Sargent – fel licht, contrast en lichtreflecties

James Chapin – natuurlijk licht, lichtval en sfeer

Alfredo Ramos Martínez – helder natuurlijk licht en kleur

J.M.W. Turner – diffuus licht, atmosfeer en nevel

Claude Monet – veranderend natuurlijk licht en de invloed op kleur

Joseph Wright of Derby – kunstlicht, kaarslicht en dramatische contrasten

László Moholy-Nagy – licht als materiaal, beweging en projectie

Dan Flavin – kunstlicht als zelfstandig beeldend materiaal

James Turrell – licht, kleur, ruimte en waarneming

Olafur Eliasson – licht, kleur, reflectie en ruimtelijke ervaring

Ann Veronica Janssens – licht, mist, kleur en veranderende waarneming

Licht in de klas

sla link op in klembord

Kopieer

Bouwsteen licht leer je niet alleen door erover te praten of licht en donker te herkennen. Kinderen begrijpen licht pas echt wanneer ze het kunnen ervaren, ermee experimenteren, mogelijkheden onderzoeken en zelf inzetten. Daarom zijn kennis, techniek en vaardigheid onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wanneer leerlingen experimenteren met lichtbronnen, lichtrichting, schaduw, lichtsterkte en kleur, ontdekken ze hoe licht een beeld of ruimte kan beïnvloeden. Ze ervaren hoe licht en donker vormen zichtbaar maken, hoe schaduwen ontstaan en veranderen en hoe de kwaliteit en richting van licht een bepaalde sfeer kunnen oproepen. Via kennis en vaardigheden leren ze licht bewust inzetten om een beeld, scène of mediaproduct vorm en betekenis te geven.

Jonge kinderen (0-7j.)

sla link op in klembord

Kopieer

Voor jonge kinderen is het belangrijk om licht, lichtbronnen en schaduwen speels te verkennen. Voor leerlingen met een jonge ontwikkelingsleeftijd (F1 en F2) staan de doelen die hieraan voorafgaan bij lichamelijke opvoeding en motoriek: zintuiglijke competenties-waarneming: zien.
F3:De leraar creëert kansen om licht- en schaduweffecten te ontdekken en ondersteunt via gezamenlijke exploratie.
Voorbeeld(en):

  • De leerling kijkt naar projecties of lichteffecten.
  • De leerling ontdekt schaduwen van voorwerpen.
  • De leerling exploreert licht en donker met een zaklamp.
  • De leerling volgt bewegende lichtpatronen.
Leerlingen (2,5-7j.) gaan licht en schaduw gerichter onderzoeken (experimenteren).
Je kan inzetten op volgende vaardigheden/technieken en vormgevingsmiddelen:
Beeld: tekenen en schilderen met lichte en donkere kleuren
Media:projectie: schaduwspel, spelen met verschillende lichtbronnen, lichtbak/tafel, kleurenfilters,...

Oudere leerlingen (7-12j.)

sla link op in klembord

Kopieer

De leerlingen leren gaandeweg bouwsteen licht gericht in hun beeldend werk te gebruiken via het inzetten van lichtrichting, lichtsoort en lichtbron, het toepassen en weergeven van schaduw en silhouet, het inzetten van licht/donkercontrasten en het bewust gebruiken van lichtsterkte en kleur om sfeer, diepte en expressie te creëren in hun beeldende creaties. 
Je kan inzetten op volgende vaardigheden/technieken en vormgevingsmiddelen:
Beeld: tekenen, kleuren en schilderen
Media: vaardigheid: projectie en toepassen van vormgevingsmiddelen  zoals spots, kleurenfilters,...

Vaardigheden en vormgevingsmiddelen

sla link op in klembord

Kopieer

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?