Wat gebeurt er als je even vertraagt
en een Bijbelverhaal echt tot je laat spreken?
In deze werkvorm ga je via lectio divina op zoek naar woorden en beelden die raken. Van daaruit verken je wat dat kan betekenen voor jou als leraar — en voor het leven op school.
Een stille, verdiepende weg
van bron naar praktijk,
van luisteren naar handelen.
De wegwijzers naar hoop zijn universeel herkenbaar maar vinden tegelijk, voor wie wil, hun oorsprong in Bijbelse intuïties. Katholieke scholen hebben, vanuit de christelijke inspiratie, de dialoog aan te gaan op een manier die iedereen erkent en versterkt. De wegwijzers zijn het vertrekpunt van elk leerplan (SO) en van het gemeenschappelijk funderend leerplan in het bijzonder.
In zijn boek ‘Hoop doet leren’ licht Carl Snoeckx elke wegwijzer op drievoudige wijze toe: een algemene oriëntatie en omschrijving, suggesties voor toepassing op de schoolpraktijk en een fundering in Bijbelse inspiratiebronnen.
Hoop gaat volgens Carl Snoeckx over hoe je naar de toekomst kijkt. Een hoopvolle blik ziet de toekomst niet als iets voorspelbaar, in doelen uitgedrukt, in stappenplannen uitgezet maar ziet de toekomst verwachtingsvol naar ons toe-komen als iets onvoorspelbaar. Het is een toekomst waarin God de voorspelbare geschiedenis kan onderbreken.
Bijlage 1 geeft omschrijving van elke wegwijzer.
Bijlage 2 geeft bij elke wegwijzers een passende Bijbelpassage, zoals voorgesteld door Carl Snoeckx in ‘Hoop doet leven’.
Materiaal:
Strookjes met allerlei met houdingen die een concretisering zijn van de één of meerdere wegwijzers (zie bijlage 3)
Elke deelnemer heeft een blad met deze tabel:
FEITELIJK
Zie ik gebeuren op mijn school/doe ik
WENSELIJK
Zou ik meer zien willen gebeuren op mijn school/zou ik meer willen doen
Uniciteit en verbondenheid
Verbeelding
Generositeit
Kwetsbaarheid en belofte
Duurzaamheid
Rechtvaardigheid
Generositeit
De leraar kiest voor elke wegwijzer 1 strookje en plaatst die bij ‘feitelijk’ of ‘wenselijk’. Daarna wordt hierover uitgewisseld.
Gastvrijheid
Gastvrijheid is meer dan respectvolle verdraagzaamheid: het is zich openstellen voor de andersheid van de andere. Dit sluit aan bij de dialoog als ‘wederzijds transformatief’ gebeuren.
Als gastheer verwelkomt de school alle leerlingen, wie ze ook zijn en wat hun achtergrond ook is. Ze brengt de christelijke inspiratie in de dialoog met iedere gast binnen. Gastvrijheid is rechtstreeks verbonden met inclusie.
Duurzaamheid
Duurzame scholen roepen op tot een bewustzijn van wat de mens met de omgeving heeft aangericht en nog steeds aanricht. Duurzaam leren betekent dat het leren niet enkel nut heeft voor wat zich nu aandient maar over langere termijn een positieve impact heeft.
Rechtvaardigheid
De school biedt gelijkwaardige vorming en gelijke vormingskansen voor elke leerling en biedt daarom de meeste aandacht aan de meest ‘bedreigde’ leerlingen. Rechtvaardig onderwijs gaat in tegen competitief onderwijs, de eerste aandacht gaat naar de ‘producent’ i.p.v. naar het ‘product’, armoede moet bestreden worden. En tot buiten de schoolmuren tracht de school mee werk te maken van een rechtvaardige, democratische samenleving.
Uniciteit in verbondenheid
In de school is elke leerling uniek maar vorming gebeurt in verbondenheid en vanuit de verbondenheid groeit het besef: ik ben uniek. Dit is geen eenzijdige nadruk op het individu. Uniciteit en verbondenheid verhouden zich tot elkaar zoals identiteit en diversiteit.
Kwetsbaarheid en belofte
Mensen zijn tegelijk eindig-onvolkomen en oneindig-beloftevol. Kwetsbaarheid is een teken van hoop want voor God valt niemand uit de boot. Groei is altijd mogelijk, wat niet is kan nog komen. Onze omgang met de leerlingen is behoedzaam en tegelijk toekomstgericht.
Verbeelding
Verbeelding houdt de hoop levendig, overschrijdt de grenzen van het dagelijkse, doorbreekt kaders. De leraar toont en vraagt een open geest en een open hart zodat verbeelding kan floreren. Verbeelding gaat ook over het zich kunnen inleven in het standpunt van een ander en de eigen christelijke stem in een nieuwe context te gebruiken.
Generositeit
Genereus zijn is overvloeien van hoop: zich niet laten ontmoedigen, grenzeloos geven, zomaar. De essentie van God zelf: er voor de ander zijn, om niets. Een leraar wil doorgeven wat hij zelf gekregen heeft. Een katholieke dialoogschool geeft haar identiteit, zomaar.
Gastvrijheid
a) Genesis 18,1-10: Abraham ontvangt drie mannen (en zo God) bij de eik van Mamre; gastvrijheid en hoop zijn innig met elkaar verbonden: de gast belooft aan Sara een zoon in haar onvruchtbare schoot.
b) Lucas 19,1-6: Zacheüs wordt uitgenodigd om zelf gastheer te zijn en verandert.
Duurzaamheid
a) Genesis 1,1 + 1,26-31 (de eerste en zevende dag): alle leven en alle materie is door God geschapen en is onderling verbonden; als een stukje van het universum beschadigd wordt, dan worden ook de andere delen geraakt.
b) Matteüs 6,26: Kijk naar de vogels van de hemel…
c) Paus Franciscus, Laudato Si: Bodem, water, bergen: alles is liefkozing van God, alles is ons gratis gegeven, laten we er zorg voor dragen.
Rechtvaardigheid
a) Matteüs 5,3-12: zaligsprekingen als voedingsbodem voor een wereld van gerechtigheid en rechtvaardig handelen.
b) Matteüs 20,1-16: werkers van het elfde uur als voorbeeld van keuze voor de waardigheid van de minsten.
Uniciteit in verbondenheid
a) 1 Kor. 12,12-27: wij vormen samen één lichaam en maken deel uit van het geheel dat ons overstijgt.
b) Genesis 11,1-9: God vernietigt de toren van Babel en creëert diversiteit, maar ook verwarring. Daartegenover staat het verhaal van Pinksteren (Handelingen 2,1-12) mensen verstaan elkaar dankzij hun diversiteit.
Kwetsbaarheid en belofte
a) OT:
i) De gekwetste heup van Jakob is als teken van zegen en toekomst.
ii) God belooft Mozes: ik kies het kleine Israël, aan onaanzienlijke mensen geef ik hoop en toekomst.
b) NT:
i) Lucas 13,8-9: zorg voor de onvruchtbare vijgenboom als zorg voor de meest kwetsbare.
ii) Lucas 10,25-37: de parabel van de barmhartige Samaritaan zet de kwetsbare neer als bron van hoop.
iii) Johannes 20,19-29: de ongelovige Thomas toont zich in zijn kwetsbaarheid en wordt belofte.
Verbeelding
De hele bijbel spreekt tot onze verbeelding. Ook Jezus gebruikt verbeelding om verandering in onze geest te brengen. Hij spreekt ook in beelden: ik ben brood / licht / wijnstok / de goede herder …
Marc. 7,25-30: in de ontmoeting met de Syro-Fenicische vrouw wordt de verbeelding van Jezus zelf uitgedaagd.
Generositeit
a) Jesaja 55,1-3: Kom, koop koren en eet zonder geld, en drink wijn en melk zonder betaling. Jesaja brengt een verbannen volk en God van overvloed in herinnering.
b) Matteüs 14,15-21: broodvermenigvuldiging; verhaal in de context van vorming: Jezus als leraar toont dat als iedereen geeft wat hij heeft er genoeg is voor iedereen.
VOORBEELDEN VAN HOE WEGWIJZERS CONCREET GEMAAKT WORDEN ( GEÏNSPIREERD OP: https://pincette.katholiekonderwijs.vlaanderen/meta/properties/dc-identifier/O%26P_Visie_Visieontwikkeling_concretisering)
Uniciteit en verbondenheid
Alle kansen grijpen om je leerlingen te leren kennen.
Leerlingen leren samenwerken.
De voornaam als heilig beschouwen.
Elkaar niet benijden.
Aandacht hebben voor afwezigen.
Geen bruggen opblazen.
‘Goeiemorgen’ en ‘Goeieavond’.
Samen plezier maken.
Weten dat er uiteindelijk geen scheiding kan bestaan tussen allen die je lief hebt.
Duurzaamheid
Een levend voorbeeld zijn en toch gewoon een mens zijn.
Durven tegenstroom varen met ecologische keuzes.
Ecologische initiatieven van leerlingen ondersteunen.
Bij elk proces nadenken hoe het ecologischer kan.
Ontharden.
Appreciatie voor ‘zijn’ meer dan voor ‘hebben’.
Kwetsbaarheid en belofte
Beseffen dat jij in je leven ook kansen kreeg ondanks je falen.
Het durven opnemen voor de zwakke.
Je beperktheden en die van anderen aanvaarden en erkennen.
Weten dat je steeds opnieuw kan beginnen.
Weten dat verdriet en vreugde elkaar soms nodig hebben.
Over je thuis praten in de klas, je laten benaderen als mens, je hart laten horen. Weten in welke thuis de leerling leeft.
Je woorden wikken en wegen.
Gastvrijheid
Tegenstellingen (verschillen tussen de leerlingen) niet opdrijven, gelijkgerichtheid vinden in wat écht belangrijk is.
De leerlingen zichzelf laten zijn.
Leerlingen leren naar mekaar toegaan.
Door de culturele verpakking heen zien.
Vertrekken vanuit de eigenheid van mensen.
Het eigen gelijk overstijgen, zichzelf in vraag stellen.
Generositeit
Van tijd tot tijd een kleine attentie.
Tijd maken voor de leerlingen, even praten met leerlingen buiten de klas.
Bij een uitstap met de leerlingen aan tafel zitten.
Je niet verschuilen achter reglementeringen maar rekening houden met de mens in iedere leerling.
Leerlingen verantwoordelijkheid geven.
Leerlingen uitnodigingen om iets te doen voor elkaar, om voor elkaar te zorgen.
Initiatieven van leerkrachten stimuleren.
De moed hebben om te luisteren.
Niet alles naar je hand zetten, zeggen “het mag op jouw manier”.
Geduld blijven opbrengen.
Meer van jezelf vragen dan van anderen.
Een glimlach binnenbrengen op school.
Aan elk personeelslid aandacht schenken.
Onzichtbaar goed doen.
Verbeelding
In de put zitten en toch geloven dat je er weer uit geraakt.
De “geest” in de klas brengen.
Doorheen het negatieve het positieve zien.
Telkens nieuwe kansen scheppen, durven vernieuwen.
Steeds oog hebben voor nieuwe mogelijkheden in iemand.
Verder zien dan het lastig zijn van een leerling
Je in de situatie, de rol, de problemen van een ander plaatsen.
Tijd maken voor schijnbaar onbelangrijke dingen.
Durven buiten je ‘vakgebied’ treden.
De klasdag beginnen met een gebed.
Rechtvaardigheid
Iedereen tot zijn recht laten komen.
Extra inspanningen doen voor wie uit de boot dreigt te vallen.
Onnodige toegangsdrempels wegwerken.
Niet alleen focussen op prestaties.
Waardering geven voor onmeetbare deugden.
Ons niet met elkaar vergelijken obv uiterlijke prestaties/kenmerken.
Leerlingen bewust maken van hun verantwoordelijkheid.