Nu de startsessies volop lopen, merken we dat er vragen leven over wat je van zo’n startsessie mag verwachten. Daarom verduidelijken we graag de plaats ervan binnen de implementatie van Op.stap. De startsessie vormt het eerste onderdeel van drie stappen.
Een startsessie laat je kennismaken met de belangrijkste accenten en keuzes binnen een discipline. Ze is bewust een startpunt: in twee uur kan de inhoud van een volledige discipline niet volledig worden behandeld én verwerkt.
Voor wiskunde, Nederlands en communicatie en wetenschap en techniek is er naast de startsessie ook een digitale startsessie ontwikkeld. Die is opgebouwd in verschillende hoofdstukken. Zo kunnen schoolteams de inhoud op eigen tempo en afgestemd op de noden van de school bekijken en verwerken. De digitale startsessie biedt zo extra mogelijkheden om na de startsessie verder te verdiepen. Ook zij vervangt echter niet het verdere proces van samen leren, verwerken en toepassen binnen de eigen schoolcontext.
Zie de startsessie daarom als een eerste stap in de verdere implementatie van Op.stap, niet als een afgeronde professionalisering.
We bieden deze netwerken regionaal aan en alleen scholen die via hun SG de startsessie volgden, kunnen 2 personen inschrijven. Een SG die bestaat uit 10 scholen en de startsessie van wiskunde boekte, kan dus 10 mensen inschrijven voor het disciplinegericht netwerk van wiskunde. In dat netwerk wordt de praktijkvertaling gemaakt.
Schrijf je in:
Hiervoor kan je SG één persoon inschrijven. Tijdens de Op.stap mentor-vorming worden de eerste koppelingen gemaakt met de inspiratiescholen en wordt er samen verder gewerkt aan implementatie. De Op.stap-mentor is iemand die vanuit de SG, de ondersteunende rol voor scholen voor de implementatie kan opnemen. Deze sessies zullen 1 keer per maand plaatsvinden.
